In hoofdstuk 8 van het evangelie van Johannes wordt het verhaal verteld van een vrouw die op heterdaad op overspel betrapt was. Religieuze mannen hadden haar gegrepen en meedogenloos voor de voeten van Jezus gesleept, die toen in de tempel onderwees, omringd door een grote menigte. Zij werden niet gedreven door welwillendheid en vergevingsgezindheid, maar door verraderlijke bedoelingen.
Ze wilden Jezus een valstrik spannen en hem publiekelijk op de proef stellen: „Mozes heeft ons in de wet geboden zulke vrouwen te stenigen; wat zegt U dan?” De Heer antwoordde niet meteen. Zonder zijn kalmte te verliezen schreef hij met zijn vinger op de grond, en plotseling zei hij eenvoudig, met grote edelmoedigheid: „Wie van u zonder zonde is, laat die als eerste een steen naar haar werpen.”
Deze weinige woorden raakten die religieuze mannen diep in hun geweten. Ongemakkelijk trokken ze zich allen terug, en lieten de vrouw bij Jezus achter, totaal verbijsterd dat ze aan de was ontsnapt.
Sindsdien is de zin die Jezus uitsprak spreekwoordelijk geworden. De steen naar iemand werpen betekent hem berispen en beschuldigingen tegen hem uiten, terwijl men zelf niet onberispelijk is. In de 15e eeuw verspreidde zich een andere, soortgelijke uitdrukking: „stenen in iemands tuin gooien”, om te zeggen dat men hem beschuldigt, dat men hem met woorden aanvalt.
Jezus daarentegen beschuldigt niet en veroordeelt niet. Hij was de enige die de steen naar de overspelige vrouw had kunnen werpen, omdat hij zonder zonde was en dus onberispelijk. Enkele woorden van mededogen volstonden om zijn heiligheid aan het licht te brengen en een werk van bevrijding te verrichten, want hoewel hij de Rechtvaardige en de Heilige bij uitstek is, kwam hij, verre van de zondaars te verachten, „om te zoeken en zalig te maken wat verloren was” (Lukas 19/10). Zo nam hij vrijwillig de veroordeling van de zonde op zich door zijn leven voor ons te geven aan het kruis van Golgota. „Hij bemint, hij troost, hij maakt mij gelukkig”, zegt het gezang.
Nu hij zijn werk van liefde en vergeving heeft volbracht, laat hij ons, zoals aan de overspelige vrouw, zijn goddelijke aanbeveling na: „ga heen en zondig niet meer” (Johannes 8.11).
Pastor Daniel GUILLET