Étude 1 sur 23 · La naissance de Jean le Baptiste

  1. Étude 1 : La naissance de Jean le Baptiste
  2. Studie 2: De exacte datum van het decreet
  3. Studie 3: Berekening van de data met betrekking tot het leven van de Messias Jezus
  4. Studie 4: De geboortedatum van Jezus, de Messias
  5. Étude 5 : L’explication des 70 semaines de Daniel
  6. Étude 6 : Nombreuses guérisons en Galilée
  7. Étude 7 : Question des disciples au sujet du prophète Elie
  8. Étude 8 : Retour à Jérusalem et arrêt à Bethphagé
  9. Étude 9 : Entrée triomphale à Jérusalem
  10. Studie 10: Aankondiging van de verwoesting van Jeruzalem
  11. Étude 11 : Paroles aux femmes
  12. Étude 12 : Introduction générale au livre de Daniel
  13. Étude 13 : Présence du Vivant au milieu des Eglises
  14. Étude 14 : L’Agneau et le livre scellé
  15. Étude 15 : Le premier sceau, le premier cavalier
  16. Étude 16 : Le troisième sceau, le troisième cavalier
  17. Étude 17 : La chronologie de la vie de Jésus, conclusion
  18. Étude 18 : Le prophète Daniel
  19. Étude 19 : Daniel 7 – Les quatre bêtes et le royaume du Fils de l’homme
  20. Étude 20 : Daniel 9 – Les soixante-dix semaines : de la prière de Daniel à l’espérance messianique
  21. Étude 21 : Daniel 11 – Les guerres des rois et le temps de la fin (Version pédagogique)
  22. Étude 22 : Daniel 12 – Jusqu’à la résurrection : la victoire finale de Dieu
  23. Étude 23 : Jean Baptiste était-il l’Elie qui devait venir ?

Het leven van Jezus tot zijn twaalfde jaar

  • De geboorte van Johannes de Doper

    Het artikel gaat over de geboorte van Johannes de Doper, de zoon van Zacharias en Elisabet. Zijn geboorte, die als wonderbaarlijk wordt beschreven, gaat gepaard met profetieën en doet denken aan oude Bijbelse verhalen. Johannes, wiens naam ‘God is genadig’ betekent, wordt door Gabriël aangekondigd en zal een voorloper van de Messias worden.

    Lukas 1.57-66 (De Heilige Schrift 1917) :
    En de tijd van Elizabet werd vervuld, dat zij baren zoude, en zij baarde een zoon.En die daar rondom woonden, en haar magen hoorden, dat de Heere Zijn barmhartigheid grotelijks aan haar bewezen had, en waren met haar verblijd.En het geschiedde, dat zij op den achtsten dag kwamen, om het kindeken te besnijden, en noemden het Zacharias, naar den naam zijns vaders.En zijn moeder antwoordde en zeide: Niet alzo, maar hij zal Johannes heten.En zij zeiden tot haar: Er is niemand in uw maagschap, die met dien naam genaamd wordt.En zij wenkten zijn vader, hoe hij wilde, dat hij genaamd zou worden.En als hij een schrijftafeltje geeist had, schreef hij, zeggende: Johannes is zijn naam. En zij verwonderden zich allen.En terstond werd zijn mond geopend, en zijn tong losgemaakt; en hij sprak, God lovende.En er kwam vrees over allen, die rondom hen woonden; en in het gehele gebergte van Judea werd veel gesproken van al deze dingen.En allen, die het hoorden, namen het ter harte, zeggende: Wat zal toch dit kindeken wezen? En de hand des Heeren was met hem.
    Verder lezen

De context van Jezus' geboorte en jeugd

  • De exacte datum van het decreet

    De studie onderzoekt de chronologie van het leven van Jezus aan de hand van de profetie van Daniël. Ze wijst het decreet van Artaxerxes aan als een belangrijk uitgangspunt en gaat in op de moeilijkheden rond de nauwkeurigheid van oude data, waarbij het jaar 458 v.Chr. in het licht wordt gesteld. Het artikel stelt dat dit onderzoek zijn grond vindt in een goddelijke wil, door God georkestreerd.

    Ezra 7.9 (De Heilige Schrift 1917) :
    Want op den eersten der eerste maand was het begin des optochts uit Babel, en op den eersten der vijfde maand kwam hij te Jeruzalem, naar de goede hand zijns Gods over hem.
    Verder lezen
  • Berekening van de data met betrekking tot het leven van de Messias Jezus

    Dit artikel analyseert de chronologie van het leven van Jezus aan de hand van de profetie van de zeventig weken van Daniël. Het plaatst de kruisiging in het jaar 33, in tegenstelling tot andere hypothesen die haar in het jaar 30 plaatsen. De studie steunt op historische, bijbelse en kalendergegevens voor een gedetailleerd begrip van de gebeurtenissen.

    Genesis 1.5 (De Heilige Schrift 1917) :
    En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag.
    Verder lezen
  • De geboortedatum van Jezus, de Messias

    De studie onderzoekt de geboortedatum van Jezus en verbindt profetieën, getuigenissen uit de evangeliën en historische gegevens om een geboorte voor te stellen rond 12 oktober van het jaar -2 v.Chr., tijdens het Loofhuttenfeest.

    Johannes 3.16-17 (De Heilige Schrift 1917) :
    Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden.
    Verder lezen

Cultuur, gebruiken en historische achtergrond van het Nieuwe Testament

  • De uitleg van de 70 weken van Daniël

    Het artikel analyseert de zeventig weken van Daniël en richt zich op twee belangrijke uitleggingen: die van sir Robert Anderson, populair in evangelische kringen, en die van Edward Denney, die een eenvoudiger en samenhangender lezing benadrukt. Het onderzoekt de grondslagen van deze benaderingen.

    Johannes 13.19 (De Heilige Schrift 1917) :
    Van nu zeg Ik het ulieden, eer het geschied is, opdat, wanneer het geschied zal zijn, gij geloven moogt, dat Ik het ben.
    Verder lezen

Van het tweede tot het derde pesachfeest

  • Talrijke genezingen in Galilea

    Perikoop 79 beschrijft de talrijke genezingen die Jezus in het jaar 31 in Galilea, rond Kafarnaüm, verricht. Voor menigten uit heel Israël geneest Jezus zieken en verkondigt hij het heil, waarbij hij om discretie vraagt. Matteüs verbindt deze gebeurtenissen met de profetie van Jesaja 42.1-4 en ziet daarin een openbaring van de Drie-eenheid. Zijn groeiende bekendheid contrasteert met de toenemende tegenstand van de farizeeën, die jaloers zijn op zijn invloed op het volk.

    Markus 3.7-12 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Jezus vertrok met Zijn discipelen naar de zee; en Hem volgde een grote menigte van Galilea, en van Judea,En van Jeruzalem, en van Idumea, en van over de Jordaan; en die van omtrent Tyrus en Sidon, een grote menigte, gehoord hebbende, hoe grote dingen Hij deed, kwamen tot Hem.En Hij zeide tot Zijn discipelen, dat een scheepje steeds omtrent Hem blijven zou, om der schare wil, opdat zij Hem niet zouden verdringen.Want Hij had er velen genezen, alzo dat Hem al degenen, die enige kwalen hadden, overvielen, opdat zij Hem mochten aanraken.En de onreine geesten, als zij Hem zagen, vielen voor Hem neder en riepen, zeggende: Gij zijt de Zone Gods!En Hij gebood hun scherpelijk dat zij Hem niet zouden openbaar maken.
    Verder lezen

Van het derde Pesach tot het begin van de laatste week

  • Vraag van de leerlingen over de profeet Elia

    Na de verheerlijking op de berg ondervragen de discipelen Jezus over de profetie over Elia. Jezus openbaart dat Johannes de Doper deze profetie vervult, een verband dat de Evangeliën geleidelijk uitwerken.

    Mattheüs 11.13-14 (De Heilige Schrift 1917) :
    Want al de profeten en de wet hebben tot Johannes toe geprofeteerd.En zo gij het wilt aannemen, hij is Elias, die komen zou.
    Verder lezen

De laatste week vóór de arrestatie

  • Terugkeer naar Jeruzalem en oponthoud in Betfage

    Het artikel analyseert de aankomst van Jezus in Betfage, een strategische halte vóór Jeruzalem. Jezus stuurt twee discipelen om een ezelsveulen te halen om een messiaanse profetie te vervullen. Betfage, het „huis van de vijgen”, is van cruciaal belang in het verhaal van de evangeliën.

    Markus 11.1-3 (De Heilige Schrift 1917) :
    En toen zij Jeruzalem genaakten, te Beth-fage en Bethanie, aan den Olijfberg, zond Hij twee van Zijn discipelen uit,En zeide tot hen: Gaat heen in het vlek, dat tegen u over is; en terstond als gij in hetzelve komt, zult gij vinden een veulen gebonden, op hetwelk geen mens gezeten heeft, ontbindt het, en brengt het.En indien iemand tot u zegt: Waarom doet gij dat? Zo zegt, dat de Heere hetzelve van node heeft; en hij zal het terstond herwaarts zenden.
    Verder lezen
  • Triomfantelijke intocht in Jeruzalem

    De triomfantelijke intocht van Jezus in Jeruzalem op 27 maart 33, uitgevoerd volgens de profetie van Zacharia, is een messiaanse vredesverklaring. Deze gebeurtenis, die in alle vier de evangeliën wordt beschreven, presenteert Jezus niet als een veroveraar maar als de Vredevorst. Als antwoord juicht de menigte hem toe, waarmee zijn messiaanse waardigheid wordt bevestigd.

    Johannes 12.12-19 (De Heilige Schrift 1917) :
    Des anderen daags, een grote schare, die tot het feest gekomen was, horende, dat Jezus naar Jeruzalem kwam,Namen de takken van palmbomen, en gingen uit Hem tegemoet, en riepen: Hosanna! Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren, Hij, Die is de Koning Israels!En Jezus vond een jongen ezel, en zat daarop, gelijk geschreven is:Vrees niet, gij dochter Sions, zie, uw Koning komt, zittende op het veulen ener ezelin.Doch dit verstonden Zijn discipelen in het eerst niet; maar als Jezus verheerlijkt was, toen werden zij indachtig, dat dit van Hem geschreven was, en dat zij Hem dit gedaan hadden.De schare dan, die met Hem was, getuigde dat Hij Lazarus uit het graf geroepen, en hem uit de doden opgewekt had.Daarom ging ook de schare Hem tegemoet, overmits zij gehoord had, dat Hij dat teken gedaan had.De Farizeen dan zeiden onder elkander: Ziet gij wel, dat gij gans niet vordert? Ziet, de gehele wereld gaat Hem na.
    Verder lezen
  • Aankondiging van de verwoesting van Jeruzalem

    In Lucas 19.41-44 nadert Jezus Jeruzalem, weent over de stad en kondigt nauwkeurig haar toekomstige verwoesting door de Romeinen in het jaar 70 n.Chr. aan. Alleen Lucas vermeldt deze gebeurtenis in deze vorm. Jezus betreurt dat Jeruzalem zijn goddelijke bezoeking niet heeft herkend. Deze passage laat zowel het medelijden van de Messias zien als de ernst van de verwerping van de goddelijke openbaring, en valt in de laatste week voor zijn arrestatie.

    Mattheüs 23 (De Heilige Schrift 1917) :
    Toen sprak Jezus tot de scharen en tot Zijn discipelen,Zeggende: De Schriftgeleerden en de Farizeen zijn gezeten op den stoel van Mozes;Daarom, al wat zij u zeggen, dat gij houden zult, houdt dat en doet het; maar doet niet naar hun werken; want zij zeggen het, en doen het niet.Want zij binden lasten, die zwaar zijn en kwalijk om te dragen, en leggen ze op de schouderen der mensen; maar zij willen die met hun vinger niet verroeren.En al hun werken doen zij, om van de mensen gezien te worden; want zij maken hun gedenkcedels breed, en maken de zomen van hun klederen groot.En zij beminnen de vooraanzitting in de maaltijden, en de voorgestoelten in de synagogen;Ook de begroetingen op de markten, en van de mensen genaamd te worden: Rabbi, Rabbi!Doch gij zult niet Rabbi genaamd worden; want Een is uw Meester, namelijk Christus; en gij zijt allen broeders.En gij zult niemand uw vader noemen op de aarde; want Een is uw Vader, namelijk Die in de hemelen is.Noch zult gij meesters genoemd worden; want Een is uw Meester, namelijk Christus.Maar de meeste van u zal uw dienaar zijn.En wie zichzelven verhogen zal, die zal vernederd worden; en wie zichzelven zal vernederen, die zal verhoogd worden.Maar wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeen, gij geveinsden! want gij sluit het Koninkrijk der hemelen voor de mensen, overmits gij daar niet ingaat, noch degenen, die ingaan zouden, laat ingaan.Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeen, gij geveinsden, want gij eet de huizen der weduwen op, en dat onder den schijn van lang te bidden; daarom zult gij te zwaarder oordeel ontvangen.Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeen, gij geveinsden, want gij omreist zee en land, om een Jodengenoot te maken, en als hij het geworden is, zo maakt gij hem een kind der helle, tweemaal meer dan gij zijt.Wee u, gij blinde leidslieden, die zegt: Zo wie gezworen zal hebben bij den tempel, dat is niets; maar zo wie gezworen zal hebben bij het goud des tempels, die is schuldig.Gij dwazen en blinden, want wat is meerder, het goud, of de tempel, die het goud heiligt?En zo wie gezworen zal hebben bij het altaar, dat is niets; maar zo wie gezworen zal hebben bij de gave, die daarop is, die is schuldig.Gij dwazen en blinden, want wat is meerder, de gave, of het altaar, dat de gave heiligt?Daarom wie zweert bij het altaar, die zweert bij hetzelve, en bij al wat daarop is.En wie zweert bij den tempel, die zweert bij denzelven, en bij Dien, Die daarin woont.En wie zweert bij den hemel, die zweert bij den troon Gods, en bij Dien, Die daarop zit.Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeen, gij geveinsden, want gij vertient de munte, en de dille, en den komijn, en gij laat na het zwaarste der wet, namelijk het oordeel, en de barmhartigheid, en het geloof. Deze dingen moest men doen, en de andere niet nalaten.Gij blinde leidslieden, die de mug uitzijgt, en den kemel doorzwelgt.Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeen, gij geveinsden, want gij reinigt het buitenste des drinkbekers, en des schotels, maar van binnen zijn zij vol van roof en onmatigheid.Gij blinde Farizeer, reinig eerst wat binnen in den drinkbeker en den schotel is, opdat ook het buitenste derzelve rein worde.Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeen, gij geveinsden, want gij zijt den witgepleisterden graven gelijk, die van buiten wel schoon schijnen, maar van binnen zijn zij vol doodsbeenderen en alle onreinigheid.Alzo ook schijnt gij wel den mensen van buiten rechtvaardig, maar van binnen zijt gij vol geveinsdheid en ongerechtigheid.Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeen, gij geveinsden, want gij bouwt de graven der profeten op, en versiert de graftekenen der rechtvaardigen;En zegt: Indien wij in de tijden onzer vaderen waren geweest, wij zouden met hen geen gemeenschap gehad hebben aan het bloed der profeten.Aldus getuigt gij tegen uzelven, dat gij kinderen zijt dergenen, die de profeten gedood hebben.Gij dan ook, vervult de mate uwer vaderen!Gij slangen, gij adderengebroedsels! hoe zoudt gij de helse verdoemenis ontvlieden?Daarom ziet, Ik zende tot u profeten, en wijzen, en schriftgeleerden, en uit dezelve zult gij sommigen doden en kruisigen, en sommigen uit dezelve zult gij geselen in uw synagogen, en zult hen vervolgen van stad tot stad;Opdat op u kome al het rechtvaardige bloed, dat vergoten is op de aarde, van het bloed des rechtvaardigen Abels af, tot op het bloed van Zacharia, den zoon van Barachia, welken gij gedood hebt tussen den tempel en het altaar.Voorwaar zeg Ik u: Al deze dingen zullen komen over dit geslacht.Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn! hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens bijeenvergadert onder de vleugels; en gijlieden hebt niet gewild.Ziet, uw huis wordt u woest gelaten.Want Ik zeg u: Gij zult Mij van nu aan niet zien, totdat gij zeggen zult: Gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren!
    Verder lezen

De laatste dag tot de kruisiging

  • Woorden tot de vrouwen

    Op weg naar Golgota richt Jezus zich tot de vrouwen van Jeruzalem die om hem wenen. Verre van zich op zijn eigen lijden te concentreren, waarschuwt hij hen profetisch voor een verschrikkelijk oordeel dat over de stad zal komen. Deze episode, die alleen bij Lucas voorkomt, toont Jezus als een groot profeet, tot het einde toe bezorgd om het heil van anderen, en kondigt de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 aan.

    Lukas 23.28-31 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Jezus, Zich tot haar kerende, zeide: Gij dochters van Jeruzalem! weent niet over Mij, maar weent over uzelven, en over uw kinderen.Want ziet, er komen dagen, in welke men zeggen zal: Zalig zijn de onvruchtbaren, en de buiken, die niet gebaard hebben, en de borsten, die niet gezoogd hebben.Alsdan zullen zij beginnen te zeggen tot de bergen: Valt op ons; en tot de heuvelen: Bedekt ons.Want indien zij dit doen aan het groene hout, wat zal aan het dorre geschieden?
    Verder lezen

Bijbelse profetieën en de ‘eindtijd’

  • Algemene inleiding op het boek Daniël

    Algemene inleiding op het boek Daniël, een groot profetisch geschrift van het Oude Testament. Dit artikel legt de historische, literaire en theologische grondslagen die nodig zijn om dit apocalyptische boek te begrijpen, en behandelt de structuur, de schrijver, de hoofdthema's en de exegetische discussies over de datering en de betrouwbaarheid ervan.

    Daniël 7.1 (De Heilige Schrift 1917) :
    In het eerste jaar van Belsazar, den koning van Babel, zag Daniel een droom, en gezichten zijns hoofds, op zijn leger; toen schreef hij dien droom, en hij zeide de hoofdsom der zaken.
    Verder lezen

Betrouwbaarheid van de Schrift en andere leerstellige thema’s

  • De aanwezigheid van de Levende te midden van de gemeenten

    Eerste hoofdstuk van een studie over Openbaring: dit artikel behandelt de datering van het boek (omstreeks 95 n.Chr., onder Domitianus), de identiteit van Johannes als schrijver en zijn ballingschap op Patmos. De exegetische analyse van Openbaring 1 onthult een glorierijke, soevereine Christus die aanwezig is te midden van zijn gemeenten en de gelovigen oproept tot trouw te midden van vervolging.

    Openbaring 1.1 (De Heilige Schrift 1917) :
    De openbaring van Jezus Christus, die God hem gegeven heeft, om Zijn dienstknechten te tonen de dingen, die haast geschieden moeten; en die Hij door Zijn engel gezonden, en Zijn dienstknecht Johannes te kennen gegeven heeft;
    Verder lezen
  • Het Lam en het verzegelde boek

    Exegetische studie van Openbaring 5, gericht op het met zeven zegels verzegelde boek dat God in zijn hand houdt en dat alleen het Lam — beeld van Christus — waardig is te openen. De analyse vers voor vers laat een dramatische ontwikkeling zien: van de algemene onmogelijkheid naar de overwinning van het Lam, waarmee een zending van universele verlossing en een kosmische lofprijzing beginnen. Het artikel sluit aan bij hoofdstuk 4 over de hemelse troon.

    Openbaring 5.2 (De Heilige Schrift 1917) :
    En ik zag een sterken engel, uitroepende met een grote stem: Wie is waardig het boek te openen, en zijn zegelen open te breken?
    Verder lezen
  • Het eerste zegel, de eerste ruiter

    APO009 analyseert het eerste zegel van Openbaring (Opb 6.1-2) en het verschijnen van een ruiter op een wit paard. Twee theorieën staan tegenover elkaar: stelt deze ruiter de zegevierende Messias Jezus voor of een bedrieger, ja zelfs de antichrist? Het artikel zet beide standpunten uiteen, benadrukt dat het exegetische debat open blijft en kondigt een parallel aan met de rede van Jezus op de Olijfberg.

    Lukas 21 (De Heilige Schrift 1917) :
    En opziende, zag Hij de rijken hun gaven in de schatkist werpen.En Hij zag ook een zekere arme weduwe twee kleine penningen daarin werpen.En Hij zeide: Waarlijk, Ik zeg u, dat deze arme weduwe meer dan allen heeft ingeworpen.Want die allen hebben van hun overvloed geworpen tot de gaven Gods; maar deze heeft van haar gebrek, al den leeftocht, dien zij had, daarin geworpen.En als sommigen zeiden van den tempel, dat hij met schone stenen en begiftigingen versierd was, zeide Hij:Wat deze dingen aangaat, die gij aanschouwt, er zullen dagen komen, in welke niet een steen op den anderen steen zal gelaten worden, die niet zal worden afgebroken.En zij vraagden Hem, zeggende: Meester, wanneer zullen dan deze dingen zijn, en welk is het teken, wanneer deze dingen zullen geschieden?En Hij zeide: Ziet, dat gij niet verleid wordt; want velen zullen er komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus; en de tijd is nabij gekomen, gaat dan hen niet na.En wanneer gij zult horen van oorlogen en beroerten, zo wordt niet verschrikt; want deze dingen moeten eerst geschieden; maar nog is terstond het einde niet.Toen zeide Hij tot hen: Het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk.En er zullen grote aardbevingen wezen in verscheidene plaatsen, en hongersnoden, en pestilentien; er zullen ook schrikkelijke dingen, en grote tekenen van den hemel geschieden.Maar voor dit alles, zullen zij hun handen aan ulieden slaan, en u vervolgen, u overleverende in de synagogen en gevangenissen; en gij zult getrokken worden voor koningen en stadhouders, om Mijns Naams wil.En dit zal u overkomen tot een getuigenis.Neemt dan in uw harten voor, van te voren niet te overdenken, hoe gij u verantwoorden zult;Want Ik zal u mond en wijsheid geven, welke niet zullen kunnen tegenspreken, noch wederstaan allen, die zich tegen u zetten.En gij zult overgeleverd worden ook van ouders, en broeders, en magen, en vrienden; en zij zullen er sommigen uit u doden.En gij zult van allen gehaat worden om Mijns Naams wil.Doch niet een haar uit uw hoofd zal verloren gaan.Bezit uw zielen in uw lijdzaamheid.Maar wanneer gij zien zult, dat Jeruzalem van heirlegers omsingeld wordt, zo weet alsdan, dat haar verwoesting nabij gekomen is.Alsdan die in Judea zijn, dat zij vlieden naar de bergen; en die in het midden van dezelve zijn, dat zij daaruit trekken; en die op de velden zijn, dat zij in dezelve niet komen.Want deze zijn dagen der wraak, opdat alles vervuld worde, dat geschreven is.Doch wee den bevruchten en den zogenden vrouwen in die dagen, want er zal grote nood zijn in het land, en toorn over dit volk.En zij zullen vallen door de scherpte des zwaards, en gevankelijk weggevoerd worden onder alle volken; en Jeruzalem zal van de heidenen vertreden worden, totdat de tijden der heidenen vervuld zullen zijn.En er zullen tekenen zijn in de zon, en maan, en sterren, en op de aarde benauwdheid der volken met twijfelmoedigheid, als de zee en watergolven groot geluid zullen geven;En den mensen het hart zal bezwijken van vrees en verwachting der dingen, die het aardrijk zullen overkomen; want de krachten der hemelen zullen bewogen worden.En alsdan zullen zij den Zoon des mensen zien komen in een wolk, met grote kracht en heerlijkheid.Als nu deze dingen beginnen te geschieden, zo ziet omhoog, en heft uw hoofden opwaarts, omdat uw verlossing nabij is.En Hij zeide tot hen een gelijkenis: Ziet den vijgeboom, en al de bomen.Wanneer zij nu uitspruiten, en gij dat ziet, zo weet gij uit uzelven, dat de zomer nu nabij is.Alzo ook gij, wanneer gij deze dingen zult zien geschieden, zo weet, dat het Koninkrijk Gods nabij is.Voorwaar Ik zeg u, dat dit geslacht geenszins zal voorbijgaan, totdat alles zal geschied zijn.De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.En wacht uzelven, dat uw harten niet te eniger tijd bezwaard worden met brasserij en dronkenschap, en zorgvuldigheden dezes levens, en dat u die dag niet onvoorziens over kome.Want gelijk een strik zal hij komen over al degenen, die op den gansen aardbodem gezeten zijn.Waakt dan te aller tijd, biddende, dat gij moogt waardig geacht worden te ontvlieden al deze dingen, die geschieden zullen, en te staan voor den Zoon des mensen.Des daags nu was Hij lerende in den tempel; maar des nachts ging Hij uit, en vernachtte op den berg, genaamd den Olijf berg.En al het volk kwam des morgens vroeg tot Hem in den tempel, om Hem te horen.
    Verder lezen
  • Het derde zegel, de derde ruiter

    Het derde zegel van de Openbaring (Op 6.5-6) onthult een zwart paard, waarvan de ruiter een weegschaal vasthoudt, symbool van hongersnood en rantsoenering. Na de verovering en de oorlog treft schaarste de mensheid. Dit visioen illustreert de kwetsbaarheid van economische systemen, de sociale onrechtvaardigheid tussen rijk en arm, en de soevereiniteit van God, zelfs in het oordeel. Het nodigt ons uit om in Christus de ware zekerheid te zoeken tegenover de broosheid van de wereld.

    Jeremia 14.2 (De Heilige Schrift 1917) :
    Juda treurt en haar poorten zijn verzwakt; zij zijn in het zwart gekleed ter aarde toe, en Jeruzalems geschrei klimt op.
    Verder lezen
  • De chronologie van het leven van Jezus, conclusie

    Het artikel sluit een reeks over de chronologie van Jezus af en kiest een minderheidsbenadering om haar in overeenstemming te brengen met de geschiedenis en de Bijbel. Het stelt een nieuwe datering van de dood van Herodes voor en stelt de traditionele chronologische keuzes ter discussie.

    Daniël 9.24-27 (De Heilige Schrift 1917) :
    Zeventig weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, en om het gezicht, en den profeet te verzegelen, en om de heiligheid der heiligheden te zalven.Weet dan, en versta: van den uitgang des woords, om te doen wederkeren, en om Jeruzalem te bouwen, tot op Messias, den Vorst, zijn zeven weken, en twee en zestig weken; de straten, en de grachten zullen wederom gebouwd worden, doch in benauwdheid der tijden.En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hem zelven zijn; en een volk des vorsten, hetwelk komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromenden vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn, en vastelijk besloten verwoestingen.En hij zal velen het verbond versterken een week; en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over den gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over den verwoeste.
    Verder lezen

Chronologie

  • De profeet Daniël

    Het artikel onderzoekt de figuur van de profeet Daniël in een reeks chronologische studies over het leven van Jezus. Het richt zich op de profetie van de zeventig weken van Daniël en bespreekt de historische en interpretatieve gevolgen ervan, terwijl het ook de context van de regering van koning Josia verkent.

    2 Kronieken 35.20-24 (De Heilige Schrift 1917) :
    Na dit alles, toen Josia het huis toebereid had, toog Necho, de koning van Egypte, op, om te krijgen tegen Karchemis, aan den Frath; en Josia toog uit hem tegemoet.Toen zond hij boden tot hem, zeggende: Wat heb ik met u te doen, gij, koning van Juda? Wat u aangaat, ik ben heden tegen u niet, maar tegen een huis, dat oorlog voert tegen mij; en God heeft gezegd, dat ik mij haasten zou; houd u af van God, Die met mij is, opdat Hij u niet verderve.Doch Josia keerde zijn aangezicht niet van hem; maar hij verstelde zich, om tegen hem te strijden, en hoorde niet naar de woorden van Necho uit den mond van God; maar hij kwam om te strijden in het dal Megiddo.En de schutters schoten den koning Josia. Toen zeide de koning tot zijn knechten: Voert mij weg, want ik ben zeer gewond.En zijn knechten namen hem weg van den wagen, en voerden hem op den tweeden wagen, dien hij had, en brachten hem te Jeruzalem; en hij stierf, en werd begraven in de graven zijner vaderen; en gans Juda en Jeruzalem bedreven rouw over Josia.
    Verder lezen

De openbaring van Daniël

  • Daniël 7 – De vier dieren en het koninkrijk van de Mensenzoon

    Daniël 7 beschrijft in detail een belangrijk profetisch visioen waarin vier beesten koninkrijken symboliseren: Babylon, Medië-Perzië, Griekenland en Rome. De tekst laat het tijdelijke karakter van menselijke machten zien in vergelijking met de eeuwige heerschappij van God, die wordt toevertrouwd aan ‘iemand zoals een mensenzoon’.

    Openbaring 13 (De Heilige Schrift 1917) :
    (12:18) En ik stond op het zand der zee. (13:1) En ik zag uit de zee een beest opkomen, hebbende zeven hoofden en tien hoornen; en op zijn hoornen waren tien koninklijke hoeden, en op zijn hoofden was een naam van gods lastering.En het beest dat ik zag, was een pardel gelijk, en zijn voeten als eens beers voeten, en zijn mond als de mond eens leeuws; en de draak gaf hem zijn kracht, en zijn troon, en grote macht.En ik zag een van zijn hoofden als tot den dood gewond, en zijn dodelijke wonde werd genezen; en de gehele aarde verwonderde zich achter het beest.En zij aanbaden den draak, die het beest macht gegeven had; en zij aanbaden het beest, zeggende: Wie is dit beest gelijk? wie kan krijg voeren tegen hetzelve?En hetzelve werd een mond gegeven, om grote dingen en gods lasteringen te spreken; en hetzelve werd macht gegeven, om zulks te doen, twee en veertig maanden.En het opende zijn mond tot lastering tegen God, om Zijn Naam te lasteren, en Zijn tabernakel, en die in den hemel wonen.En hetzelve werd macht gegeven, om den heiligen krijg aan te doen, en om die te overwinnen; en hetzelve werd macht gegeven over alle geslacht, en taal, en volk.En allen, die op de aarde wonen, zullen hetzelve aanbidden, welker namen niet zijn geschreven in het boek des levens, des Lams, Dat geslacht is, van de grondlegging der wereld.Indien iemand oren heeft, die hore.Indien iemand in de gevangenis leidt, die gaat zelf in de gevangenis; indien iemand met het zwaard zal doden, die moet zelf met het zwaard gedood worden. Hier is de lijdzaamheid en het geloof der heiligen.En ik zag een ander beest uit de aarde opkomen, en het had twee hoornen, des Lams hoornen gelijk, en het sprak als de draak.En het oefent al de macht van het eerste beest, in tegenwoordigheid van hetzelve, en het maakt, dat de aarde, en die daarin wonen het eerste beest aanbidden, wiens dodelijke wonde genezen was.En het doet grote tekenen, zodat het ook vuur uit den hemel doet afkomen op de aarde, voor de mensen.En verleidt degenen, die op de aarde wonen, door de tekenen, die aan hetzelve toe doen gegeven zijn in de tegenwoordigheid van het beest; zeggende tot degenen, die op de aarde wonen, dat zij het beest, dat de wond des zwaards had, en weder leefde, een beeld zouden maken.En hetzelve werd macht gegeven om het beeld van het beest een geest te geven, opdat het beeld van het beest ook zou spreken, en maken, dat allen, die het beeld van het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden.En het maakt, dat het aan allen, kleinen en groten, en rijken en armen, en vrijen en dienstknechten, een merkteken geve aan hun rechterhand of aan hun voorhoofden;En dat niemand mag kopen of verkopen, dan die dat merkteken heeft, of den naam van het beest, of het getal zijns naams.Hier is de wijsheid: die het verstand heeft, rekene het getal van het beest; want het is een getal eens mensen, en zijn getal is zeshonderd zes en zestig.
    Verder lezen
  • Daniël 9 – De zeventig weken: van het gebed van Daniël tot de messiaanse hoop

    Daniël 9 begint met een gebed en eindigt met de profetie van de zeventig weken. Daniël ontdekt dat de ballingschap van Jeruzalem ten einde loopt en ontvangt dan van de engel Gabriël de visie van een veel langere periode, gesymboliseerd door 490 jaar die tot de messiaanse tijd leiden. Zijn gebed legt de nadruk op de belijdenis van de zonde van Israël en het zoeken van Gods barmhartigheid. De eerste 69 weken lopen uit op de bediening van Johannes de Doper, terwijl de laatste weken een eschatologische horizon aankondigen.

    Ezra 7 (De Heilige Schrift 1917) :
    Na deze geschiedenissen nu, in het koninkrijk van Arthahsasta, koning van Perzie: Ezra, de zoon van Seraja, den zoon van Azarja, den zoon van Hilkia,Den zoon van Sallum, den zoon van Zadok, den zoon van Ahitub,Den zoon van Amarja, den zoon van Azarja, den zoon van Merajoth,Den zoon van Zerahja, den zoon van Uzzi, den zoon van Bukki,Den zoon van Abisua, den zoon van Pinehas, den zoon van Eleazar, den zoon van Aaron, den hoofdpriester.Deze Ezra toog op uit Babel; en hij was een vaardig schriftgeleerde in de wet van Mozes, die de HEERE, de God Israels, gegeven heeft; en de koning gaf hem, naar de hand des HEEREN, zijns Gods, over hem, al zijn verzoek.Ook sommigen van de kinderen Israels, en van de priesteren en de Levieten, en de zangers, en de poortiers, en de Nethinim, togen op naar Jeruzalem, in het zevende jaar van den koning Arthahsasta.En hij kwam te Jeruzalem in de vijfde maand; dat was het zevende jaar dezes konings.Want op den eersten der eerste maand was het begin des optochts uit Babel, en op den eersten der vijfde maand kwam hij te Jeruzalem, naar de goede hand zijns Gods over hem.Want Ezra had zijn hart gericht, om de wet des HEEREN te zoeken en te doen, en om in Israel te leren de inzettingen en de rechten.Dit is nu het afschrift des briefs, dien de koning Arthahsasta gaf aan Ezra, den priester, den schriftgeleerde; den schriftgeleerde van de woorden der geboden des HEEREN, en Zijn inzettingen over Israel:Arthahsasta koning der koningen, aan Ezra, den priester, den schriftgeleerde der wet van den God des hemels, volkomen vrede en op zulken tijd.Van mij wordt bevel gegeven, dat al wie vrijwillig is in mijn koninkrijk, van het volk van Israel, en van deszelfs priesteren en Levieten, om te gaan naar Jeruzalem, dat hij met u ga.Dewijl gij van voor den koning en zijn zeven raadsheren gezonden zijt, om onderzoek te doen in Judea, en te Jeruzalem, naar de wet uws Gods, die in uw hand is;En om henen te brengen het zilver en goud, dat de koning en zijn raadsheren vrijwilliglijk gegeven hebben aan den God Israels, Wiens woning te Jeruzalem is;Mitsgaders al het zilver en goud, dat gij vinden zult in het ganse landschap van Babel, met de vrijwillige gave des volks en der priesteren, die vrijwilliglijk geven, ten huize huns Gods, dat te Jeruzalem is;Opdat gij spoediglijk voor dat geld koopt runderen, rammen, lammeren, met hun spijsofferen, en hun drankofferen, en die offert op het altaar van het huis van ulieder God, dat te Jeruzalem is.Daartoe, wat u en uw broederen goed dunken zal, met het overige zilver en goud te doen, zult gijlieden doen naar het welgevallen uws Gods.En geef de vaten, die u gegeven zijn tot den dienst van het huis uws Gods, weder voor den God van Jeruzalem.Het overige nu, dat van node zal zijn voor het huis uws Gods, dat u voorvallen zal uit te geven, zult gij geven uit het schathuis des konings.En van mij, mij, koning Arthahsasta, wordt bevel gegeven aan alle schatmeesters, die aan gene zijde der rivier zijt, dat alles, wat Ezra, de priester, de schriftgeleerde der wet van den God des hemels, van u zal begeren, spoediglijk gedaan worde;Tot honderd talenten zilvers toe, en tot honderd kor tarwe, en tot honderd bath wijn, en tot honderd bath olie, en zout zonder voorschrift.Al wat naar het bevel van den God des hemels is, dat het vlijtiglijk gedaan worde, voor het huis van den God des hemels; want waartoe zou er grote toorn zijn over het koninkrijk des konings en zijner kinderen?Ook laten wij ulieden weten, aangaande alle priesteren en Levieten, zangers, poortiers, Nethinim en dienaars van het huis dezes Gods, dat men den cijns, ouden impost en tol hun niet zal vermogen op te leggen.En gij, Ezra, naar de wijsheid uws Gods, die in uw hand is, stel regeerders en richters, die al het volk richten, dat aan gene zijde der rivier is, allen, die de wetten Gods weten, en die ze niet weet, zult gijlieden die bekend maken.En al wie de wet uws Gods en de wet des konings niet zal doen, over dien laat spoediglijk recht worden gedaan, hetzij ter dood, of tot uitbanning, of tot boete van goederen, of tot de banden.Geloofd zij de HEERE, de God onzer vaderen, Die alzulks in het hart des konings gegeven heeft, om te versieren het huis des HEEREN, dat te Jeruzalem is.En heeft tot mij weldadigheid geneigd, voor het aangezicht des konings en zijner raadsheren, en aller geweldige vorsten des konings! Zo heb ik mij gesterkt, naar de hand des HEEREN, mijns Gods, over mij, en de hoofden uit Israel vergaderd, om met mij op te trekken.
    Verder lezen
  • Daniël 11 – De oorlogen van de koningen en de tijd van het einde (Didactische versie)

    Daniël 11 beschrijft in detail profetieën over historische conflicten, onder wie Antiochus IV, en kondigt toekomstige spanningen aan. Ondanks de vervolgingen wordt de trouw aan God op de voorgrond geplaatst.

    Verder lezen
  • Daniël 12 – Tot aan de opstanding: de uiteindelijke overwinning van God

    Daniël 12 is een profetie over de opstanding en de uiteindelijke overwinning van God. Ze voorzegt een tijd van benauwdheid vóór de bevrijding die Michaël brengt. De profetische tijden wijzen op perioden van beproeving voor het trouwe volk, maar de opstanding en het eeuwige leven zijn beloofd aan wie volhardt.

    Verder lezen

De tegenstrijdigheden

  • Was Johannes de Doper de Elia die zou komen?

    Jezus beschouwt Johannes de Doper als de profetische Elia, wat op een symbolische zending wijst, maar hij ontkent deze identiteit in letterlijke zin, volgens Johannes 1:19-21. Dit onderscheid tussen zending en persoonlijke identiteit verheldert een ogenschijnlijke bijbelse tegenspraak.

    Mattheüs 17.10-13 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Zijn discipelen vraagden Hem, zeggende: Wat zeggen dan de Schriftgeleerden, dat Elias eerst moet komen?Doch Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Elias zal wel eerst komen, en alles weder oprichten.Maar Ik zeg u, dat Elias nu gekomen is, en zij hebben hem niet gekend; doch zij hebben aan hem gedaan, al wat zij hebben gewild; alzo zal ook de Zoon des mensen van hen lijden.Toen verstonden de discipelen dat Hij hun van Johannes de Doper gesproken had.
    Verder lezen
Aanvullingen
  • ANN004 De geboortedatum van Jezus, de Messias

    Het artikel stelt een geboortedatum voor Jezus voor op basis van een analyse van de profetieën van Daniël en van de geschiedenis. De kruisiging zou hebben plaatsgevonden…

  • ANN005 Berekening van de data met betrekking tot het leven van de Messias Jezus

    Het artikel onderzoekt de chronologie van het leven van Jezus en confronteert verschillende hypothesen over de kruisiging, die op 1 april 33 wordt geplaatst en de…

  • ANN006 De exacte datum van het decreet

    Het artikel analyseert het decreet van Artaxerxes over Jeruzalem en ordent de bijbelse kalender rond de zeventig profetische weken van Daniël, die van cruciaal belang zijn voor de datering van het leven van Jezus,…

  • ANN027 De laatste Pesachmaaltijd

    Het artikel analyseert de chronologie van het laatste Pascha volgens de Evangeliën en onderstreept dat Jezus werd gekruisigd op vrijdag 1 april 33, in overeenstemming met…

  • ANN067 De uitleg van de 70 weken van Daniël

    Het artikel ontrafelt de 70 weken van Daniël en zet de theorieën van Anderson en Denney tegenover elkaar om de kruisiging van Jezus te dateren. Anderson stelt een chronologie voor die gebaseerd is…

  • ANN101 Het profetische verloop van de eindtijd

    Het artikel analyseert het begrip van het einde der tijden in de Bijbel en maakt onderscheid tussen “einde der tijden” en “einde van de wereld”. Het legt de nadruk…

  • ANN112 De profetie van de heilige Malachias

    Cet article explore la prophétie de Saint Malachie, prétendant prédire les 112 futurs papes. Bien que contestée, elle suscite un intérêt continu en raison…