Studies 1 tot 4
- 1De voorgeleiding bij Pontius PilatusDe laatste dag tot de kruisigingMatteüs 27.1-2
- 2Het tragische einde van Judas IskariotDe laatste dag tot de kruisigingMatteüs 27.3-9
- 3Voorgeleiding bij ‘koning’ AntipasDe laatste dag tot de kruisigingLucas 23.6-12
- 4De terugkeer voor Pontius PilatusDe laatste dag tot de kruisigingLucas 23.6-12
-
PER341
De voorgeleiding bij Pontius Pilatus
De perikoop PER341 reconstrueert de voorgeleiding van Jezus bij Pontius Pilatus op vrijdagochtend, rond 6.45 uur, na zijn veroordeling in de nacht door het Sanhedrin. Door Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes naast elkaar te leggen, analyseert het artikel de nauwkeurige chronologie, de rol van Kajafas, de weigering van de religieuze leiders om het Praetorium binnen te gaan en het gesprek tussen Jezus en Pilatus, die als enige bevoegd was een doodvonnis uit te spreken.
Mattheüs 26.59-68 (De Heilige Schrift 1917) :En de overpriesters, en de ouderlingen, en de gehele grote raad zochten valse getuigenis tegen Jezus, opdat zij Hem doden mochten; en vonden niet.En hoewel er vele valse getuigen gekomen waren, zo vonden zij toch niet. (26:61) Maar ten laatste kwamen twee valse getuigen,en zeiden: Deze heeft gezegd: Ik kan den tempel Gods afbreken, en in drie dagen denzelven opbouwen.En de hogepriester, opstaande, zeide tot Hem: Antwoordt Gij niets? Wat getuigen dezen tegen U?Doch Jezus zweeg stil. En de hogepriester, antwoordende, zeide tot Hem: Ik bezweer U bij den levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God?Jezus zeide tot hem: Gij hebt het gezegd. Doch Ik zeg ulieden: Van nu aan zult gij zien den Zoon des mensen, zittende ter rechter hand der kracht Gods, en komende op de wolken des hemels.Toen verscheurde de hogepriester zijn klederen, zeggende: Hij heeft God gelasterd, wat hebben wij nog getuigen van node? Ziet, nu hebt gij Zijn gods lastering gehoord.Wat dunkt ulieden? En zij, antwoordende, zeiden: Hij is des doods schuldig.Toen spogen zij in Zijn aangezicht, en sloegen Hem met vuisten. (26:68) En anderen gaven Hem kinnebakslagen,zeggende: Profeteer ons, Christus, wie is het, die U geslagen heeft?De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER342
Het tragische einde van Judas Iskariot
Alleen Matteüs vertelt over het tragische einde van Judas Iskariot. Na de veroordeling van Jezus werpt Judas, overmand door wroeging, de dertig zilverstukken in het heiligdom van de tempel en maakt een einde aan zijn leven. De priesters kopen met dit geld het pottenbakkersveld, dat Hakeldama wordt genoemd. Deze episode laat zien hoe onomkeerbaar verraad is en hoe wanhopig een mens is die geen vergeving kan aanvaarden.
Handelingen 1.18 (De Heilige Schrift 1917) :Deze dan heeft verworven een akker, door het loon der ongerechtigheid, en voorwaarts overgevallen zijnde, is midden opgeborsten, en al zijn ingewanden zijn uitgestort.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER343
Voorgeleiding bij ‘koning’ Antipas
Jezus wordt door Pilatus naar Herodes Antipas gestuurd, de tetrarch van Galilea, die in Jerusalem verblijft. Herodes, gefascineerd door het spectaculaire, hoopt op een wonder, maar stuit op het volledige zwijgen van Jezus. Gekrenkt bespot hij hem, hult hem in een schitterend gewaad en stuurt hem terug naar Pilatus. Ironisch genoeg verzoent deze episode Pilatus en Herodes. Alleen Lucas vermeldt deze voorgeleiding (Lucas 23.6-12), die rond 7.30 uur op de vrijdagochtend van het lijden plaatsvond.
Lukas 23.11 (De Heilige Schrift 1917) :En Herodes met zijn krijgslieden Hem veracht en bespot hebbende, deed Hem een blinkend kleed aan, en zond Hem weder tot Pilatus.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER344
De terugkeer voor Pontius Pilatus
De perikoop PER344 analyseert de terugkeer van Jezus voor Pontius Pilatus na zijn verschijning voor Herodes Antipas, een episode die alleen door Lucas wordt verteld. Pilatus, die geen enkele schuld vindt die volgens het Romeinse recht met de dood bestraft kan worden, probeert weerstand te bieden aan de druk van de Joodse religieuze leiders. Het artikel biedt een nauwkeurige chronologische reconstructie van de vrijdagochtend van het lijden en werpt de taalkundige vraag op naar de gesprekken tussen Jezus en Pilatus, die vermoedelijk in het Grieks werden gevoerd.
Lukas 23.13-25 (De Heilige Schrift 1917) :En als Pilatus de overpriesters, en de oversten, en het volk bijeengeroepen had, zeide hij tot hen:Gij hebt dezen Mens tot mij gebracht, als een, die het volk afkerig maakt; en ziet, ik heb Hem in uw tegenwoordigheid ondervraagd, en heb in dezen Mens geen schuld gevonden, van hetgeen daar gij Hem mede beschuldigt;Ja, ook Herodes niet; want ik heb ulieden tot hem gezonden, en ziet, er is van Hem niets gedaan, dat des doods waardig is.Zo zal ik Hem dan kastijden en loslaten.En hij moest hun op het feest een loslaten.Doch al de menigte riep gelijkelijk, zeggende: Weg met Dezen, en laat ons Bar-abbas los.Dewelke was om zeker oproer, dat in de stad geschied was, en om een doodslag, in de gevangenis geworpen.Pilatus dan riep hun wederom toe, willende Jezus loslaten.Maar zij riepen daartegen, zeggende: Kruis Hem, kruis Hem!En hij zeide ten derden male tot hen: Wat heeft Deze dan kwaads gedaan? Ik heb geen schuld des doods in Hem gevonden. Zo zal ik Hem dan kastijden en loslaten.Maar zij hielden aan met groot geroep, eisende, dat Hij zou gekruist worden; en hun en der overpriesteren geroep werd geweldiger.En Pilatus oordeelde, dat hun eis geschieden zou.En hij liet hun los dengene, die om oproer en doodslag in de gevangenis geworpen was, welken zij geeist hadden; maar Jezus gaf hij over tot hun wil.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org