Studie 1 van 15 · De vertaling van de Septuaginta

  1. Studie 1: De vertaling van de Septuaginta
  2. Studie 2: De zoektocht naar manuscripten
  3. Studie 3: De Dode-Zeerollen
  4. Studie 4: De geschriften van het Nieuwe Testament en de vertaling
  5. Studie 5: De Bijbel geconfronteerd met AI
  6. Studie 6: Augustin CRAMPON
  7. Studie 7: De Joodse kalender
  8. Studie 8: De exacte datum van het decreet
  9. Studie 9: De geboortedatum van Jezus, de Messias
  10. Studie 10: De dood van koning Herodes de Grote
  11. Studie 11: De historische figuren die de wereldwijde ontwikkeling van het christendom hebben gestempeld
  12. Studie 12: Martin LUTHER
  13. Studie 13: Johannes GUTENBERG
  14. Studie 14: Louis SEGOND
  15. Studie 15: De tien plagen van Egypte

Oude vertalingen

Al in de eerste eeuwen is de Bijbel in tal van talen vertaald om gemeenschappen te bereiken die geen Hebreeuws of Grieks lazen. Dit thema brengt de artikelen samen die gewijd zijn aan de grote oude versies: de Griekse Septuaginta, de Latijnse Vulgaat, de Syrische Peshitta, de Koptische versies en andere vertalingen die het begrip van de Schrift eeuwenlang hebben gevormd.

Deze vertalingen zijn geen eenvoudige taalkundige oefeningen: ze weerspiegelen theologische keuzes, culturele contexten en leerstellige debatten van hun tijd. Sommige hebben een beslissende invloed uitgeoefend op de vorming van de canon en op de uitleg van sleutelpassages. Ze vormen ook een kostbare bron voor specialisten die verloren gegane handschriften proberen te reconstrueren.

Lezen over de oude vertalingen betekent begrijpen hoe de Bijbel door culturen en eeuwen is gegaan, en de kwesties vatten die ook vandaag nog elke vertaalonderneming omringen.

  • De vertaling van de Septuaginta

    Het artikel behandelt de vertaling van de Septuaginta, een Griekse versie van de Hebreeuwse Bijbel uit de 3e eeuw v.Chr. voor Griekstalige Joden. De Septuaginta, die in Alexandrië tot stand kwam, heeft de eerste christenen sterk beïnvloed. Ze bevat verschillende bijbelboeken en werd in gang gezet door koning Ptolemaeus II.

    Verder lezen

Handschriften en codices

Vóór de boekdrukkunst werd de Bijbel overgeleverd via duizenden met de hand gekopieerde handschriften, eerst op papyrus en daarna op perkament, in de vorm van rollen en vervolgens van codices. Dit thema voert de lezer mee in de fascinerende materiële geschiedenis van de bijbeltekst: hoe deze documenten zijn vervaardigd, bewaard, herontdekt en door specialisten geanalyseerd.

De bijbehorende artikelen verkennen de grote handschriftenfamilies, de tekstuele verschillen daartussen en de methoden van de tekstkritiek waarmee men tot de oorspronkelijke tekst kan teruggaan. Ook belangrijke archeologische vondsten die het begrip van sommige passages hebben vernieuwd, komen aan bod.

Dit leertraject zal vooral diegenen interesseren die zich afvragen waarop de betrouwbaarheid van de moderne vertalingen berust en hoe onderzoekers de overlevering van de Schrift door de eeuwen heen beoordelen. Een concrete blik op de weg die het Woord van God tot ons heeft afgelegd.

  • De zoektocht naar manuscripten

    Het artikel behandelt de bijbelse codices, belangrijke manuscripten voor het behoud van de bijbelteksten. Het bespreekt belangrijke voorbeelden van codices, hun invloed op de overlevering van de Schriften en het ontbreken van historische informatie over de eerste manuscripten.

    Verder lezen
  • De Dode-Zeerollen

    Het artikel beschrijft de ontdekking van de Dode-Zeerollen bij Qumran. Deze rollen, in de jaren veertig door een bedoeïen ontdekt, hebben het begrip van de bijbelteksten revolutionair veranderd. De openbaarmaking werd om politieke en technische redenen vertraagd, maar deze manuscripten werpen een uniek licht op de oude teksten.

    Verder lezen

Vertaling van het Nieuwe Testament

Het Nieuwe Testament is ons in het oudgrieks overgeleverd, een taal die maar weinig moderne lezers beheersen. De vertaling van deze fundamentele teksten naar het Frans, en naar andere talen, is een kolossaal werk, op het kruispunt van taalkunde, theologie en geschiedenis. Dankzij dit werk hebben miljoenen gelovigen rechtstreeks toegang tot de woorden van Jezus, de brieven van Paulus en de verhalen van de Handelingen van de apostelen.

Achter elke vertaalde versie gaan beslissende keuzes schuil: welk Grieks handschrift wordt gevolgd, hoe geeft men een theologische term weer zonder hem te verraden, moet de letterlijke trouw of de duidelijkheid van de zin voorrang krijgen? Figuren als Louis Segond of Augustin Crampon hebben de geschiedenis van de Bijbel in het Frans blijvend gemarkeerd, en hun methoden blijven de hedendaagse vertalingen beïnvloeden.

Dit thema maakt het mogelijk concreet te verkennen hoe de Evangeliën, de brieven en Openbaring door de eeuwen heen tot in onze handen zijn gekomen, via oude handschriften, opeenvolgende herzieningen en soms felle debatten tussen specialisten. Een onmisbare duik voor wie de Bijbel met een verlicht oog wil lezen.

  • De geschriften van het Nieuwe Testament en de vertaling

    Het artikel behandelt de oorsprong en de vertaling van de geschriften van het Nieuwe Testament. Het onderzoekt de Griekse manuscripten en verschillende kritische edities, evenals hun belang voor de nauwkeurigheid van moderne vertalingen.

    Verder lezen

Moderne vertalingen

Sinds de zestiende eeuw en de opkomst van de boekdrukkunst zijn tientallen moderne bijbelvertalingen ontstaan in bijna alle talen van de wereld. Dit thema onderzoekt de beginselen die deze vertaalondernemingen leiden: trouw aan de brontekst, toegankelijkheid voor de hedendaagse lezer, de keuze tussen letterlijke en dynamische vertaling.

De hier samengebrachte artikelen vergelijken verschillende Franse en internationale versies, leggen de gebruikte tekstgrondslagen uit en bespreken de debatten die bepaalde vertaalkeuzes binnen christelijke gemeenschappen oproepen. Ook de vraag welke vertaling het best past bij welk gebruik komt aan bod: grondige studie, persoonlijke stille tijd of prediking.

Dit leertraject is kostbaar voor elke lezer die wil begrijpen waarom twee Bijbels niet altijd precies hetzelfde zeggen, en hoe hij een versie kiest die bij zijn behoeften past. Vertalen is, verre van een technisch detail, het hart van de levende overlevering van de bijbelse boodschap.

  • De Bijbel geconfronteerd met AI

    Het artikel bespreekt hoe kunstmatige intelligentie de bijbelvertaling zou kunnen veranderen, en wijst daarbij op de taalkundige en culturele uitdagingen van het vertalen van oude teksten. Het gaat ook in op de vertaling van de Segond 21, die trouw en modern taalgebruik met elkaar verzoent.

    Verder lezen
  • Augustin CRAMPON

    Het artikel verkent het leven van Augustin Crampon, beroemd om zijn vertaling van de Bijbel. In 1851 tot priester gewijd, studeerde hij bij Arthur Le Hir en werd een kenner van de bijbelse talen. Zijn vertaling, na zijn dood in 1904 gepubliceerd, blijft een belangrijk katholiek referentiepunt.

    Verder lezen

Bijbelse chronologie

De bijbelse chronologie probeert de gebeurtenissen van de heilige teksten in de historische tijd te plaatsen: wanneer is Jezus geboren? Wanneer begon hij zijn bediening? Op welke datum vond de kruisiging plaats? Deze ogenschijnlijk technische vragen hebben aanzienlijke theologische en historische gevolgen.

Daarbij worden ook de verschillende systemen van tijdsmeting uit de oudheid vergeleken: de joodse, de Romeinse en de juliaanse kalender, de telling van de uren, de regeringsjaren van de heersers. De ogenschijnlijke verschillen tussen de Evangeliën, over het uur van de kruisiging of de datum van het laatste Pesach, worden vaak opgehelderd door deze kalenderverschillen.

Deze rubriek brengt de artikelen samen die deze vraagstukken behandelen: de datering van de geboorte, de geslachtsregisters van Jezus, de 70 weken van Daniël, de johanneïsche chronologie en haar verhouding tot de synoptische Evangeliën. Een veeleisend terrein, maar een dat een nauwkeuriger en beter geïnformeerde lezing van de hele Schrift voedt.

  • De Joodse kalender

    Dit artikel onderzoekt de Joodse kalender, die essentieel is om de chronologie van de bijbelse gebeurtenissen te begrijpen. Het maakt deel uit van een reeks die de profetie van Daniël onderzoekt.

    Daniël 9.24-27 (De Heilige Schrift 1917) :
    Zeventig weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, en om het gezicht, en den profeet te verzegelen, en om de heiligheid der heiligheden te zalven.Weet dan, en versta: van den uitgang des woords, om te doen wederkeren, en om Jeruzalem te bouwen, tot op Messias, den Vorst, zijn zeven weken, en twee en zestig weken; de straten, en de grachten zullen wederom gebouwd worden, doch in benauwdheid der tijden.En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hem zelven zijn; en een volk des vorsten, hetwelk komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromenden vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn, en vastelijk besloten verwoestingen.En hij zal velen het verbond versterken een week; en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over den gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over den verwoeste.
    Verder lezen
  • De exacte datum van het decreet

    De studie onderzoekt de chronologie van het leven van Jezus aan de hand van de profetie van Daniël. Ze wijst het decreet van Artaxerxes aan als een belangrijk uitgangspunt en gaat in op de moeilijkheden rond de nauwkeurigheid van oude data, waarbij het jaar 458 v.Chr. in het licht wordt gesteld. Het artikel stelt dat dit onderzoek zijn grond vindt in een goddelijke wil, door God georkestreerd.

    Ezra 7.8 (De Heilige Schrift 1917) :
    En hij kwam te Jeruzalem in de vijfde maand; dat was het zevende jaar dezes konings.
    Verder lezen
  • De geboortedatum van Jezus, de Messias

    De studie onderzoekt de geboortedatum van Jezus en verbindt profetieën, getuigenissen uit de evangeliën en historische gegevens om een geboorte voor te stellen rond 12 oktober van het jaar -2 v.Chr., tijdens het Loofhuttenfeest.

    Lukas 1.5 (De Heilige Schrift 1917) :
    In de dagen van Herodes, den koning van Judea, was een zeker priester, met name Zacharias, van de dagorde van Abia; en zijn vrouw was uit de dochteren van Aaron, en haar naam Elizabet.
    Verder lezen
  • De dood van koning Herodes de Grote

    De studie onderzoekt de chronologie van de dood van Herodes de Grote, die van invloed is op de datering van de geboorte en het optreden van Jezus. Gebaseerd op het werk van Schürer, die het jaar 4 v.Chr. voorstelt, benadrukt zij het belang om de historische interpretaties te heroverwegen in het licht van de teksten van Flavius Josephus.

    Lukas 3.1-23 (De Heilige Schrift 1917) :
    En in het vijftiende jaar der regering van den keizer Tiberius, als Pontius Pilatus stadhouder was over Judea, en Herodes een viervorst over Galilea, en Filippus, zijn broeder, een viervorst over Iturea en over het land Trachonitis, en Lysanias een viervorst over Abilene;Onder de hogepriesters Annas en Kajafas, geschiedde het woord Gods tot Johannes, den zoon van Zacharias, in de woestijn.En hij kwam in al het omliggende land der Jordaan, predikende den doop der bekering tot vergeving der zonden.Gelijk geschreven is in het boek der woorden van Jesaja, den profeet, zeggende: De stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des Heeren, maakt Zijn paden recht!Alle dal zal gevuld worden, en alle berg en heuvel zal vernederd worden, en de kromme wegen zullen tot een rechten weg worden, en de oneffen tot effen wegen.En alle vlees zal de zaligheid Gods zien.Hij zeide dan tot de scharen, die uitkwamen, om van hem gedoopt te worden: Gij adderengebroedsels, wie heeft u aangewezen te vlieden van den toekomenden toorn?Brengt dan vruchten voort der bekering waardig; en begint niet te zeggen bij uzelven: Wij hebben Abraham tot een vader; want ik zeg u, dat God zelfs uit deze stenen Abraham kinderen kan verwekken.En de bijl ligt ook alrede aan den wortel der bomen; alle boom dan, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen, en in het vuur geworpen.En de scharen vraagden hem, zeggende: Wat zullen wij dan doen?En hij, antwoordende, zeide tot hen: Die twee rokken heeft, dele hem mede, die geen heeft; en die spijze heeft, doe desgelijks.En er kwamen ook tollenaars om gedoopt te worden, en zeiden tot hem: Meester! wat zullen wij doen?En hij zeide tot hen: Eist niet meer, dan hetgeen u gezet is.En hem vraagden ook de krijgslieden, zeggende: En wij, wat zullen wij doen? En hij zeide tot hen: Doet niemand overlast, en ontvreemdt niemand het zijne met bedrog, en laat u vergenoegen met uw bezoldigingen.En als het volk verwachtte, en allen in hun harten overleiden van Johannes, of hij niet mogelijk de Christus ware;Zo antwoordde Johannes aan allen, zeggende: Ik doop u wel met water; maar Hij komt, Die sterker is dan ik, Wien ik niet waardig ben den riem van Zijn schoenen te ontbinden; Deze zal u dopen met den Heiligen Geest en met vuur;Wiens wan in Zijn hand is, en Hij zal Zijn dorsvloer doorzuiveren, en de tarwe zal Hij in Zijn schuur samenbrengen; maar het kaf zal Hij met onuitblusselijk vuur verbranden.Hij dan, ook nog vele andere dingen vermanende, verkondigde den volke het Evangelie.Maar als Herodes, de viervorst van hem bestraft werd, om Herodias' wil, de vrouw van Filippus, zijn broeder, en over alle boze stukken, die Herodes deed,Zo heeft hij ook dit nog boven alles daar toegedaan, dat hij Johannes in de gevangenis gesloten heeft.En het geschiedde, toen al het volk gedoopt werd, en Jezus ook gedoopt was, en bad, dat de hemel geopend werd;En dat de Heilige Geest op Hem nederdaalde, in lichamelijke gedaante, gelijk een duif; en dat er een stem geschiedde uit den hemel, zeggende: Gij zijt Mijn geliefde Zoon, in U heb Ik Mijn welbehagen!En Hij, Jezus, begon omtrent dertig jaren oud te wezen, zijnde (alzo men meende) de zoon van Jozef, den zoon van Heli,
    Verder lezen
Aanvullingen
  • ANN004 De geboortedatum van Jezus, de Messias

    Het artikel stelt een geboortedatum voor Jezus voor op basis van een analyse van de profetieën van Daniël en van de geschiedenis. De kruisiging zou hebben plaatsgevonden…

  • ANN011 De dood van koning Herodes de Grote

    Het artikel analyseert de datering van de dood van Herodes de Grote, die traditioneel rond 1 v.Chr. wordt geplaatst, en de moderne herziening ervan naar 4 v.Chr.…

  • ANN042 De reistijden

    Deze bijlage bestudeert de vervoermiddelen en reistijden in de eerste eeuw. In de tijd van Jezus reisde men vooral te voet, met een karavaan of…

Geschiedenis van het christendom

Dit thema verkent de grote etappes die het christendom hebben gevormd, van zijn oorsprong tot vandaag. Het behandelt het ontstaan van de vroege kerk, haar geleidelijke structurering, de vervolgingen die ze onderging, en haar zendingsuitbreiding door de antieke wereld en daarbuiten.

De hier samengebrachte artikelen bestrijken uiteenlopende onderwerpen: het leven en de marteldood van de eerste christenen, de rol van de apostelen bij de organisatie van de eerste gemeenten, de concilies en leerstellige definities die de leer hebben gevormd, of ook de protestantse Reformatie en markante figuren als Maarten Luther die het christelijke landschap diepgaand hebben hervormd.

Dit leertraject richt zich ook op de banden tussen christendom en jodendom, op de uit de oudheid geërfde culturele en feestelijke tradities, en op de individuele bijdragen van invloedrijke figuren door de eeuwen heen.

Deze artikelen lezen betekent begrijpen hoe een geloof dat in de eerste eeuw in Palestina is geboren, de tijden is doorgekomen, debatten heeft uitgelokt, scheuringen en hervormingen heeft voortgebracht, en tegelijk een blijvende stempel op de wereldbeschaving heeft gedrukt.

  • De historische figuren die de wereldwijde ontwikkeling van het christendom hebben gestempeld

    Dit artikel belicht de historische figuren die hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van het christendom wereldwijd, met aandacht voor de vertalers van bijbelteksten en voor hen die om hun geloof onrecht hebben doorstaan.

    Verder lezen
  • Martin LUTHER

    Maarten Luther, een centrale figuur van de protestantse Reformatie, bekritiseerde de aflaten en andere praktijken van de katholieke Kerk. Hij vertaalde de Bijbel in het Duits en publiceerde in 1517 zijn 95 stellingen, waarmee hij een beweging in gang zette die de christenheid veranderde. Zijn werken hebben een diepgaande invloed op de Europese theologie en samenleving.

    Verder lezen
  • Johannes GUTENBERG

    Dankzij zijn uitvinding van de boekdrukkunst veranderde Johannes Gutenberg de productie van de Bijbel en bekortte hij de tijd voor de vermenigvuldiging ervan drastisch. Ondanks zijn vindingrijkheid verloor hij, in financiële moeilijkheden, een proces tegen de bankier Johann Fust. Zijn vernieuwingen hebben de uitgeverij niettemin gerevolutioneerd en hadden een blijvende invloed.

    Verder lezen

Vertaling en verspreiding van de Schriften

De vertaling van de Bijbel is een van de langste intellectuele en geestelijke avonturen in de menselijke geschiedenis. Van de eerste Griekse versies van de Septuaginta tot de grote Latijnse vertalingen, en daarna tot de Bijbels in de volkstalen die door de protestantse Reformatie werden gedragen, elke tijd heeft getracht de Schrift voor zo veel mogelijk mensen toegankelijk te maken. Figuren als Louis Segond of Augustin Crampon hebben de geschiedenis van de Bijbel in het Frans blijvend gemarkeerd.

Dit leertraject verkent de concrete vragen die vertalen oproept: hoe geeft men een oude Hebreeuwse of Griekse tekst getrouw weer in een moderne taal? Welke terminologische keuzes dringen zich op? Welke methoden sturen de vertalers en revisoren van gisteren en vandaag?

De verspreiding van de Schrift is onlosmakelijk verbonden met haar vertaling. De uitvinding van de boekdrukkunst, en daarna de hedendaagse digitale hulpmiddelen, hebben de manier waarop de Bijbel circuleert en wordt bestudeerd diepgaand veranderd. Dit thema nodigt uit de afgelegde weg te overzien, van de oude handschriften tot de moderne bijbelstudie-apps.

  • Louis SEGOND

    Louis Segond, een Zwitserse theoloog, vertaalde de Bijbel in het Frans. Zijn versie, gebaseerd op de masoretische tekst en de Textus Receptus, blijft een belangrijk referentiepunt voor Franstalige protestanten. Zijn getrouwe vertaling van de Schrift werd na zijn dood herzien en wordt nog steeds gebruikt.

    Verder lezen

De Thora

De Thora verwijst naar de eerste vijf boeken van de Hebreeuwse Bijbel, Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium, die het grondleggende fundament van het joodse geloof vormen en een essentiële referentie voor het begrip van het christendom. Deze teksten vertellen over de oorsprong van de wereld, de roeping van de aartsvaders, de bevrijding uit Egypte en de sluiting van het verbond tussen God en zijn volk.

De artikelen rond dit thema behandelen zeer uiteenlopende vragen, zoals de samenstelling en de literaire bronnen van de Pentateuch, het ontstaan van de Tenach, de jahwistische, elohistische en priesterlijke tradities, of ook de bijbelse chronologie van de grondleggende verhalen. Ook worden de tien plagen van Egypte onderzocht, de rituelen en wetten die aan Mozes zijn overgeleverd en de structurerende rol van de uittocht in de heilsgeschiedenis.

Deze leerweg is interessant voor de lezer die nieuwsgierig is naar de bijbelse geschiedenis, maar ook voor wie de culturele en religieuze wortels wil begrijpen waarop de evangeliën en het hele Nieuwe Testament steunen.

  • De tien plagen van Egypte

    Het artikel 'De tien plagen van Egypte' analyseert deze bijbelse gebeurtenissen als een geleidelijke openbaring van God als rechter en bevrijder, met parallellen met de Openbaring van Johannes. Het Hebreeuwse volk, dat in Egypte onderdrukt wordt, ziet in Mozes, bijgestaan door Aäron, het goddelijke werktuig van zijn bevrijding, ondanks de hardnekkige weigering van de farao.

    Exodus 7-11 (De Heilige Schrift 1917) :
    Toen zeide de HEERE tot Mozes: Zie, Ik heb u tot een God gezet over Farao; en Aaron, uw broeder, zal uw profeet zijn.Gij zult spreken alles, wat Ik u gebieden zal; en Aaron, uw broeder, zal tot Farao spreken, dat hij de kinderen Israels uit zijn land trekken laat.Doch Ik zal Farao's hart verharden; en Ik zal Mijn tekenen en Mijn wonderheden in Egypteland vermenigvuldigen.Farao nu zal naar ulieden niet horen, en Ik zal Mijn hand aan Egypte leggen, en voeren Mijn heiren, Mijn volk, de kinderen Israels, uit Egypteland, door grote gerichten.Dan zullen de Egyptenaars weten, dat Ik de HEERE ben, wanneer Ik Mijn hand over Egypte uitstrekke, en de kinderen Israels uit het midden van hen uitleide.Toen deed Mozes en Aaron, als hun de HEERE geboden had, alzo deden zij.En Mozes was tachtig jaar oud, en Aaron was drie en tachtig jaar oud, toen zij tot Farao spraken.En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende:Wanneer Farao tot ulieden spreken zal, zeggende: Doet een wonderteken voor ulieden; zo zult gij tot Aaron zeggen: Neem uw staf, en werp hem voor Farao's aangezicht neder; hij zal tot een draak worden.Toen ging Mozes en Aaron tot Farao henen in, en deden alzo, gelijk de HEERE geboden had; en Aaron wierp zijn staf neder voor Farao's aangezicht, en voor het aangezicht zijner knechten; en hij werd tot een draak.Farao nu riep ook de wijzen en de guichelaars; en de Egyptische tovenaars deden ook alzo met hun bezweringen.Want een iegelijk wierp zijn staf neder, en zij werden tot draken; maar Aarons staf verslond hun staven.Doch Farao's hart verstokte, zodat hij naar hen niet hoorde, gelijk de HEERE gesproken had.Toen zeide de HEERE tot Mozes: Farao's hart is zwaar; hij weigert het volk te laten trekken.Ga heen tot Farao in den morgenstond; zie, hij zal uitgaan naar het water toe, zo stel u tegen hem over aan den oever der rivier, en den staf, die in een slang is veranderd geweest, zult gij in uw hand nemen.En gij zult tot hem zeggen: de HEERE, de God der Hebreen, heeft mij tot u gezonden, zeggende: Laat Mijn volk trekken, dat het Mij diene in de woestijn; doch zie, gij hebt tot nu toe niet gehoord.Zo zegt de HEERE: Daaraan zult gij weten, dat Ik de HEERE ben; zie, ik zal met dezen staf, die in mijn hand is, op het water, dat in deze rivier is, slaan, en het zal in bloed veranderd worden.En de vis in de rivier zal sterven, zodat de rivier zal stinken; en de Egyptenaars zullen vermoeid worden, dat zij het water uit de rivier drinken mogen.Verder zeide de HEERE tot Mozes: zeg tot Aaron: Neem uw staf, en steek uw hand uit over de wateren der Egyptenaren, over hun stromen, over hun rivieren, en over hun poelen, en over alle vergadering hunner wateren, dat zij bloed worden; en er zij bloed in het ganse Egypteland, beide in houten en in stenen vaten.Mozes nu en Aaron deden alzo, gelijk de HEERE geboden had; en hij hief den staf op, en sloeg het water, dat in de rivier was, voor de ogen van Farao, en voor de ogen van zijn knechten; en al het water in de rivier werd in bloed veranderd.En de vis, die in de rivier was, stierf; en de rivier stonk, zodat de Egyptenaars het water uit de rivier niet drinken konden; en er was bloed in het ganse Egypteland.Doch de Egyptische tovenaars deden ook alzo met hun bezweringen; zodat Farao's hart verstokte, en hij hoorde naar hen niet, gelijk als de HEERE gesproken had.En Farao keerde zich om, en ging naar zijn huis; en hij zette zijn hart daar ook niet op.Doch alle Egyptenaars groeven rondom de rivier, om water te drinken; want zij konden van het water der rivier niet drinken.Alzo werden zeven dagen vervuld, nadat de HEERE de rivier geslagen had.Daarna zeide de HEERE tot Mozes: Ga in tot Farao, en zeg tot hem: Zo zegt de HEERE: Laat Mijn volk trekken, dat zij Mij dienen.En indien gij het weigert te laten trekken, zie, zo zal ik uw ganse landpale met vorsen slaan;Dat de rivier van vorsen zal krielen, die zullen opkomen, en in uw huis komen, en in uw slaapkamer, ja, op uw bed; ook in de huizen uwer knechten, en op uw volk, en in uw bakovens, en in uw baktroggen.En de vorsen zullen opkomen, op u, en op uw volk, en op al uw knechten.Verder zeide de HEERE tot Mozes: Zeg tot Aaron: Strek uw hand uit met uw staf, over de stromen, en over de rivieren, en over de poelen; en doe vorsen opkomen over Egypteland.En Aaron strekte zijn hand uit over de wateren van Egypte, en er kwamen vorsen op en bedekten Egypteland.Toen deden de tovenaars ook alzo, met hun bezweringen; en zij deden vorsen over Egypteland opkomen.En Farao riep Mozes en Aaron, en zeide: Bidt vuriglijk tot den HEERE, dat Hij de vorsen van mij en van mijn volk wegneme; zo zal ik het volk trekken laten, dat zij den HEERE offeren.Doch Mozes zeide tot Farao: Heb de eer boven mij! Tegen wanneer zal ik voor u, en voor uw knechten, en voor uw volk, vuriglijk bidden, om deze vorsen van u en van uw huizen te verdelgen, dat zij alleen in de rivier overblijven?Hij dan zeide: Tegen morgen. En hij zeide: Het zij naar uw woord, opdat gij weet, dat er niemand is, gelijk de HEERE, onze God.Zo zullen de vorsen van u, en van uw huizen, en van uw knechten, en van uw volk wijken; zij zullen alleen in de rivier overblijven.Toen ging Mozes en Aaron uit van Farao; en Mozes riep tot den HEERE, ter oorzake der vorsen, die Hij Farao had opgelegd.En de HEERE deed naar het woord van Mozes; en de vorsen stierven, uit de huizen, uit de voorzalen, en uit de velden.En zij vergaderden ze samen bij hopen, en het land stonk.Toen nu Farao zag, dat er verademing was, verzwaarde hij zijn hart, dat hij naar hen niet hoorde, gelijk als de HEERE gesproken had.Verder zeide de HEERE tot Mozes: Zeg tot Aaron: Strek uw staf uit, en sla het stof der aarde, dat het tot luizen worde, in het ganse Egypteland.En zij deden alzo; want Aaron strekte zijn hand uit met zijn staf, en sloeg het stof der aarde, en er werden vele luizen aan de mensen, en aan het vee; al het stof der aarde werd luizen, in het ganse Egypteland.De tovenaars deden ook alzo met hun bezweringen, opdat zij luizen voortbrachten; doch zij konden niet; zo waren de luizen aan de mensen, en aan het vee.Toen zeiden de tovenaars tot Farao: Dit is Gods vinger! Doch Farao's hart verstijfde, zodat hij naar hen niet hoorde, gelijk de HEERE gesproken had.Verder zeide de HEERE tot Mozes: Maak u morgen vroeg op, en stel u voor Farao's aangezicht; zie, hij zal aan het water uitgaan, en zeg tot hem: Zo zegt de HEERE: Laat Mijn volk trekken, dat zij Mij dienen;Want zo gij Mijn volk niet laat trekken, zie, zo zal Ik een vermenging van ongedierte zenden op u, en op uw knechten, en op uw volk, en in uw huizen; alzo dat de huizen der Egyptenaren met deze vermenging zullen vervuld worden, en ook het aardrijk, waarop zij zijn.En Ik zal te dien dage het land Gosen, waarin Mijn volk woont, afzonderen, dat daar geen vermenging van ongedierte zij, opdat gij weet, dat Ik, de HEERE, in het midden dezes lands ben.En Ik zal een verlossing zetten tussen Mijn volk en tussen uw volk; tegen morgen zal dit teken geschieden!En de HEERE deed alzo; en er kwam een zware vermenging van ongedierte in het huis van Farao, en in de huizen van zijn knechten, en over het ganse Egypteland; het land werd verdorven van deze vermenging.Toen riep Farao Mozes en Aaron, en zeide: Gaat heen, en offert uwen God in dit land.Mozes dan zeide: Het is niet recht, dat men alzo doe; want wij zouden der Egyptenaren gruwel den HEERE, onzen God, mogen offeren; zie, indien wij der Egyptenaren gruwel voor hun ogen offerden, zouden zij ons niet stenigen?Laat ons den weg van drie dagen in de woestijn gaan, dat wij den HEERE onzen God offeren, gelijk Hij tot ons zeggen zal.Toen zeide Farao: Ik zal u trekken laten, dat gijlieden den HEERE, uwen God, offert in de woestijn; alleen, dat gijlieden in het gaan geenszins te verre trekt! Bidt vuriglijk voor mij.Mozes nu zeide: Zie, ik ga van u, en zal tot den HEERE vuriglijk bidden, dat deze vermenging van ongedierte van Farao, van zijn knechten, en van zijn volk morgen wegwijke! Alleen, dat Farao niet meer bedriegelijk handele, dit volk niet latende gaan, om den HEERE te offeren.Toen ging Mozes uit van Farao, en bad vuriglijk tot den HEERE.En de HEERE deed naar het woord van Mozes, en de vermenging van ongedierte week van Farao, van zijn knechten, en van zijn volk; er bleef niet een over.Doch Farao verzwaarde zijn hart ook op ditmaal, en hij liet het volk niet trekken.Daarna zeide de HEERE tot Mozes: Ga in tot Farao, en spreek tot hem: Alzo zegt de HEERE, de God der Hebreen: Laat Mijn volk trekken, dat het Mij diene.Want zo gij hen weigert te laten trekken, en gij hen nog met geweld ophoudt,Zie, de hand des HEEREN zal zijn over uw vee, dat in het veld is, over de paarden, over de ezelen, over de kemelen, over de runderen, en over het klein vee, door een zeer zware pestilentie.En de HEERE zal een afzondering maken tussen het vee der Israelieten, en tussen het vee der Egyptenaren, dat er niets sterve van al wat van de kinderen Israels is.En de HEERE bestemde een zekeren tijd, zeggende: Morgen zal de HEERE deze zaak in dit land doen.En de HEERE deed deze zaak des anderen daags; en al het vee der Egyptenaren stierf; maar van het vee der kinderen Israels stierf niet een.En Farao zond er heen, en ziet, van het vee van Israel was niet tot een toe gestorven. Doch het hart van Farao werd verzwaard, en hij liet het volk niet trekken.Toen zeide de HEERE tot Mozes en tot Aaron: Neemt gijlieden uw vuisten vol as uit den oven; en Mozes strooie die naar den hemel voor de ogen van Farao.En zij zal tot klein stof worden over het ganse Egypteland; en zij zal aan de mensen, en aan het vee worden tot zweren, uitbrekende met blaren, in het ganse Egypteland.En zij namen as uit den oven, en stonden voor Farao's aangezicht; en Mozes strooide die naar den hemel; toen werden er zweren, uitbrekende met blaren, aan de mensen en aan het vee;Alzo dat de tovenaars voor Mozes niet staan konden, vanwege de zweren; want aan de tovenaars waren zweren, en aan al de Egyptenaren.Doch de HEERE verstokte Farao's hart, dat hij naar hen niet hoorde, gelijk de HEERE tot Mozes gesproken had.Toen zeide de HEERE tot Mozes: Maak u morgen vroeg op, en stel u voor Farao's aangezicht, en zeg tot hem: Zo zegt de HEERE, de God der Hebreen: Laat Mijn volk trekken, dat zij Mij dienen.Want ditmaal zal Ik al Mijn plagen in uw hart zenden, en over uw knechten, en over uw volk, opdat gij weet, dat er niemand is gelijk Ik, op de ganse aarde.Want nu heb Ik Mijn hand uitgestrekt, opdat Ik u en uw volk met de pestilentie zou slaan, en dat gij van de aarde zoudt verdelgd worden.Maar waarlijk, daarom heb Ik u verwekt, opdat Ik Mijn kracht aan u betoonde, en opdat men Mijn Naam vertelle op de ganse aarde.Verheft gij uzelven nog tegen Mijn volk, dat gij het niet wilt laten trekken?Zie, Ik zal morgen omtrent dezen tijd een zeer zwaren hagel doen regenen, desgelijks in Egypte niet geweest is van dien dag af, dat het gegrond is, tot nu toe.En nu, zend heen, vergader uw vee, en alles wat gij op het veld hebt; alle mens en gedierte, dat op het veld gevonden zal worden, en niet in huis verzameld zal zijn, als deze hagel op hen vallen zal, zo zullen zij sterven.Wie onder Farao's knechten des HEEREN woord vreesde, die deed zijn knechten en zijn vee in de huizen vlieden;Doch die zijn hart niet zette tot des HEEREN woord, die liet zijn knechten en zijn vee op het veld.Toen zeide de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit naar den hemel, en er zal hagel zijn in het ganse Egypteland; over de mensen, en over het vee, en over al het kruid des velds in Egypteland.Toen strekte Mozes zijn staf naar den hemel; en de HEERE gaf donder en hagel, en het vuur schoot naar de aarde; en de HEERE liet hagel regenen over Egypteland.En er was hagel, en vuur in het midden des hagels vervangen; hij was zeer zwaar; desgelijks is in het ganse Egypteland nooit geweest, sedert het tot een volk geweest is.En de hagel sloeg, in het ganse Egypteland, alles wat op het veld was, van de mensen af tot de beesten toe; ook sloeg de hagel al het kruid des velds, en verbrak al het geboomte des velds.Alleen in het land Gosen, waar de kinderen Israels waren, daar was geen hagel.Toen schikte Farao heen, en hij riep Mozes en Aaron, en zeide tot hen: Ik heb mij ditmaal verzondigd; de HEERE is rechtvaardig; ik daarentegen en mijn volk zijn goddelozen!Bidt vuriglijk tot den HEERE (want het is genoeg), dat geen donder Gods noch hagel meer zij; dan zal ik ulieden trekken laten, en gij zult niet langer blijven.Toen zeide Mozes tot hem: Wanneer ik ter stad uitgegaan zal zijn, zo zal ik mijn handen uitbreiden voor den HEERE; de donder zal ophouden, en de hagel zal niet meer zijn; opdat gij weet, dat de aarde des HEEREN is!Nochtans u en uw knechten aangaande, weet ik, dat gijlieden voor het aangezicht van den HEERE God nog niet vrezen zult.Het vlas nu, en de gerst werd geslagen; want de gerst was in de aar, en het vlas was in den halm.Maar de tarwe en de spelt werden niet geslagen; want zij waren bedekt.Zo ging Mozes van Farao ter stad uit, en breidde zijn handen tot den HEERE; de donder en de hagel hielden op, en de regen werd niet meer uitgegoten op de aarde.Toen Farao zag, dat de regen en hagel, en de donder ophielden, zo verzondigde hij zich verder, en hij verzwaarde zijn hart, hij en zijn knechten.Alzo werd Farao's hart verstokt, dat hij de kinderen Israels niet trekken liet, gelijk als de HEERE gesproken had door Mozes.Daarna zeide de HEERE tot Mozes: Ga in tot Farao; want Ik heb zijn hart verzwaard, ook het hart zijner knechten, opdat Ik deze Mijn tekenen in het midden van hen zette;En opdat gij voor de oren uwer kinderen en uwer kindskinderen moogt vertellen, wat Ik in Egypte uitgericht heb, en Mijn tekenen, die Ik onder hen gesteld heb; opdat gijlieden weet, dat Ik de HEERE ben.Zo gingen Mozes en Aaron tot Farao, en zeiden tot hem: Zo zegt de HEERE, de God der Hebreen: Hoe lang weigert gij u voor Mijn aangezicht te verootmoedigen? Laat Mijn volk trekken, dat zij Mij dienen.Want indien gij weigert Mijn volk te laten trekken, zie, zo zal Ik morgen sprinkhanen in uw landpale brengen.En zij zullen het gezicht des lands bedekken, alzo dat men de aarde niet zal kunnen zien; en zij zullen afeten het overige van hetgeen ontkomen is, hetgeen ulieden overgebleven was van den hagel; zij zullen ook al het geboomte afeten, dat ulieden uit het veld voortkomt.En zij zullen vervullen uw huizen, en de huizen van al uw knechten, en de huizen van alle Egyptenaren; dewelke uw vaders, noch de vaderen uwer vaders gezien hebben, van dien dag af, dat zij op den aardbodem geweest zijn, tot op dezen dag. En hij keerde zich om, en ging uit van Farao.En de knechten van Farao zeiden tot hem: Hoe lang zal ons deze tot een strik zijn, laat de mannen trekken, dat zij den HEERE hun God dienen! weet gij nog niet, dat Egypte verloren is?Toen werden Mozes en Aaron weder tot Farao gebracht, en hij zeide tot hen: Gaat henen, dient den HEERE, uw God! wie en wie zijn zij, die gaan zullen?En Mozes zeide: Wij zullen gaan met onze jonge en met onze oude lieden; met onze zonen en met onze dochteren, met onze schapen en met onze runderen zullen wij gaan; want wij hebben een feest des HEEREN.Toen zeide hij tot hen: De HEERE zij alzo met ulieden, gelijk ik u en uw kleine kinderen zal trekken laten: ziet toe, want er is kwaad voor ulieder aangezicht!Niet alzo gij, mannen, gaat nu heen, en dient den HEERE; want dat hebt gijlieden verzocht! En men dreef hen uit van Farao's aangezicht.Toen zeide de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit over Egypteland, om de sprinkhanen, dat zij opkomen over Egypteland, en al het kruid des lands opeten, al wat de hagel heeft over gelaten.Toen strekte Mozes zijn staf over Egypteland, en de HEERE bracht een oostenwind in dat land, dien gehele dag en dien gansen nacht; het geschiedde des morgens, dat de oostenwind de sprinkhanen opbracht.En de sprinkhanen kwamen op over het ganse Egypteland, en lieten zich neder aan al de palen der Egyptenaren, zeer zwaar; voor dezen zijn dergelijke sprinkhanen, als deze, nooit geweest, en na dezen zullen er zulke niet wezen;Want zij bedekten het gezicht des gansen lands, alzo dat het land verduisterd werd; en zij aten al het kruid des lands op, en al de vruchten der bomen, die de hagel had over gelaten; en er bleef niets groens aan de bomen, noch aan de kruiden des velds, in het ganse Egypteland.Toen haastte Farao, om Mozes en Aaron te roepen, en zeide: Ik heb gezondigd tegen den HEERE, uw God, en tegen ulieden.En nu vergeeft mij toch mijn zonde alleen ditmaal, en bidt vuriglijk tot den HEERE, uw God, dat Hij slechts dezen dood van mij wegneme.En hij ging uit van Farao, en bad vuriglijk tot den HEERE.Toen keerde de HEERE een zeer sterken westenwind, die hief de sprinkhanen op, en wierp ze in de Schelfzee; er bleef niet een sprinkhaan over in al de landpalen van Egypte.Doch de HEERE verstokte Farao's hart, dat hij de kinderen Israels niet liet trekken.Toen zeide de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit naar den hemel, en er zal duisternis komen over Egypteland, dat men de duisternis tasten zal.Als Mozes zijn hand uitstrekte naar den hemel, werd er een dikke duisternis in het ganse Egypteland, drie dagen.Zij zagen de een den ander niet; er stond ook niemand op van zijn plaats, in drie dagen; maar bij al de kinderen Israels was het licht in hun woningen.Toen riep Farao Mozes, en zeide: Gaat heen, dient den HEERE! alleen uw schapen en uw runderen zullen vast blijven; ook zullen uw kinderkens met u gaan.Doch Mozes zeide: Ook zult gij slachtofferen en brandofferen in onze handen geven, die wij den HEERE, onzen God, doen mogen;En ons vee zal ook met ons gaan, er zal niet een klauw achterblijven; want van hetzelve zullen wij nemen, om den HEERE, onzen God, te dienen; want wij weten niet, waarmede wij den HEERE, onzen God, dienen zullen, totdat wij daar komen.Doch de HEERE verhardde Farao's hart; en hij wilde hen niet laten trekken.Maar Farao zeide tot hem: Ga van mij! wacht u, dat gij niet meer mijn aangezicht ziet; want op welken dag gij mijn aangezicht zult zien, zult gij sterven!Mozes nu zeide: Gij hebt recht gesproken; ik zal niet meer uw aangezicht zien!(Want de HEERE had tot Mozes gesproken: Ik zal nog een plaag over Farao, en over Egypte brengen, daarna zal hij ulieden van hier laten trekken; als hij u geheellijk zal laten trekken, zo zal hij u haastelijk van hier uitdrijven.Spreek nu voor de oren des volks, dat ieder man van zijn naaste, en iedere vrouw van haar naaste zilveren vaten en gouden vaten eise.En de HEERE gaf het volk genade in de ogen der Egyptenaren; ook was de man Mozes zeer groot in Egypteland voor de ogen van Farao's knechten, en voor de ogen des volks.)Verder zeide Mozes: Zo heeft de HEERE gezegd: Omtrent middernacht zal Ik uitgaan door het midden van Egypte;En alle eerstgeborenen in Egypteland zullen sterven, van Farao's eerstgeborene af, die op zijn troon zitten zou, tot den eerstgeborene der dienstmaagd, die achter den molen is, en alle eerstgeborenen van het vee.En er zal een groot geschrei zijn in het ganse Egypteland, desgelijke nooit geweest is, en desgelijke niet meer wezen zal.Maar bij alle kinderen Israels zal niet een hond zijn tong verroeren, van de mensen af tot de beesten toe; opdat gijlieden weet, dat de HEERE tussen de Egyptenaren en tussen de Israelieten een afzondering maakt.Dan zullen al deze uw knechten tot mij afkomen, en zich voor mij neigen, zeggende: Trek uit, gij en al het volk, dat uw voetstappen volgt; en daarna zal ik uitgaan. En hij ging uit van Farao in hitte des toorns.De HEERE dan had tot Mozes gesproken: Farao zal naar ulieden niet horen, opdat Mijn wonderen in Egypteland vermenigvuldigd worden.En Mozes en Aaron hebben al deze wonderen gedaan voor Farao's aangezicht; doch de HEERE verhardde Farao's hart, dat hij de kinderen Israels uit zijn land niet trekken liet.
    Verder lezen