Étude 1 sur 52 · Le baptême du Messie Jésus

  1. Étude 1 : Le baptême du Messie Jésus
  2. Étude 2 : La députation venue de Jérusalem
  3. Studie 3: De eerste leerlingen
  4. Studie 4: De ontmoeting met Filippus
  5. Étude 5 : Le retour à Enon au sud de la Galilée
  6. Étude 6 : Les conflits entre les disciples
  7. Étude 7 : L’arrestation de Jean le baptiste
  8. Étude 8 : De la Judée à la Galilée
  9. Étude 9 : La confirmation de l’appel des disciples
  10. Étude 10 : Le Messie Jésus à Béthanie chez Marthe et Marie
  11. Étude 11 : Instruction sur la prière
  12. Étude 12 : L’invitation chez un pharisien
  13. Étude 13 : Enseignements du Messie Jésus sur la route de Jérusalem
  14. Étude 14 : La parabole de la tour
  15. Étude 15 : La curiosité du peuple et la jalousie des religieux
  16. Étude 16 : La parabole de la brebis perdue et retrouvée
  17. Étude 17 : La parabole de la drachme perdue
  18. Étude 18 : La parabole de l'intendant infidèle
  19. Étude 19 : La parabole de l'homme riche et de Lazare
  20. Étude 20 : Instruction sur les scandales, le pardon et la foi
  21. Étude 21 : Parabole des serviteurs inutiles
  22. Étude 22 : La guérison des dix lépreux
  23. Étude 23 : L'aspect spirituel du royaume
  24. Étude 24 : Le Messie Jésus annonce sa seconde venue
  25. Étude 25 : La parabole du juge inique
  26. Étude 26 : Départ pour Béthanie au-delà du Jourdain
  27. Étude 27 : Le Messie Jésus bénit des petits enfants
  28. Étude 28 : Le jeune homme riche
  29. Étude 29 : Le salut et les richesses
  30. Studie 30: De beloning van de apostelen
  31. Étude 31 : Le Messie Jésus annonce à nouveau sa mort et sa résurrection
  32. Étude 32 : La requête de Salomé, la femme de Zébédée, pour ses fils
  33. Étude 33 : Guérisons des aveugles près de Jéricho
  34. Étude 34 : Zachée veut voir le Messie Jésus
  35. Étude 35 : La résurrection de Lazare
  36. Étude 36 : Complot contre le Messie Jésus qui se retire à Ephraïm
  37. Étude 37 : Arrivée chez Lazare, Marthe et Marie
  38. Étude 38 : L'arrivée des Juifs de la ville de Jérusalem
  39. Étude 39 : Marie de Béthanie oint le Messie Jésus
  40. Étude 40 : La trahison de Judas l'Iscariote
  41. Étude 41 : Retour à Jérusalem et arrêt à Bethphagé
  42. Étude 42 : Le retour à Béthanie
  43. Étude 43 : Malédiction du figuier stérile
  44. Étude 44 : Enseignement journalier dans le Temple
  45. Étude 45 : Le retour de nouveau à Béthanie
  46. Étude 46 : Le figuier est sec
  47. Étude 47 : Les doutes de Jean le baptiste ?
  48. Étude 48 : La purification du temple ?
  49. Étude 49 : Celui-ci est mon Fils
  50. Étude 50 : L’ascension de Jésus
  51. Studie 51: Opwekking van Lazarus
  52. Studie 52: Het verdorren van de vijgenboom

De bediening van Johannes de Doper

  • De doop van Jezus, de Messias

    Het artikel beschrijft Jezus' doop door Johannes de Doper, een belangrijke gebeurtenis die het begin van Jezus' messiaanse bediening markeert. Deze doop vindt plaats in Betanië aan de overkant van de Jordaan en drukt de continuïteit tussen het werk van Johannes en dat van Jezus uit, als symbool van hun geestelijke opdracht. Tijdens deze handeling openbaart de Drie-eenheid zich, wat haar theologische betekenis en voorbeeldfunctie voor toekomstige generaties benadrukt.

    Mattheüs 3.13-17 (De Heilige Schrift 1917) :
    Toen kwam Jezus van Galilea naar de Jordaan, tot Johannes, om van hem gedoopt te worden.Doch Johannes weigerde Hem zeer, zeggende: Mij is nodig van U gedoopt te worden, en komt Gij tot mij?Maar Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Laat nu af; want aldus betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij van Hem af.En Jezus, gedoopt zijnde, is terstond opgeklommen uit het water; en ziet, de hemelen werden Hem geopend, en hij zag den Geest Gods nederdalen, gelijk een duive, en op Hem komen.En ziet, een stem uit de hemelen, zeggende: Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb!
    Verder lezen
  • De afvaardiging uit Jeruzalem

    Het artikel onderzoekt de ontmoeting tussen Johannes de Doper en de vertegenwoordigers van het Sanhedrin in Betanië. Het benadrukt Johannes' bekendheid en de messiaanse verwachtingen van de autoriteiten. Johannes wordt over zijn messiaanse rol ondervraagd zonder wonderen te hebben verricht, wat de verwachtingen van de farizeeën over een koninklijke en priesterlijke messias belicht. De analyse brengt de uiteenlopende evangelieverhalen met elkaar in overeenstemming.

    Johannes 10.41 (De Heilige Schrift 1917) :
    En velen kwamen tot Hem, en zeiden: Johannes deed wel geen teken; maar alles, wat Johannes van Dezen zeide, was waar.
    Verder lezen
  • De eerste leerlingen

    Het artikel onderzoekt de eerste ontmoeting tussen Jezus en zijn eerste leerlingen, die alleen Johannes beschrijft. Andreas en Johannes herkennen Jezus als de Messias en besluiten hem te volgen. Een belangrijk moment is Jezus' verandering van de identiteit van Simon Petrus, die hun toewijding markeert. Dit verhaal biedt een uniek perspectief dat in de synoptische evangeliën ontbreekt.

    Johannes 1.35-42 (De Heilige Schrift 1917) :
    Des anderen daags wederom stond Johannes, en twee uit zijn discipelen.En ziende op Jezus, daar wandelende, zeide hij: Ziet, het Lam Gods!En die twee discipelen hoorden hem dat spreken, en zij volgden Jezus.En Jezus Zich omkerende, en ziende hen volgen, zeide tot hen: (1:39) Wat zoekt gij? En zij zeiden tot Hem: Rabbi! (hetwelk is te zeggen, overgezet zijnde, Meester) waar woont Gij?(1:40) Hij zeide tot hen: Komt en ziet! Zij kwamen en zagen, waar Hij woonde, en bleven dien dag bij Hem. En het was omtrent de tiende ure.(1:41) Andreas, de broeder van Simon Petrus, was een van de twee, die het van Johannes gehoord hadden, en Hem gevolgd waren.(1:42) Deze vond eerst zijn broeder Simon, en zeide tot hem: Wij hebben gevonden den Messias, hetwelk is, overgezet zijnde, de Christus.(1:43) En hij leidde hem tot Jezus. En Jezus, hem aanziende, zeide: Gij zijt Simon, de zoon van Jonas; gij zult genaamd worden Cefas, hetwelk overgezet wordt Petrus.
    Verder lezen
  • De ontmoeting met Filippus

    PER034 beschrijft de ontmoeting van Jezus met Filippus, die alleen Johannes vermeldt (Joh 1,43-46), in Betanië aan de overkant van de Jordaan op 6 oktober 29. Filippus, net als Andreas, Johannes en Simon Petrus een vroegere leerling van Johannes de Doper, wordt Jezus' vierde leerling. Het artikel onderzoekt de natuurlijke overgang van deze leerlingen naar de Messias: Johannes de Doper zag zichzelf als voorloper, niet als concurrerende meester.

    Johannes 1.43-46 (De Heilige Schrift 1917) :
    (1:44) Des anderen daags wilde Jezus heengaan naar Galilea, en vond Filippus, en zeide tot hem: Volg Mij.(1:45) Filippus nu was van Bethsaida, uit de stad van Andreas en Petrus.(1:46) Filippus vond Nathanael en zeide tot hem: Wij hebben Dien gevonden, van Welken Mozes in de wet geschreven heeft, en de profeten, namelijk Jezus, den zoon van Jozef, van Nazareth.(1:47) En Nathanael zeide tot hem: Kan uit Nazareth iets goeds zijn? Filippus zeide tot hem: Kom en zie.
    Verder lezen
  • De terugkeer naar Enon ten zuiden van Galilea

    Dit artikel onderzoekt Jezus' terugkeer naar Enon na Pesach en benadrukt hoe zijn bediening die van Johannes de Doper aanvult. Johannes is de enige evangelist die deze fase beschrijft en de samenhang tussen hun bedieningen belicht. Deze episode toont dat hun rollen niet met elkaar concurreerden, maar harmonieus op elkaar aansloten: beiden vervulden een wezenlijke taak in Gods plan.

    Johannes 3.22-24 (De Heilige Schrift 1917) :
    Na dezen kwam Jezus en Zijn discipelen in het land van Judea, en onthield Zich aldaar met hen, en doopte.En Johannes doopte ook in Enon bij Salim, dewijl aldaar vele wateren waren; en zij kwamen daar, en werden gedoopt.Want Johannes was nog niet in de gevangenis geworpen.
    Verder lezen
  • De conflicten tussen de leerlingen

    Het artikel ‘PER043 - De conflicten tussen de leerlingen’ onderzoekt de rivaliteit tussen de leerlingen van Johannes de Doper en die van Jezus. In deze belangrijke beginfase van Jezus' bediening in Judea gaan sommige leerlingen van Johannes Jezus volgen, wat spanningen veroorzaakt. Johannes de Doper benadrukt zijn tijdelijke rol en Jezus' messiaanse natuur. De gebeurtenissen vonden waarschijnlijk plaats in Enon in Judea.

    Johannes 3.25-36 (De Heilige Schrift 1917) :
    Er rees dan een vraag van enigen uit de discipelen van Johannes met de Joden over de reiniging.En zij kwamen tot Johannes, en zeiden tot hem: Rabbi, Die met u was over de Jordaan, Welken gij getuigenis gaaft, zie, Die doopt, en zij komen allen tot Hem.Johannes antwoordde en zeide: Een mens kan geen ding aannemen, zo het hem uit den hemel niet gegeven zij.Gijzelven zijt mijn getuigen, dat ik gezegd heb: Ik ben de Christus niet; maar dat ik voor Hem heen uitgezonden ben.Die de bruid heeft, is de bruidegom, maar de vriend des bruidegoms, die staat en hem hoort, verblijdt zich met blijdschap om de stem des bruidegoms. Zo is dan deze mijn blijdschap vervuld geworden.Hij moet wassen, maar ik minder worden.Die van boven komt, is boven allen; die uit de aarde is voortgekomen, die is uit de aarde, en spreekt uit de aarde. Die uit den hemel komt, is boven allen.En hetgeen Hij gezien en gehoord heeft, dat getuigt Hij; en Zijn getuigenis neemt niemand aan.Die Zijn getuigenis aangenomen heeft, die heeft verzegeld, dat God waarachtig is.Want Dien God gezonden heeft, Die spreekt de woorden Gods; want God geeft Hem den Geest niet met mate.De Vader heeft den Zoon lief, en heeft alle dingen in Zijn hand gegeven.Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.
    Verder lezen
  • De arrestatie van Johannes de Doper

    Het artikel onderzoekt de arrestatie van Johannes de Doper door Herodes Antipas en toont de belangrijke overgang van Johannes' bediening naar die van Jezus als enige erkende Messias. De gebeurtenis, waarschijnlijk in het jaar 30 n.Chr., is een cruciaal keerpunt in de toenmalige godsdienstige context, onderstreept door verwijzingen naar Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes.

    Markus 1.14-15 (De Heilige Schrift 1917) :
    En nadat Johannes overgeleverd was, kwam Jezus in Galilea, predikende het Evangelie van het Koninkrijk Gods.En zeggende: De tijd is vervuld, en het Koninkrijk Gods nabij gekomen; bekeert u, en gelooft het Evangelie.
    Verder lezen

Het begin van de bediening in Galilea

  • Van Judea naar Galilea

    Jezus verlaat Judea en gaat na Johannes' arrestatie naar Galilea, niet uit angst, maar om zijn bediening ten volle te beginnen. Dit markeert de overgang naar Galilea, waar hij vriendelijker wordt ontvangen.

    Mattheüs 4.12 (De Heilige Schrift 1917) :
    Als nu Jezus gehoord had, dat Johannes overgeleverd was, is Hij wedergekeerd naar Galilea;
    Verder lezen
  • De bevestiging van de roeping van de leerlingen

    Aan de oevers van het Meer van Galilea, omstreeks maart van het jaar 31, bevestigt Jezus de roeping van vier vissers: Simon Petrus, Andreas, Jakobus en Johannes. Anders dan bij een eerste roeping in Betanië nodigt hij hen nu uit alles achter te laten om zich uitsluitend aan de evangelisatie te wijden. Hun onmiddellijke en volledige reactie getuigt van een vertrouwen dat in de maanden aan zijn zijde is gegroeid. Matteüs (4.18-22) en Marcus (1.16-20) vertellen over deze fundamentele episode van de bediening in Galilea.

    Mattheüs 4.18-22 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Jezus, wandelende aan de zee van Galilea, zag twee broeders, namelijk Simon, gezegd Petrus, en Andreas, zijn broeder, het net in de zee werpende (want zij waren vissers);En Hij zeide tot hen: Volgt Mij na, en Ik zal u vissers der mensen maken.Zij dan, terstond de netten verlatende, zijn Hem nagevolgd.En Hij, van daar voortgegaan zijnde, zag twee andere broeders, namelijk Jakobus, den zoon van Zebedeus, en Johannes, zijn broeder, in het schip met hun vader Zebedeus, hun netten vermakende, en heeft hen geroepen.Zij dan, terstond verlatende het schip en hun vader, zijn Hem nagevolgd.
    Verder lezen

Van het derde Pesach tot het begin van de laatste week

  • De Messias Jezus in Betanië bij Marta en Maria

    Lucas 10.38-42 beschrijft het bezoek van de Messias Jezus aan Betanië, bij Marta en Maria, rond eind november of begin december van het jaar 32. Dit dorp, op 3 km van Jeruzalem, ontvangt Jezus in een context van relatieve rust: de farizeeën hebben hun strategie gewijzigd en verzamelen liever belastende getuigenissen dan gewelddadig op te treden. Lucas is de enige evangelist die deze episode vermeldt.

    Johannes 11.18 (De Heilige Schrift 1917) :
    (Bethanie nu was nabij Jeruzalem, omtrent vijftien stadien van daar.)
    Verder lezen
  • Onderricht over het gebed

    De pericoop PER224 presenteert het onderricht van Jezus over het gebed, gegeven op de Olijfberg in december van het jaar 32. Op basis van Matteüs 6.9-13 en Lucas 11.1-4 onderzoekt zij het Onze Vader in twee verschillende contexten. Lucas plaatst de gebeurtenis in de buurt van Jeruzalem, na het bezoek aan Betanië en vóór de genezing van een bezetene. De leerlingen, van wie sommigen Johannes de Doper hadden gevolgd, vragen Jezus hen te leren bidden.

    Lukas 11.37 (De Heilige Schrift 1917) :
    Als Hij nu dit sprak, bad Hem een zeker Farizeer, dat Hij bij hem het middagmaal wilde eten; en ingegaan zijnde, zat Hij aan.
    Verder lezen
  • De uitnodiging bij een farizeeër

    Perikoop 227 vertelt over de uitnodiging voor een maaltijd die een farizeeër aan de Messias Jezus deed, een uitnodiging die alleen door Lucas wordt vermeld (Luc. 11.37). Verre van welwillend lijkt deze uitnodiging een valstrik te zijn, bedoeld om beschuldigingen tegen Jezus te verzamelen ten overstaan van getuigen. Zich bewust van wat er op het spel stond, neemt Jezus de uitnodiging toch aan, gesterkt door een geestelijke zekerheid dat zijn uur nog niet gekomen was. De gebeurtenis speelt zich waarschijnlijk af in Jeruzalem, tijdens een reis die Jezus onderneemt ondanks de dreigementen van de godsdienstige autoriteiten.

    Johannes 7.51 (De Heilige Schrift 1917) :
    Oordeelt ook onze wet den mens, tenzij dat zij eerst van hem gehoord heeft, en verstaat, wat hij doet?
    Verder lezen
  • Onderwijs van de Messias Jezus op weg naar Jeruzalem

    De pericoop PER233 verhaalt over het onderwijs van Jezus tijdens zijn reis naar Jeruzalem, dat alleen door Lucas wordt overgeleverd (Lc 13.22-33), in december van het jaar 32. Jezus trekt door steden en dorpen en onderwijst over de nauwe poort en het Koninkrijk van God. Het artikel plaatst deze meervoudige reizen tussen Betanië en Jeruzalem in hun context, in een klimaat van groeiende spanning met de farizeeën en Herodes Antipas.

    Lukas 13.24 (De Heilige Schrift 1917) :
    Strijdt om in te gaan door de enge poort; want velen, zeg Ik u, zullen zoeken in te gaan, en zullen niet kunnen;
    Verder lezen
  • De gelijkenis van de toren

    De gelijkenis van de toren (Lucas 14.28-30), die alleen door Lucas wordt overgeleverd, maakt deel uit van een rede van Jezus over de prijs van het discipelschap. Met het beeld van een bouwer die zijn middelen berekent voordat hij gaat bouwen, nodigt Jezus zijn discipelen uit tot een weloverwogen, helder en volhardend engagement, en waarschuwt hij voor een oppervlakkig of emotioneel geloof zonder geestelijke rijpheid.

    Lukas 14.30 (De Heilige Schrift 1917) :
    Zeggende: Deze mens heeft begonnen te bouwen, en heeft niet kunnen voleindigen.
    Verder lezen
  • De nieuwsgierigheid van het volk en de jaloezie van de religieuzen

    Het artikel onderzoekt hoe het volk, dat de boodschap van Jezus onthaalt, afsteekt tegen de jaloezie en het verzet van de religieuze autoriteiten. De farizeeën, die vreesden hun invloed te verliezen, waren vaak vijandig gezind, ondanks de openheid en het medelijden van Jezus jegens de gemarginaliseerden en de zondaars.

    Mattheüs 11.18-19 (De Heilige Schrift 1917) :
    Want Johannes is gekomen, noch etende, noch drinkende, en zij zeggen: Hij heeft den duivel.De Zoon des mensen is gekomen, etende en drinkende, en zij zeggen: Ziet daar, een Mens, Die een vraat en wijnzuiper is, een Vriend van tollenaren en zondaren. Doch de Wijsheid is gerechtvaardigd geworden van Haar kinderen.
    Verder lezen
  • De gelijkenis van het verloren en teruggevonden schaap

    Dit artikel behandelt de gelijkenis van het verloren schaap in het evangelie van Lucas en benadrukt de goddelijke vreugde over de redding van een zondaar. Het maakt deel uit van drie gelijkenisverhalen die verschillende nuances van zoeken en redding illustreren.

    Lukas 15.11-32 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Hij zeide: Een zeker mens had twee zonen.En de jongste van hen zeide tot den vader: Vader, geef mij het deel des goeds, dat mij toekomt. En hij deelde hun het goed.En niet vele dagen daarna, de jongste zoon, alles bijeenvergaderd hebbende, is weggereisd in een ver gelegen land, en heeft aldaar zijn goed doorgebracht, levende overdadiglijk.En als hij het alles verteerd had, werd er een grote hongersnood in datzelve land, en hij begon gebrek te lijden.En hij ging heen, en voegde zich bij een van de burgers deszelven lands; en die zond hem op zijn land om de zwijnen te weiden.En hij begeerde zijn buik te vullen met den draf, dien de zwijnen aten; en niemand gaf hem dien.En tot zichzelven gekomen zijnde, zeide hij: Hoe vele huurlingen mijns vaders hebben overvloed van brood, en ik verga van honger!Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan, en ik zal tot hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel, en voor u;En ik ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden; maak mij als een van uw huurlingen.En opstaande ging hij naar zijn vader. En als hij nog ver van hem was, zag hem zijn vader, en werd met innerlijke ontferming bewogen; en toe lopende, viel hem om zijn hals, en kuste hem.En de zoon zeide tot hem: Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel, en voor u, en ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden.Maar de vader zeide tot zijn dienstknechten: Brengt hier voor het beste kleed, en doet het hem aan, en geeft hem een ring aan zijn hand, en schoenen aan de voeten;En brengt het gemeste kalf, en slacht het; en laat ons eten en vrolijk zijn.Want deze mijn zoon was dood, en is weder levend geworden; en hij was verloren, en is gevonden! En zij begonnen vrolijk te zijn.En zijn oudste zoon was in het veld; en als hij kwam, en het huis genaakte, hoorde hij het gezang en het gerei,En tot zich geroepen hebbende een van de knechten, vraagde, wat dat mocht zijn.En deze zeide tot hem: Uw broeder is gekomen, en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht, omdat hij hem gezond weder ontvangen heeft.Maar hij werd toornig, en wilde niet ingaan. Zo ging dan zijn vader uit, en bad hem.Doch hij, antwoordende, zeide tot den vader: Zie, ik dien u nu zo vele jaren, en heb nooit uw gebod overtreden, en gij hebt mij nooit een bokje gegeven, opdat ik met mijn vrienden mocht vrolijk zijn.Maar als deze uw zoon gekomen is, die uw goed met hoeren doorgebracht heeft, zo hebt gij hem het gemeste kalf geslacht.En hij zeide tot hem: Kind, gij zijt altijd bij mij, en al het mijne is uwe.Men behoorde dan vrolijk en blijde te zijn; want deze uw broeder was dood, en is weder levend geworden; en hij was verloren, en is gevonden.
    Verder lezen
  • De gelijkenis van de verloren drachme

    Deze gelijkenis, die alleen bij Lucas voorkomt, toont God, afgebeeld in de gedaante van een vrouw, die een verloren drachme zoekt en terugvindt. Ze symboliseert de dwaalgegane maar in Gods ogen kostbare ziel en benadrukt Zijn barmhartigheid en Zijn vreugde over de terugkeer van wie verdwaald was.

    Lukas 15.8-10 (De Heilige Schrift 1917) :
    Of wat vrouw, hebbende tien penningen, indien zij een penning verliest, ontsteekt niet een kaars, en keert het huis met bezemen, en zoekt naarstiglijk, totdat zij dien vindt?En als zij dien gevonden heeft, roept zij de vriendinnen en de geburinnen samen, zeggende: Weest blijde met mij; want ik heb den penning gevonden, dien ik verloren had.Alzo, zeg Ik ulieden, is er blijdschap voor de engelen Gods over een zondaar, die zich bekeert.
    Verder lezen
  • De gelijkenis van de ontrouwe rentmeester

    Dit artikel onderzoekt de gelijkenis van de ontrouwe rentmeester bij Lucas en merkt op dat de sluwheid van de rentmeester geprezen wordt om haar wijsheid, niet om zijn oneerlijkheid. De gelijkenis nodigt uit tot nadenken over het gebruik van praktische wijsheid in geestelijke zaken.

    Lukas 16.1-13 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Hij zeide ook tot Zijn discipelen: Er was een zeker rijk mens, welke een rentmeester had; en deze werd bij hem verklaagd, als die zijn goederen doorbracht.En hij riep hem, en zeide tot hem: Hoe hoor ik dit van u? Geef rekenschap van uw rentmeesterschap; want gij zult niet meer kunnen rentmeester zijn.En de rentmeester zeide bij zichzelven: Wat zal ik doen, dewijl mijn heer dit rentmeesterschap van mij neemt? Graven kan ik niet; te bedelen schaam ik mij.Ik weet, wat ik doen zal, opdat, wanneer ik van het rentmeesterschap afgezet zal wezen, zij mij in hun huizen ontvangen.En hij riep tot zich een iegelijk van de schuldenaars zijns heeren, en zeide tot den eersten: Hoeveel zijt gij mijn heer schuldig?En hij zeide: Honderd vaten olie. En hij zeide tot hem: Neem uw handschrift, en nederzittende, schrijf haastelijk vijftig.Daarna zeide hij tot een anderen: En gij, hoeveel zijt gij schuldig? En hij zeide: Honderd mudden tarwe. En hij zeide tot hem: Neem uw handschrift, en schrijf tachtig.En de heer prees den onrechtvaardigen rentmeester, omdat hij voorzichtiglijk gedaan had; want de kinderen dezer wereld zijn voorzichtiger, dan de kinderen des lichts, in hun geslacht.En Ik zeg ulieden: Maakt uzelven vrienden uit den onrechtvaardigen Mammon, opdat, wanneer u ontbreken zal, zij u mogen ontvangen in de eeuwige tabernakelen.Die getrouw is in het minste, die is ook in het grote getrouw; en die in het minste onrechtvaardig is, die is ook in het grote onrechtvaardig.Zo gij dan in den onrechtvaardigen Mammon niet getrouw zijt geweest, wie zal u het ware vertrouwen?En zo gij in eens anders goed niet getrouw zijt geweest, wie zal u het uwe geven?Geen huisknecht kan twee heren dienen; want of hij zal den enen haten, en den anderen liefhebben, of hij zal den enen aanhangen, en den anderen verachten; gij kunt God niet dienen en den Mammon.
    Verder lezen
  • De gelijkenis van de rijke man en Lazarus

    Het artikel analyseert de gelijkenis van de rijke man en Lazarus in het evangelie van Lucas. Bijzonder doordat er een naam, Lazarus, wordt genoemd, onderzoekt het de vraag naar Gods gerechtigheid en de gevolgen van aardse keuzes voor het hiernamaals. Lucas ordent het verhaal rond theologische lessen over het koninkrijk der hemelen en nodigt zo uit tot diepgaande bezinning op heil en medeleven.

    Lukas 16.19-31 (De Heilige Schrift 1917) :
    En er was een zeker rijk mens, en was gekleed met purper en zeer fijn lijnwaad, levende allen dag vrolijk en prachtig.En er was een zeker bedelaar, met name Lazarus, welke lag voor zijn poort vol zweren;En begeerde verzadigd te worden van de kruimkens, die van de tafel des rijken vielen; maar ook de honden kwamen en lekten zijn zweren.En het geschiedde, dat de bedelaar stierf, en van de engelen gedragen werd in den schoot van Abraham.En de rijke stierf ook, en werd begraven. En als hij in de hel zijn ogen ophief, zijnde in de pijn, zag hij Abraham van verre, en Lazarus in zijn schoot.En hij riep en zeide: Vader Abraham, ontferm u mijner, en zend Lazarus, dat hij het uiterste zijns vingers in het water dope, en verkoele mijn tong; want ik lijde smarten in deze vlam.Maar Abraham zeide: Kind, gedenk, dat gij uw goed ontvangen hebt in uw leven, en Lazarus desgelijks het kwade; en nu wordt hij vertroost, en gij lijdt smarten.En boven dit alles, tussen ons en ulieden is een grote klove gevestigd, zodat degenen, die van hier tot u willen overgaan, niet zouden kunnen, noch ook die daar zijn, van daar tot ons overkomen.En hij zeide: Ik bid u dan, vader, dat gij hem zendt tot mijns vaders huis;Want ik heb vijf broeders; dat hij hun dit betuige, opdat ook zij niet komen in deze plaats der pijniging.Abraham zeide tot hem: Zij hebben Mozes en de profeten, dat zij die horen.En hij zeide: Neen, vader Abraham, maar zo iemand van de doden tot hen heenging, zij zouden zich bekeren.Doch Abraham zeide tot hem: Indien zij Mozes en de profeten niet horen, zo zullen zij ook, al waren het, dat er iemand uit de doden opstond, zich niet laten gezeggen.
    Verder lezen
  • Onderricht over aanstoot, vergeving en geloof

    Het artikel onderzoekt het onderwijs van Jezus over struikelblokken, vergeving en geloof in Lucas 17.1-6. Jezus spoort de leerlingen aan om geen geestelijke val te veroorzaken en zonder grenzen te vergeven. Dit onderricht legt de nadruk op de verantwoordelijkheid van de gemeenschap en op de toewijding van de leerlingen aan het koninkrijk van de hemel.

    Lukas 17.1-6 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Hij zeide tot de discipelen: Het kan niet wezen, dat er geen ergernissen komen; doch wee hem, door welken zij komen;Het zoude hem nuttiger zijn, dat een molensteen om zijn hals gedaan ware, en hij in de zee geworpen, dan dat hij een van deze kleinen zou ergeren.Wacht uzelven. En indien uw broeder tegen u zondigt, zo bestraf hem; en indien het hem leed is, zo vergeef het hem.En indien hij zevenmaal daags tegen u zondigt, en zevenmaal daags tot u wederkeert, zeggende: Het is mij leed; zo zult gij het hem vergeven.En de apostelen zeiden tot den Heere: Vermeerder ons het geloof.En de Heere zeide: Zo gij een geloof hadt als een mostaardzaad, gij zoudt tegen dezen moerbezienboom zeggen: Word ontworteld, en in de zee geplant, en hij zou u gehoorzaam zijn.
    Verder lezen
  • Gelijkenis van de nutteloze dienstknechten

    Het artikel behandelt de gelijkenis van de nutteloze dienstknechten uit Lucas 17.7-10 en benadrukt het belang van nederigheid en dankbaarheid in het leven van de leerling. Jezus leert dat trouwe dienst geen erkenning van de meester verwacht en dat elk vermogen een gave van God is. Gehoorzaamheid geeft geen enkel recht en bevordert zo een houding van dankbaarheid, niet van eisen.

    Lukas 17.7-10 (De Heilige Schrift 1917) :
    En wie van u heeft een dienstknecht ploegende, of de beesten hoedende, die tot hem, als hij van den akker inkomt, terstond zal zeggen: Kom bij, en zit aan?Maar zal hij niet tot hem zeggen: Bereid, dat ik te avond zal eten, en omgord u, en dien mij, totdat ik zal gegeten en gedronken hebben; en eet en drink gij daarna?Dankt hij ook denzelven dienstknecht omdat hij gedaan heeft, hetgeen hem bevolen was? Ik meen, neen.Alzo ook gij, wanneer gij zult gedaan hebben al hetgeen u bevolen is, zo zegt: Wij zijn onnutte dienstknechten; want wij hebben maar gedaan, hetgeen wij schuldig waren te doen.
    Verder lezen
  • De genezing van de tien melaatsen

    Dit artikel behandelt de genezing van tien melaatsen door Jezus, met nadruk op dankbaarheid en insluiting, met name door een Samaritaan. De gebeurtenis benadrukt de goddelijke genade en het belang van geloof over etnische scheidslijnen heen.

    Lukas 17.11-19 (De Heilige Schrift 1917) :
    En het geschiedde, als Hij naar Jeruzalem reisde, dat Hij door het midden van Samaria en Galilea ging.En als Hij in een zeker vlek kwam, ontmoetten Hem tien melaatse mannen, welke stonden van verre;En zij verhieven hun stem, zeggende: Jezus, Meester! ontferm U onzer!En als Hij hen zag, zeide Hij tot hen: Gaat heen en vertoont uzelven den priesteren. En het geschiedde, terwijl zij heengingen, dat zij gereinigd werden.En een van hen, ziende, dat hij genezen was, keerde wederom, met grote stemme God verheerlijkende.En hij viel op het aangezicht voor Zijn voeten, Hem dankende; en dezelve was een Samaritaan;En Jezus, antwoordende, zeide: Zijn niet de tien gereinigd geworden, en waar zijn de negen?En zijn er geen gevonden, die wederkeren, om Gode eer te geven, dan deze vreemdeling?En Hij zeide tot hem: Sta op, en ga heen; uw geloof heeft u behouden.
    Verder lezen
  • Het geestelijke aspect van het koninkrijk

    Het artikel onderzoekt de uitleg van het koninkrijk van God volgens Lucas en benadrukt een vraag van de farizeeën aan Jezus over de komst ervan. In tegenstelling tot een voorwaardelijke opvatting wijst de Griekse tekst op een vraag in de tegenwoordige tijd. Jezus maakt duidelijk dat het koninkrijk onopvallend wordt gevestigd en alleen waarneembaar is voor wie geestelijk ontvankelijk is.

    Lukas 17.20-21 (De Heilige Schrift 1917) :
    En gevraagd zijnde van de Farizeen, wanneer het Koninkrijk Gods komen zou, heeft Hij hun geantwoord en gezegd: Het Koninkrijk Gods komt niet met uiterlijk gelaat.En men zal niet zeggen: Ziet hier, of ziet daar, want, ziet, het Koninkrijk Gods is binnen ulieden.
    Verder lezen
  • De Messias Jezus kondigt zijn tweede komst aan

    Het artikel analyseert Lucas 17:22-37, waarin Jezus zijn tweede komst aankondigt. In tegenstelling tot de rede op de Olijfberg waarschuwt dit unieke onderricht tegen valse messiassen en illustreert het het plotselinge van zijn komst met verwijzingen naar de dagen van Noach en Lot.

    Lukas 17.22-37 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Hij zeide tot de discipelen: Er zullen dagen komen, wanneer gij zult begeren een der dagen van den Zoon des mensen te zien, en gij zult dien niet zien.En zij zullen tot u zeggen: Ziet hier, of ziet daar is Hij; gaat niet heen, en volgt niet.Want gelijk de bliksem, die van het ene einde onder den hemel bliksemt, tot het andere onder den hemel schijnt, alzo zal ook de Zoon des mensen wezen in Zijn dag.Maar eerst moet Hij veel lijden, en verworpen worden van dit geslacht.En gelijk het geschied is in de dagen van Noach, alzo zal het ook zijn in de dagen van den Zoon des mensen.Zij aten, zij dronken, zij namen ten huwelijk, zij werden ten huwelijk gegeven, tot den dag, op welken Noach in de ark ging, en de zondvloed kwam, en verdierf ze allen.Desgelijks ook, gelijk het geschiedde in de dagen van Lot; zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden;Maar op den dag, op welken Lot van Sodom uitging, regende het vuur en sulfer van den hemel, en verdierf ze allen.Even alzo zal het zijn in den dag, op welken de Zoon des mensen geopenbaard zal worden.In dienzelven dag, wie op het dak zal zijn, en zijn huisraad in huis, die kome niet af, om hetzelve weg te nemen; en wie op den akker zijn zal, die kere desgelijks niet naar hetgeen, dat achter is.Gedenkt aan de vrouw van Lot.Zo wie zijn leven zal zoeken te behouden, die zal het verliezen; en zo wie hetzelve zal verliezen, die zal het in het leven behouden.Ik zeg u: In dien nacht zullen twee op een bed zijn; de een zal aangenomen, en de ander zal verlaten worden.Twee vrouwen zullen te zamen malen; de ene zal aangenomen, en de andere zal verlaten worden.Twee zullen op den akker zijn; de een zal aangenomen, en de ander zal verlaten worden.En zij antwoordden en zeiden tot Hem: Waar, Heere? En Hij zeide tot hen: Waar het lichaam is, aldaar zullen de arenden vergaderd worden.
    Verder lezen
  • De gelijkenis van de onrechtvaardige rechter

    Het artikel onderzoekt de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter (Lucas 18,1-8), die draait om volharding in het gebed en het uitzien naar het Koninkrijk. Het onderstreept de unieke verhaalstructuur van Lucas, die gelijkenissen bijeenbrengt om zijn theologie over geloof en goddelijke gerechtigheid te verdiepen.

    Lukas 18.1-8 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Hij zeide ook een gelijkenis tot hen, daartoe strekkende, dat men altijd bidden moet, en niet vertragen;Zeggende: Er was een zeker rechter in een stad, die God niet vreesde, en geen mens ontzag.En er was een zekere weduwe in dezelfde stad, en zij kwam tot hem, zeggende: Doe mij recht tegen mijn wederpartij.En hij wilde voor een langen tijd niet; maar daarna zeide hij bij zichzelven: Hoewel ik God niet vreze, en geen mens ontzie;Nochtans, omdat deze weduwe mij moeielijk valt, zo zal ik haar recht doen, opdat zij niet eindelijk kome, en mij het hoofd breke.En de Heere zeide: Hoort, wat de onrechtvaardige rechter zegt.Zal God dan geen recht doen Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen, hoewel Hij lankmoedig is over hen?Ik zeg u, dat Hij hun haastelijk recht doen zal. Doch de Zoon des mensen, als Hij komt, zal Hij ook geloof vinden op de aarde?
    Verder lezen
  • Vertrek naar Betanië aan de overzijde van de Jordaan

    Het artikel beschrijft de reis van Jezus van Jeruzalem naar Betanië, met tussenstops in Betanië aan de overzijde van de Jordaan en in Jericho, waar hij wonderen verricht. Opzettelijk uitgesteld arriveert Jezus en wekt hij Lazarus op, wat een reactie van de religieuze autoriteiten uitlokt.

    Lukas 18.35-43 (De Heilige Schrift 1917) :
    En het geschiedde, als Hij nabij Jericho kwam, dat een zeker blinde aan den weg zat, bedelende.En deze, horende de schare voorbijgaan, vraagde, wat dat ware.En zij boodschapten hem, dat Jezus de Nazarener voorbijging.En hij riep, zeggende: Jezus, Gij Zone Davids, ontferm U mijner!En die voorbijgingen, bestraften hem, opdat hij zwijgen zou; maar hij riep zoveel te meer: Zone Davids, ontferm U mijner!En Jezus, stilstaande, beval, dat men denzelven tot Hem brengen zou; en als hij nabij Hem gekomen was, vraagde Hij hem,Zeggende: Wat wilt gij, dat Ik u doen zal? En hij zeide: Heere! dat ik ziende mag worden.En Jezus zeide tot hem: Word ziende; uw geloof heeft u behouden.En terstond werd hij ziende, en volgde Hem, God verheerlijkende. En al het volk, dat ziende, gaf Gode lof.
    Verder lezen
  • De Messias Jezus zegent kleine kinderen

    Het artikel onderzoekt hoe Jezus de kinderen zegent, in Betanië, na het feest van de Inwijding. Deze gebeurtenis wordt beschreven in de synoptische evangeliën en laat zien hoe belangrijk kinderen zijn in het Koninkrijk van God, ondanks de terughoudendheid van de discipelen.

    Johannes 11.1-53 (De Heilige Schrift 1917) :
    En er was een zeker man krank, genaamd Lazarus, van Bethanie, uit het vlek van Maria en haar zuster Martha.(Maria nu was degene, die den Heere gezalfd heeft met zalf, en Zijn voeten afgedroogd heeft met haar haren; welker broeder Lazarus krank was.)Zijn zusters dan zonden tot Hem, zeggende: Heere, zie, dien Gij liefhebt, is krank.En Jezus, dat horende, zeide: Deze krankheid is niet tot den dood, maar ter heerlijkheid Gods; opdat de Zone Gods door dezelve verheerlijkt worde.Jezus nu had Martha, en haar zuster, en Lazarus lief.Als Hij dan gehoord had, dat hij krank was, toen bleef Hij nog twee dagen in de plaats, waar Hij was.Daarna zeide Hij verder tot de discipelen: Laat ons wederom naar Judea gaan.De discipelen zeiden tot Hem: Rabbi! de Joden hebben U nu onlangs gezocht te stenigen, en gaat Gij wederom derwaarts?Jezus antwoordde: Zijn er niet twaalf uren in den dag? Indien iemand in den dag wandelt, zo stoot hij zich niet, overmits hij het licht dezer wereld ziet;Maar indien iemand in den nacht wandelt, zo stoot hij zich, overmits het licht in hem niet is.Dit sprak Hij; en daarna zeide Hij tot hen: Lazarus, onze vriend, slaapt; maar Ik ga heen, om hem uit den slaap op te wekken.Zijn discipelen dan zeiden: Heere, indien hij slaapt, zo zal hij gezond worden.Doch Jezus had gesproken van zijn dood; maar zij meenden, dat Hij sprak van de rust des slaaps.Toen zeide dan Jezus tot hen vrijuit: Lazarus is gestorven.En Ik ben blijde om uwentwil, dat Ik daar niet geweest ben, opdat gij geloven moogt; doch laat ons tot hem gaan.Thomas dan, genaamd Didymus, zeide tot zijn medediscipelen: Laat ons ook gaan, opdat wij met Hem sterven.Jezus dan, gekomen zijnde, vond, dat hij nu vier dagen in het graf geweest was.(Bethanie nu was nabij Jeruzalem, omtrent vijftien stadien van daar.)En velen uit de Joden waren gekomen tot Martha en Maria, opdat zij haar vertroosten zouden over haar broeder.Martha dan, als zij hoorde, dat Jezus kwam, ging Hem tegemoet; doch Maria bleef in huis zitten.Zo zeide Martha dan tot Jezus: Heere, waart Gij hier geweest, zo ware mijn broeder niet gestorven;Maar ook nu weet ik, dat alles, wat Gij van God begeren zult, God U het geven zal.Jezus zeide tot haar: Uw broeder zal wederopstaan.Martha zeide tot Hem: Ik weet, dat hij opstaan zal in de opstanding ten laatsten dage.Jezus zeide tot haar: Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven;En een iegelijk, die leeft, en in Mij gelooft, zal niet sterven in der eeuwigheid. Gelooft gij dat?Zij zeide tot Hem: Ja, Heere; ik heb geloofd, dat Gij zijt de Christus, de Zone Gods, Die in de wereld komen zou.En dit gezegd hebbende, ging zij heen, en riep Maria, haar zuster, heimelijk, zeggende: De Meester is daar, en Hij roept u.Deze, als zij dat hoorde, stond haastelijk op, en ging tot Hem.(Jezus nu was nog in het vlek niet gekomen, maar was in de plaats, waar Hem Martha tegemoet gekomen was.)De Joden dan, die met haar in het huis waren, en haar vertroostten, ziende Maria, dat zij haastelijk opstond en uitging, volgden haar, zeggende: Zij gaat naar het graf, opdat zij aldaar wene.Maria dan, als zij kwam, waar Jezus was, en Hem zag, viel aan Zijn voeten, zeggende tot Hem: Heere, indien Gij hier geweest waart, zo ware mijn broeder niet gestorven.Jezus dan, als Hij haar zag wenen, en de Joden, die met haar kwamen, ook wenen, werd zeer bewogen in den geest, en ontroerde Zichzelven;En zeide: Waar hebt gij hem gelegd? Zij zeiden tot Hem: Heere, kom en zie het.Jezus weende.De Joden dan zeiden: Ziet, hoe lief Hij hem had!En sommigen uit hen zeiden: Kon Hij, Die de ogen des blinden geopend heeft, niet maken, dat ook deze niet gestorven ware?Jezus dan wederom in Zichzelven zeer bewogen zijnde, kwam tot het graf; en het was een spelonk, en een steen was daarop gelegd.Jezus zeide: Neemt den steen weg. Martha, de zuster des gestorvenen, zeide tot Hem: Heere, hij riekt nu al, want hij heeft vier dagen aldaar gelegen.Jezus zeide tot haar: Heb Ik u niet gezegd, dat, zo gij gelooft, gij de heerlijkheid Gods zien zult?Zij namen dan den steen weg, waar de gestorvene lag. En Jezus hief de ogen opwaarts, en zeide: Vader, Ik dank U, dat Gij Mij gehoord hebt.Doch Ik wist, dat Gij Mij altijd hoort; maar om der schare wil, die rondom staat, heb Ik dit gezegd, opdat zij zouden geloven, dat Gij Mij gezonden hebt.En als Hij dit gezegd had, riep Hij met grote stemme: Lazarus, kom uit!En de gestorvene kwam uit, gebonden aan handen en voeten met grafdoeken, en zijn aangezicht was omwonden met een zweetdoek. Jezus zeide tot hen: Ontbindt hem, en laat hem heengaan.Velen dan uit de Joden, die tot Maria gekomen waren, en aanschouwd hadden, hetgeen Jezus gedaan had, geloofden in Hem.Maar sommigen van hen gingen tot de Farizeen, en zeiden tot hen, hetgeen Jezus gedaan had.De overpriesters dan en de Farizeen vergaderden den raad, en zeiden: Wat zullen wij doen? want deze Mens doet vele tekenen.Indien wij Hem alzo laten geworden, zij zullen allen in Hem geloven, en de Romeinen zullen komen, en wegnemen beide onze plaats en volk.En een uit hen, namelijk Kajafas, die deszelven jaars hogepriester was, zeide tot hen: Gij verstaat niets;En gij overlegt niet, dat het ons nut is, dat een mens sterve voor het volk, en het gehele volk niet verloren ga.En dit zeide hij niet uit zichzelven; maar, zijnde hogepriester deszelven jaars, profeteerde hij, dat Jezus sterven zou voor het volk;En niet alleen voor dat volk, maar opdat Hij ook de kinderen Gods, die verstrooid waren, tot een zou vergaderen.Van dien dag dan af beraadslaagden zij te zamen, dat zij Hem doden zouden.
    Verder lezen
  • De rijke jongeman

    Dit artikel analyseert de ontmoeting van de rijke jongeman met Jezus, een perikoop uit de evangeliën van Matteüs, Marcus en Lucas. Het belicht Jezus' onderwijs over het loslaten van materiële zaken en over geloof, en plaatst de gebeurtenis tegelijk in een historische context tussen Chanoeka en Pesach.

    Johannes 11.1-54 (De Heilige Schrift 1917) :
    En er was een zeker man krank, genaamd Lazarus, van Bethanie, uit het vlek van Maria en haar zuster Martha.(Maria nu was degene, die den Heere gezalfd heeft met zalf, en Zijn voeten afgedroogd heeft met haar haren; welker broeder Lazarus krank was.)Zijn zusters dan zonden tot Hem, zeggende: Heere, zie, dien Gij liefhebt, is krank.En Jezus, dat horende, zeide: Deze krankheid is niet tot den dood, maar ter heerlijkheid Gods; opdat de Zone Gods door dezelve verheerlijkt worde.Jezus nu had Martha, en haar zuster, en Lazarus lief.Als Hij dan gehoord had, dat hij krank was, toen bleef Hij nog twee dagen in de plaats, waar Hij was.Daarna zeide Hij verder tot de discipelen: Laat ons wederom naar Judea gaan.De discipelen zeiden tot Hem: Rabbi! de Joden hebben U nu onlangs gezocht te stenigen, en gaat Gij wederom derwaarts?Jezus antwoordde: Zijn er niet twaalf uren in den dag? Indien iemand in den dag wandelt, zo stoot hij zich niet, overmits hij het licht dezer wereld ziet;Maar indien iemand in den nacht wandelt, zo stoot hij zich, overmits het licht in hem niet is.Dit sprak Hij; en daarna zeide Hij tot hen: Lazarus, onze vriend, slaapt; maar Ik ga heen, om hem uit den slaap op te wekken.Zijn discipelen dan zeiden: Heere, indien hij slaapt, zo zal hij gezond worden.Doch Jezus had gesproken van zijn dood; maar zij meenden, dat Hij sprak van de rust des slaaps.Toen zeide dan Jezus tot hen vrijuit: Lazarus is gestorven.En Ik ben blijde om uwentwil, dat Ik daar niet geweest ben, opdat gij geloven moogt; doch laat ons tot hem gaan.Thomas dan, genaamd Didymus, zeide tot zijn medediscipelen: Laat ons ook gaan, opdat wij met Hem sterven.Jezus dan, gekomen zijnde, vond, dat hij nu vier dagen in het graf geweest was.(Bethanie nu was nabij Jeruzalem, omtrent vijftien stadien van daar.)En velen uit de Joden waren gekomen tot Martha en Maria, opdat zij haar vertroosten zouden over haar broeder.Martha dan, als zij hoorde, dat Jezus kwam, ging Hem tegemoet; doch Maria bleef in huis zitten.Zo zeide Martha dan tot Jezus: Heere, waart Gij hier geweest, zo ware mijn broeder niet gestorven;Maar ook nu weet ik, dat alles, wat Gij van God begeren zult, God U het geven zal.Jezus zeide tot haar: Uw broeder zal wederopstaan.Martha zeide tot Hem: Ik weet, dat hij opstaan zal in de opstanding ten laatsten dage.Jezus zeide tot haar: Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven;En een iegelijk, die leeft, en in Mij gelooft, zal niet sterven in der eeuwigheid. Gelooft gij dat?Zij zeide tot Hem: Ja, Heere; ik heb geloofd, dat Gij zijt de Christus, de Zone Gods, Die in de wereld komen zou.En dit gezegd hebbende, ging zij heen, en riep Maria, haar zuster, heimelijk, zeggende: De Meester is daar, en Hij roept u.Deze, als zij dat hoorde, stond haastelijk op, en ging tot Hem.(Jezus nu was nog in het vlek niet gekomen, maar was in de plaats, waar Hem Martha tegemoet gekomen was.)De Joden dan, die met haar in het huis waren, en haar vertroostten, ziende Maria, dat zij haastelijk opstond en uitging, volgden haar, zeggende: Zij gaat naar het graf, opdat zij aldaar wene.Maria dan, als zij kwam, waar Jezus was, en Hem zag, viel aan Zijn voeten, zeggende tot Hem: Heere, indien Gij hier geweest waart, zo ware mijn broeder niet gestorven.Jezus dan, als Hij haar zag wenen, en de Joden, die met haar kwamen, ook wenen, werd zeer bewogen in den geest, en ontroerde Zichzelven;En zeide: Waar hebt gij hem gelegd? Zij zeiden tot Hem: Heere, kom en zie het.Jezus weende.De Joden dan zeiden: Ziet, hoe lief Hij hem had!En sommigen uit hen zeiden: Kon Hij, Die de ogen des blinden geopend heeft, niet maken, dat ook deze niet gestorven ware?Jezus dan wederom in Zichzelven zeer bewogen zijnde, kwam tot het graf; en het was een spelonk, en een steen was daarop gelegd.Jezus zeide: Neemt den steen weg. Martha, de zuster des gestorvenen, zeide tot Hem: Heere, hij riekt nu al, want hij heeft vier dagen aldaar gelegen.Jezus zeide tot haar: Heb Ik u niet gezegd, dat, zo gij gelooft, gij de heerlijkheid Gods zien zult?Zij namen dan den steen weg, waar de gestorvene lag. En Jezus hief de ogen opwaarts, en zeide: Vader, Ik dank U, dat Gij Mij gehoord hebt.Doch Ik wist, dat Gij Mij altijd hoort; maar om der schare wil, die rondom staat, heb Ik dit gezegd, opdat zij zouden geloven, dat Gij Mij gezonden hebt.En als Hij dit gezegd had, riep Hij met grote stemme: Lazarus, kom uit!En de gestorvene kwam uit, gebonden aan handen en voeten met grafdoeken, en zijn aangezicht was omwonden met een zweetdoek. Jezus zeide tot hen: Ontbindt hem, en laat hem heengaan.Velen dan uit de Joden, die tot Maria gekomen waren, en aanschouwd hadden, hetgeen Jezus gedaan had, geloofden in Hem.Maar sommigen van hen gingen tot de Farizeen, en zeiden tot hen, hetgeen Jezus gedaan had.De overpriesters dan en de Farizeen vergaderden den raad, en zeiden: Wat zullen wij doen? want deze Mens doet vele tekenen.Indien wij Hem alzo laten geworden, zij zullen allen in Hem geloven, en de Romeinen zullen komen, en wegnemen beide onze plaats en volk.En een uit hen, namelijk Kajafas, die deszelven jaars hogepriester was, zeide tot hen: Gij verstaat niets;En gij overlegt niet, dat het ons nut is, dat een mens sterve voor het volk, en het gehele volk niet verloren ga.En dit zeide hij niet uit zichzelven; maar, zijnde hogepriester deszelven jaars, profeteerde hij, dat Jezus sterven zou voor het volk;En niet alleen voor dat volk, maar opdat Hij ook de kinderen Gods, die verstrooid waren, tot een zou vergaderen.Van dien dag dan af beraadslaagden zij te zamen, dat zij Hem doden zouden.Jezus dan wandelde niet meer vrijelijk onder de Joden; maar ging van daar naar het land bij de woestijn, naar de stad, genaamd Efraim, en verkeerde aldaar met Zijn discipelen.
    Verder lezen
  • Het heil en de rijkdom

    Dit artikel onderzoekt het onderwijs van Jezus over rijkdom en redding, aan de hand van bijbelse gebeurtenissen tussen Chanoeka en Pesach. Verhalen over genezingen en roepingen, zoals dat van Bartimeüs en Zacheüs, werpen licht op de zending van Jezus in Jericho, gekenmerkt door de opwekking van Lazarus en de verstrekkende gevolgen daarvan.

    Mattheüs 19.23-26 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Jezus zeide tot Zijn discipelen: Voorwaar, Ik zeg u, dat een rijke bezwaarlijk in het Koninkrijk der hemelen zal ingaan.En wederom zeg Ik u: Het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke inga in het Koninkrijk Gods.Zijn discipelen nu, dit horende, werden zeer verslagen, zeggende: Wie kan dan zalig worden?En Jezus, hen aanziende, zeide tot hen: Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk.
    Verder lezen
  • De beloning van de apostelen

    Het artikel onderzoekt de beloningen van de apostelen volgens de evangeliën tussen Chanoeka en Pesach. Jezus gaat naar Jericho en in de buurt van de Jordaan, geneest en onderwijst, en wekt met name Lazarus op. Deze daden lokken een vijandige reactie uit bij de religieuze autoriteiten.

    Lukas 18.28-30 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Petrus zeide: Zie, wij hebben alles verlaten, en zijn U gevolgd.En Hij zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg ulieden, dat er niemand is, die verlaten heeft huis, of ouders, of broeders, of vrouw, of kinderen, om het Koninkrijk Gods;Die niet zal veelvoudig weder ontvangen in dezen tijd, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven.
    Verder lezen
  • De Messias Jezus kondigt opnieuw zijn dood en opstanding aan

    Dit artikel onderzoekt de periode tussen Chanoeka en Pesach en belicht de onderwijzing van Jezus, zijn voorspelling van zijn dood en opstanding, en wonderen zoals de opwekking van Lazarus, die hoop en conflict teweegbrachten.

    Johannes 10.22-23 (De Heilige Schrift 1917) :
    En het was het feest der vernieuwing des tempels te Jeruzalem; en het was winter.En Jezus wandelde in den tempel, in het voorhof van Salomo.
    Verder lezen
  • Het verzoek van Salome, de vrouw van Zebedeüs, voor haar zonen

    Het artikel behandelt het verzoek van Salome voor haar zonen en de geografische route van Jezus. Dit verhaal speelt zich af in februari van het jaar 33, tijdens de reis van Jezus van Jericho naar Betanië. De gebeurtenis laat de spanning zien tussen menselijk begrip en de profetieën. Jezus kondigt zijn naderende dood aan in zijn antwoord aan Salome, wat de geestelijke waarden van het koninkrijk van God zichtbaar maakt.

    Johannes 11.17 (De Heilige Schrift 1917) :
    Jezus dan, gekomen zijnde, vond, dat hij nu vier dagen in het graf geweest was.
    Verder lezen
  • Genezingen van blinden bij Jericho

    Het artikel behandelt de genezingen van blinden door Jezus bij Jericho. Geplaatst in de context van de synoptische evangeliën onderzoekt het de chronologische en theologische uitleg van deze gebeurtenissen, waarbij de erkenning van Jezus als Messias en zijn tocht naar Jeruzalem in het jaar 33 n.Chr. worden benadrukt.

    Markus 10.46-53 (De Heilige Schrift 1917) :
    En zij kwamen te Jericho. En als Hij en Zijn discipelen, en een grote schare van Jericho uitging, zat de zoon van Timeus, Bar-timeus, de blinde, aan den weg, bedelende.En horende, dat het Jezus de Nazarener was, begon hij te roepen en te zeggen: Jezus, Gij Zone Davids! ontferm U mijner.En velen bestraften hem, opdat hij zwijgen zou; maar hij riep zoveel temeer: Gij Zone Davids! ontferm U mijner.En Jezus, stil staande, zeide, dat men hem roepen zou; en zij riepen den blinde, zeggende tot hem: Heb goeden moed; sta op; Hij roept u.En hij, zijn mantel afgeworpen hebbende, stond op, en kwam tot Jezus.En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Wat wilt gij, dat Ik u doen zal? En de blinde zeide tot Hem: Rabboni! dat ik ziende mag worden.En Jezus zeide tot hem: Ga heen, uw geloof heeft u behouden. En terstond werd hij ziende, en volgde Jezus op den weg.
    Verder lezen
  • Zacheüs wil de Messias Jezus zien

    Het artikel onderzoekt het verhaal van Zacheüs in Jericho, die, verlangend om Jezus te zien, in een wilde vijgenboom klimt. Jezus merkt Zacheüs op en verblijft bij hem thuis, waarmee hij zijn opdracht van verlossing belichaamt. Dit verhaal past in de periode tussen Chanoeka en Pesach en omvat sleutelgebeurtenissen zoals het wonder van Lazarus. Het artikel biedt een exegetische en theologische analyse en benadrukt de universele dimensie van Jezus’ boodschap.

    Johannes 10.40-42 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Hij ging wederom over de Jordaan, tot de plaats, waar Johannes eerst doopte; en Hij bleef aldaar.En velen kwamen tot Hem, en zeiden: Johannes deed wel geen teken; maar alles, wat Johannes van Dezen zeide, was waar.En velen geloofden aldaar in Hem.
    Verder lezen
  • De opwekking van Lazarus

    Jezus wekt Lazarus op in Betanië en openbaart zo zijn goddelijke macht over de dood, als opmaat naar Pesach. Tussen Chanoeka en Pesach, na twee dagen van overpeinzing, maakt Jezus de veelbetekenende reis met opvallende ontmoetingen in Jericho, die het nabije lijden aankondigt. De reactie van de religieuze autoriteiten op dit wonder versnelt de kruisiging van Jezus.

    Johannes 11.38-44 (De Heilige Schrift 1917) :
    Jezus dan wederom in Zichzelven zeer bewogen zijnde, kwam tot het graf; en het was een spelonk, en een steen was daarop gelegd.Jezus zeide: Neemt den steen weg. Martha, de zuster des gestorvenen, zeide tot Hem: Heere, hij riekt nu al, want hij heeft vier dagen aldaar gelegen.Jezus zeide tot haar: Heb Ik u niet gezegd, dat, zo gij gelooft, gij de heerlijkheid Gods zien zult?Zij namen dan den steen weg, waar de gestorvene lag. En Jezus hief de ogen opwaarts, en zeide: Vader, Ik dank U, dat Gij Mij gehoord hebt.Doch Ik wist, dat Gij Mij altijd hoort; maar om der schare wil, die rondom staat, heb Ik dit gezegd, opdat zij zouden geloven, dat Gij Mij gezonden hebt.En als Hij dit gezegd had, riep Hij met grote stemme: Lazarus, kom uit!En de gestorvene kwam uit, gebonden aan handen en voeten met grafdoeken, en zijn aangezicht was omwonden met een zweetdoek. Jezus zeide tot hen: Ontbindt hem, en laat hem heengaan.
    Verder lezen
  • Complot tegen de Messias Jezus, die zich terugtrekt naar Efraïm

    Dit artikel beschrijft het complot van de Joodse autoriteiten tegen Jezus na de opwekking van Lazarus. Geconfronteerd met de dreiging die zij in de wonderen van Jezus zien, besluiten zij hem te doden. Jezus trekt zich terug naar Efraïm met het oog op de kruisiging, terwijl het complot zich paradoxaal voegt naar het goddelijke plan.

    Johannes 11.54 (De Heilige Schrift 1917) :
    Jezus dan wandelde niet meer vrijelijk onder de Joden; maar ging van daar naar het land bij de woestijn, naar de stad, genaamd Efraim, en verkeerde aldaar met Zijn discipelen.
    Verder lezen

De laatste week vóór de arrestatie

  • Aankomst bij Lazarus, Martha en Maria

    Dit artikel onderzoekt de aankomst van Jezus in Betanië en belicht het belang van dit moment vóór het lijden. Betanië, een plaats van rust en vriendschap, vormt een contrast met de roerige gebeurtenissen in Jeruzalem. Het artikel richt zich op de symboliek van deze laatste etappe in de zending van Jezus, zoals die door het evangelie volgens Johannes wordt verteld.

    Johannes 12.1 (De Heilige Schrift 1917) :
    Jezus dan kwam zes dagen voor het pascha te Bethanie, daar Lazarus was, die gestorven was geweest, welken Hij opgewekt had uit de doden.
    Verder lezen
  • De komst van de Joden uit de stad Jeruzalem

    Het artikel behandelt de komst van Joden naar Betanië om Jezus te zien, nu het lijden nadert. Gezien zijn groeiende populariteit overwegen de religieuze autoriteiten zijn arrestatie, terwijl het verraad van Judas wordt voorbereid.

    Johannes 12.9-11 (De Heilige Schrift 1917) :
    Een grote schare dan der Joden verstond, dat Hij aldaar was; en zij kwamen, niet alleen om Jezus' wil, maar opdat zij ook Lazarus zouden zien, dien Hij uit de doden opgewekt had.En de overpriesters beraadslaagden, dat zij ook Lazarus doden zouden.Want velen van de Joden gingen heen om zijnentwil, en geloofden in Jezus.
    Verder lezen
  • Maria van Betanië zalft de Messias Jezus

    Maria van Betanië zalft Jezus met kostbare parfum in Betanië, als teken van zijn nabije begrafenis. Deze daad, bekritiseerd door Judas Iskariot en andere discipelen, wordt door Jezus verdedigd en belicht in de analyse van de evangeliën volgens Matteüs, Marcus en Johannes. De tekst bespreekt ook de chronologische en gemeenschappelijke implicaties van deze bijbelse gebeurtenis.

    Johannes 12.2-8 (De Heilige Schrift 1917) :
    Zij bereidden Hem dan aldaar een avondmaal, en Martha diende; en Lazarus was een van degenen, die met Hem aanzaten.Maria dan, genomen hebbende een pond zalf van onvervalsten, zeer kostelijken nardus, heeft de voeten van Jezus gezalfd, en met haar haren Zijn voeten afgedroogd; en het huis werd vervuld van den reuk der zalf.Zo zeide dan een van Zijn discipelen, namelijk Judas, Simons zoon, Iskariot, die Hem verraden zou:Waarom is deze zalf niet verkocht voor driehonderd penningen, en den armen gegeven?En dit zeide hij, niet omdat hij bezorgd was voor de armen, maar omdat hij een dief was, en de beurs had, en droeg hetgeen gegeven werd.Jezus dan zeide: Laat af van haar; zij heeft dit bewaard tegen den dag Mijner begrafenis.Want de armen hebt gijlieden altijd met u, maar Mij hebt gij niet altijd.
    Verder lezen
  • Het verraad van Judas Iskariot

    Het artikel onderzoekt het verraad van Judas Iskariot aan Jezus, een daad die voortkwam uit een gevoel van onverenigbaarheid en frustratie. Judas, die weet dat de autoriteiten Jezus willen arresteren, werkt met hen samen om Jezus aan te geven voor 30 zilverstukken. Het artikel analyseert de evangelieverhalen van Matteüs, Marcus en Lucas, die de daden van Judas beschrijven en de gevolgen ervan voor de gebeurtenissen die tot de arrestatie van Jezus leidden.

    Markus 14.10-11 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Judas Iskariot, een van de twaalven, ging heen tot de overpriesters, opdat hij Hem hun zou overleveren.En zij, dat horende, waren verblijd, en beloofden hem geld te geven; en hij zocht, hoe hij Hem bekwamelijk overleveren zou.
    Verder lezen
  • Terugkeer naar Jeruzalem en oponthoud in Betfage

    Het artikel analyseert de aankomst van Jezus in Betfage, een strategische halte vóór Jeruzalem. Jezus stuurt twee discipelen om een ezelsveulen te halen om een messiaanse profetie te vervullen. Betfage, het „huis van de vijgen”, is van cruciaal belang in het verhaal van de evangeliën.

    Mattheüs 21.1-5 (De Heilige Schrift 1917) :
    En als zij nu Jeruzalem genaakten, en gekomen waren te Beth-fage, aan den Olijfberg, toen zond Jezus twee discipelen,(21:1) zeggende tot hen: (21:2) Gaat heen in het vlek, dat tegen u over ligt, en gij zult terstond een ezelin gebonden vinden, en een veulen met haar; ontbindt ze, en brengt ze tot Mij.En indien u iemand iets zegt, zo zult gij zeggen, dat de Heere deze van node heeft, en hij zal ze terstond zenden.Dit alles nu is geschied, opdat vervuld worde, hetgeen gesproken is door den profeet, zeggende:Zegt der dochter Sions: Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en een veulen, zijnde een jong ener jukdragende ezelin.
    Verder lezen
  • De terugkeer naar Betanië

    Na zijn triomfantelijke intocht in Jeruzalem verlaat Jezus bij het vallen van de avond de stad om met zijn twaalf leerlingen, onder wie Judas, terug te keren naar Betanië. Dit voorval, vooral verteld door Marcus (11.11) en Matteüs (21.17) en gesitueerd op zondag 27 maart van het jaar 33, illustreert het ritme van de laatste week: dagen in de Tempel, nachten bij Betanië. De leerlingen maken van deze tochten gebruik om hun Meester te vragen naar de betekenis van zijn messiaanse daden.

    Mattheüs 21.17 (De Heilige Schrift 1917) :
    En hen verlatende, ging Hij van daar uit de stad, naar Bethanie, en overnachtte aldaar.
    Verder lezen
  • Vervloeking van de onvruchtbare vijgenboom

    Op maandag 28 maart 33, op de weg van Betanië naar Jeruzalem, vervloekt de Messias Jezus een vijgenboom die vol bladeren zit maar geen vrucht draagt, en die onmiddellijk verdort. Deze daad, die door Matteüs en Marcus wordt verteld, is een gelijkeniswonder dat Israël symboliseert: veel religieus uiterlijk, maar geen echte vruchtbaarheid. Doordat dit voorval bij Marcus de reiniging van de tempel omlijst, kondigt het Gods oordeel aan over een onvruchtbare vroomheid.

    Mattheüs 21.18-19 (De Heilige Schrift 1917) :
    En des morgens vroeg, als Hij wederkeerde naar de stad, hongerde Hem.En ziende, een vijgeboom aan den weg, ging Hij naar hem toe, en vond niets aan denzelven, dan alleenlijk bladeren; en zeide tot hem: Uit u worde geen vrucht meer in der eeuwigheid! En de vijgeboom verdorde terstond.
    Verder lezen
  • Dagelijks onderricht in de tempel

    Perikoop 286 beschrijft het dagelijkse onderricht van Jezus in de tempel van Jeruzalem tijdens de paasweek (maandag 28 maart 33 n.Chr.). Zij is voornamelijk gebaseerd op Lucas 19,47-48 en toont de groeiende tegenstelling tussen de bewonderende menigten en de vijandige godsdienstige leiders — schriftgeleerden, overpriesters, sadduceeën en farizeeën — die Jezus het zwijgen willen opleggen, omdat zijn boodschap van het Koninkrijk van God hun gevestigde macht bedreigt.

    Lukas 19.47-48 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Hij leerde dagelijks in den tempel; en de overpriesters, en de Schriftgeleerden, en de oversten des volks zochten Hem te doden.En zij vonden niet, wat zij doen zouden; want al het volk hing Hem aan, en hoorde Hem.
    Verder lezen
  • De terugkeer, opnieuw, naar Betanië

    PER287 beschrijft de terugkeer van Jezus en zijn leerlingen naar Betanië na een dag in de tempel van Jeruzalem, op maandag 28 maart 33 n.Chr. Deze episode, die vooral door Marcus 11.19 wordt getuigd, werpt licht op de nachtelijke routine van de groep rond Marta, Maria en Lazarus. Het artikel behandelt de verspreide gastvrijheid, de rol van de vrouwen, de dagelijkse heen- en terugreizen tussen Betanië en Jeruzalem en het onbegrip van de leerlingen bij de aankondigingen van het lijden.

    Markus 9.31 (De Heilige Schrift 1917) :
    Want Hij leerde Zijn discipelen, en zeide tot hen: De Zoon des mensen zal overgeleverd worden in de handen der mensen, en zij zullen Hem doden, en gedood zijnde, zal Hij ten derden dage wederopstaan.
    Verder lezen
  • De vijgenboom is verdord

    De dag nadat de vijgenboom vervloekt was, ontdekken de discipelen dat de boom volledig verdord is. Jezus grijpt de gelegenheid aan om te onderwijzen over de kracht van het geloof en het belang van vergeving. Daarbij verbeeldt de vijgenboom in de Schrift Israël, en zijn verdorring wijst vooruit op het oordeel dat veertig jaar later met de verwoesting van de tempel over het volk zou komen. Geloof en vergeving blijven de onwrikbare waarden die Jezus naar voren brengt.

    Joël 1.7 (De Heilige Schrift 1917) :
    Het heeft mijn wijnstok gesteld tot een verwoesting, en mijn vijgeboom tot schuim; het heeft hem ganselijk ontbloot en nedergeworpen, zijn ranken zijn wit geworden.
    Verder lezen

De tegenstrijdigheden

  • De twijfels van Johannes de Doper?

    Het artikel onderzoekt de zogenaamde tegenspraak tussen de evangeliën van Johannes en Matteüs over de erkenning van Jezus als de Messias door Johannes de Doper. Het besluit dat het niet om een tegenspraak gaat, maar om een groeiend inzicht tegenover onvervulde messiaanse verwachtingen.

    Johannes 1.32-34 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Johannes getuigde, zeggende: Ik heb den Geest zien nederdalen uit den hemel, gelijk een duif, en bleef op Hem.En ik kende Hem niet; maar Die mij gezonden heeft, om te dopen met water, Die had mij gezegd: Op Welken gij den Geest zult zien nederdalen, en op Hem blijven, Deze is het, Die met den Heiligen Geest doopt.En ik heb gezien, en heb getuigd, dat Deze de Zoon van God is.
    Verder lezen
  • De reiniging van de tempel?

    Het artikel onderzoekt het schijnbare verschil tussen Matteüs en Marcus over de reiniging van de tempel door Jezus. Matteüs beschrijft een onmiddellijke handeling, terwijl Marcus twee dagen onderscheidt. De analyse laat zien dat Matteüs een thematische benadering volgt om het gezag van Jezus te tonen, zonder Marcus tegen te spreken. Er is dus geen echte tegenstrijdigheid tussen de verhalen.

    Mattheüs 21.12 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Jezus ging in den tempel Gods, en dreef uit allen, die verkochten en kochten in den tempel, en keerde om de tafelen der wisselaars, en de zitstoelen dergenen, die de duiven verkochten.
    Verder lezen
  • Dit is mijn Zoon

    Dit artikel onderzoekt de waarneming en de gerichtheid van de goddelijke stem bij de doop van Jezus, door de Evangeliën van Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes te vergelijken. Elke auteur biedt een eigen blik die de gebeurtenis verrijkt, en suggereert geen tegenspraken maar elkaar aanvullende gezichtspunten.

    Johannes 1.26-34 (De Heilige Schrift 1917) :
    Johannes antwoordde hun, zeggende: Ik doop met water, maar Hij staat midden onder ulieden, Dien gij niet kent;Dezelve is het, Die na mij komt, Welke voor mij geworden is, Wien ik niet waardig ben, dat ik Zijn schoenriem zou ontbinden.Deze dingen zijn geschied in Bethabara, over de Jordaan, waar Johannes was dopende.Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende, en zeide: Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!Deze is het, van Welken ik gezegd heb: Na mij komt een Man, Die voor mij geworden is, want Hij was eer dan ik.En ik kende Hem niet; maar opdat Hij aan Israel zou geopenbaard worden, daarom ben ik gekomen, dopende met het water.En Johannes getuigde, zeggende: Ik heb den Geest zien nederdalen uit den hemel, gelijk een duif, en bleef op Hem.En ik kende Hem niet; maar Die mij gezonden heeft, om te dopen met water, Die had mij gezegd: Op Welken gij den Geest zult zien nederdalen, en op Hem blijven, Deze is het, Die met den Heiligen Geest doopt.En ik heb gezien, en heb getuigd, dat Deze de Zoon van God is.
    Verder lezen

Bediening van Petrus

  • De hemelvaart van Jezus

    De hemelvaart van Jezus, die op 12 mei 33 op de Olijfberg plaatsvond, sluit zijn aardse bediening af. In een wolk opgenomen wordt hij bij de Vader ontvangen, terwijl twee engelen zijn glorierijke terugkeer aankondigen. Deze gebeurtenis, die alleen door Lucas wordt verteld, markeert de overgang naar de hemelse bediening van Christus en vormt de grondslag van de eschatologische hoop van de eerste gemeente in afwachting van de wederkomst.

    Handelingen 1.6 (De Heilige Schrift 1917) :
    Zij dan, die samengekomen waren, vraagden Hem, zeggende: Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israel het Koninkrijk wederoprichten?
    Verder lezen

Wonderen

  • Opwekking van Lazarus

    Johannes 11:1-44 beschrijft de opwekking van Lazarus, die Jezus' macht over de dood en zijn menselijk mededogen illustreert. Dit wonder in Betanië openbaart het goddelijke en het mens-zijn van Jezus en versterkt het geloof van zijn leerlingen. Door Lazarus na vier dagen in het graf op te wekken, toont Jezus dat Hij de opstanding en het leven is, en nodigt Hij uit tot geloof voor het eeuwige leven.

    Johannes 11.1-44 (De Heilige Schrift 1917) :
    En er was een zeker man krank, genaamd Lazarus, van Bethanie, uit het vlek van Maria en haar zuster Martha.(Maria nu was degene, die den Heere gezalfd heeft met zalf, en Zijn voeten afgedroogd heeft met haar haren; welker broeder Lazarus krank was.)Zijn zusters dan zonden tot Hem, zeggende: Heere, zie, dien Gij liefhebt, is krank.En Jezus, dat horende, zeide: Deze krankheid is niet tot den dood, maar ter heerlijkheid Gods; opdat de Zone Gods door dezelve verheerlijkt worde.Jezus nu had Martha, en haar zuster, en Lazarus lief.Als Hij dan gehoord had, dat hij krank was, toen bleef Hij nog twee dagen in de plaats, waar Hij was.Daarna zeide Hij verder tot de discipelen: Laat ons wederom naar Judea gaan.De discipelen zeiden tot Hem: Rabbi! de Joden hebben U nu onlangs gezocht te stenigen, en gaat Gij wederom derwaarts?Jezus antwoordde: Zijn er niet twaalf uren in den dag? Indien iemand in den dag wandelt, zo stoot hij zich niet, overmits hij het licht dezer wereld ziet;Maar indien iemand in den nacht wandelt, zo stoot hij zich, overmits het licht in hem niet is.Dit sprak Hij; en daarna zeide Hij tot hen: Lazarus, onze vriend, slaapt; maar Ik ga heen, om hem uit den slaap op te wekken.Zijn discipelen dan zeiden: Heere, indien hij slaapt, zo zal hij gezond worden.Doch Jezus had gesproken van zijn dood; maar zij meenden, dat Hij sprak van de rust des slaaps.Toen zeide dan Jezus tot hen vrijuit: Lazarus is gestorven.En Ik ben blijde om uwentwil, dat Ik daar niet geweest ben, opdat gij geloven moogt; doch laat ons tot hem gaan.Thomas dan, genaamd Didymus, zeide tot zijn medediscipelen: Laat ons ook gaan, opdat wij met Hem sterven.Jezus dan, gekomen zijnde, vond, dat hij nu vier dagen in het graf geweest was.(Bethanie nu was nabij Jeruzalem, omtrent vijftien stadien van daar.)En velen uit de Joden waren gekomen tot Martha en Maria, opdat zij haar vertroosten zouden over haar broeder.Martha dan, als zij hoorde, dat Jezus kwam, ging Hem tegemoet; doch Maria bleef in huis zitten.Zo zeide Martha dan tot Jezus: Heere, waart Gij hier geweest, zo ware mijn broeder niet gestorven;Maar ook nu weet ik, dat alles, wat Gij van God begeren zult, God U het geven zal.Jezus zeide tot haar: Uw broeder zal wederopstaan.Martha zeide tot Hem: Ik weet, dat hij opstaan zal in de opstanding ten laatsten dage.Jezus zeide tot haar: Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven;En een iegelijk, die leeft, en in Mij gelooft, zal niet sterven in der eeuwigheid. Gelooft gij dat?Zij zeide tot Hem: Ja, Heere; ik heb geloofd, dat Gij zijt de Christus, de Zone Gods, Die in de wereld komen zou.En dit gezegd hebbende, ging zij heen, en riep Maria, haar zuster, heimelijk, zeggende: De Meester is daar, en Hij roept u.Deze, als zij dat hoorde, stond haastelijk op, en ging tot Hem.(Jezus nu was nog in het vlek niet gekomen, maar was in de plaats, waar Hem Martha tegemoet gekomen was.)De Joden dan, die met haar in het huis waren, en haar vertroostten, ziende Maria, dat zij haastelijk opstond en uitging, volgden haar, zeggende: Zij gaat naar het graf, opdat zij aldaar wene.Maria dan, als zij kwam, waar Jezus was, en Hem zag, viel aan Zijn voeten, zeggende tot Hem: Heere, indien Gij hier geweest waart, zo ware mijn broeder niet gestorven.Jezus dan, als Hij haar zag wenen, en de Joden, die met haar kwamen, ook wenen, werd zeer bewogen in den geest, en ontroerde Zichzelven;En zeide: Waar hebt gij hem gelegd? Zij zeiden tot Hem: Heere, kom en zie het.Jezus weende.De Joden dan zeiden: Ziet, hoe lief Hij hem had!En sommigen uit hen zeiden: Kon Hij, Die de ogen des blinden geopend heeft, niet maken, dat ook deze niet gestorven ware?Jezus dan wederom in Zichzelven zeer bewogen zijnde, kwam tot het graf; en het was een spelonk, en een steen was daarop gelegd.Jezus zeide: Neemt den steen weg. Martha, de zuster des gestorvenen, zeide tot Hem: Heere, hij riekt nu al, want hij heeft vier dagen aldaar gelegen.Jezus zeide tot haar: Heb Ik u niet gezegd, dat, zo gij gelooft, gij de heerlijkheid Gods zien zult?Zij namen dan den steen weg, waar de gestorvene lag. En Jezus hief de ogen opwaarts, en zeide: Vader, Ik dank U, dat Gij Mij gehoord hebt.Doch Ik wist, dat Gij Mij altijd hoort; maar om der schare wil, die rondom staat, heb Ik dit gezegd, opdat zij zouden geloven, dat Gij Mij gezonden hebt.En als Hij dit gezegd had, riep Hij met grote stemme: Lazarus, kom uit!En de gestorvene kwam uit, gebonden aan handen en voeten met grafdoeken, en zijn aangezicht was omwonden met een zweetdoek. Jezus zeide tot hen: Ontbindt hem, en laat hem heengaan.
    Verder lezen
  • Het verdorren van de vijgenboom

    In Matteüs en Marcus vervloekt Jezus een vijgenboom om geloof en gebed te onderwijzen. Zijn woord laat de boom verdorren, wat de kracht van het geloof illustreert. Marcus benadrukt ook het belang van vergeving. De twee verhalen, hoewel ze verschillen in de volgorde van de gebeurtenissen, delen dezelfde centrale les: geloof en gebed kunnen wonderen verrichten als ze zonder twijfel worden beleefd.

    Mattheüs 21.18-22 (De Heilige Schrift 1917) :
    En des morgens vroeg, als Hij wederkeerde naar de stad, hongerde Hem.En ziende, een vijgeboom aan den weg, ging Hij naar hem toe, en vond niets aan denzelven, dan alleenlijk bladeren; en zeide tot hem: Uit u worde geen vrucht meer in der eeuwigheid! En de vijgeboom verdorde terstond.En de discipelen, dat ziende, verwonderden zich, zeggende: Hoe is de vijgeboom zo terstond verdord?Doch Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Voorwaar zeg Ik u: Indien gij geloof hadt, en niet twijfeldet, gij zoudt niet alleenlijk doen, hetgeen den vijgeboom is geschied; maar indien gij ook tot dezen berg zeidet: Word opgeheven en in de zee geworpen! het zou geschieden.En al wat gij zult begeren in het gebed, gelovende, zult gij ontvangen.
    Verder lezen
Aanvullingen
  • ANN020 De regelgeving van de visserij

    Het artikel beschrijft de visserij in de tijd van Jezus, met name op het Meer van Tiberias in Galilea, en onderzoekt het economische en geestelijke belang ervan. Het beschrijft de…

  • ANN029 Het conflict tussen de aanhangers van Johannes en Jezus

    Het artikel behandelt de spanningen tussen de leerlingen van Johannes de Doper en die van Jezus, twee centrale bijbelse figuren, en benadrukt hun bedieningen…

  • ANN063 Enon en Betanië aan de overkant van de Jordaan

    Dit artikel onderzoekt Betanië en Enon, belangrijke plaatsen van dopen in het Evangelie volgens Johannes, terwijl moderne hypothesen proberen deze te lokaliseren…

  • ANN064 De door Johannes vermelde ‘volgende dagen’

    Het artikel onderzoekt de chronologie van de gebeurtenissen rond de doop van Jezus in het evangelie van Johannes, die afwijkt van de synoptische Evangeliën. Het probeert deze te harmoniseren…