Tijdens de grote feesten gingen de leerlingen waarschijnlijk overeenkomstig de wet naar Jeruzalem. Deze gewoonte veranderde echter toen zij Johannes de Doper gingen volgen. Zoals eerder vermeld, lijkt Johannes niet meer op pelgrimstocht naar de tempel in Jeruzalem te zijn gegaan. Hij vierde deze feesten liever ter plaatse in Betanië.
Johannes vertelt: ‘De volgende dag besloot Jezus naar Galilea te gaan.’
Hoe past de periode van verzoeking, die Johannes niet noemt, in dit verband? Er staat niet uitdrukkelijk dat Jezus naar Galilea vertrok, maar alleen dat hij dat besloten had. Zijn plan werd onderbroken door een periode van verzoeking. Gods Geest leidde hem niet naar Galilea, maar naar de woestijn van Judea.
Voordat hij naar de woestijn van Judea gaat, ontmoet hij Filippus, de vierde leerling. Al deze mannen, die Jezus' leerlingen zullen worden, volgden eerder Johannes de Doper.
Kunnen wij dan denken dat Jezus deze mannen bij Johannes de Doper heeft weggehaald om hen tot zijn eigen leerlingen te maken?
Wij weten dat Andreas, Johannes, Simon Petrus en Filippus de Messias verwachtten. Toen zij Johannes de Doper volgden, beseften zij dat zij hem eens voor de Messias zouden moeten verlaten.
Hadden zij tegelijk leerlingen van Johannes de Doper en leerlingen van Jezus kunnen zijn?
Blijkbaar niet, want hun voornaamste doel was de Messias te vinden. Johannes de Doper zelf zag hun vertrek niet als persoonlijk verraad. Hij beschouwde zichzelf eerder als een boodschapper die de komst van de Messias aankondigde dan als een meester.