• De Bergrede (1), de zaligsprekingen

    Het artikel onderzoekt de Bergrede en benadrukt verschillen tussen Matteüs en Lucas. Het legt uit hoe dit onderricht van Jezus, vooral tot de leerlingen gericht, vaak werd herhaald en verzameld. Bijzondere aandacht gaat naar de zaligsprekingen en hun geestelijke betekenis.

    Lukas 6.20-26 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Hij, Zijn ogen opslaande over Zijn discipelen, zeide: Zalig zijt gij, armen, want uwer is het Koninkrijk Gods.Zalig zijt gij, die nu hongert; want gij zult verzadigd worden. Zalig zijt gij, die nu weent; want gij zult lachen.Zalig zijt gij, wanneer u de mensen haten, en wanneer zij u afscheiden, en smaden, en uw naam als kwaad verwerpen, om des Zoons des mensen wil.Verblijdt u in dien dag, en zijt vrolijk; want, ziet, uw loon is groot in den hemel; want hun vaders deden desgelijks den profeten.Maar wee u, gij rijken, want gij hebt uw troost weg.Wee u, die verzadigd zijt, want gij zult hongeren. Wee u, die nu lacht, want gij zult treuren en wenen.Wee u, wanneer al de mensen wel van u spreken, want hun vaders deden desgelijks den valsen profeten.
    Verder lezen