• De samenkomst van de leerlingen en de menigte

    Het artikel behandelt de samenkomst van de leerlingen en de menigte in Galilea, waar Jezus na de keuze van de twaalf apostelen zijn Bergrede houdt. De menigte komt vooral voor de wonderbaarlijke genezingen, maar dit moment is ook wezenlijk voor het onderricht van Jezus' boodschap. Lucas en Matteüs geven twee aanvullende perspectieven op deze gebeurtenis.

    Mattheüs 5.1-2 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Jezus, de schare ziende, is geklommen op een berg, en als Hij nedergezeten was, kwamen Zijn discipelen tot Hem.En Zijn mond geopend hebbende, leerde Hij hen, zeggende:
    Verder lezen
  • De Bergrede (1), de zaligsprekingen

    Het artikel onderzoekt de Bergrede en benadrukt verschillen tussen Matteüs en Lucas. Het legt uit hoe dit onderricht van Jezus, vooral tot de leerlingen gericht, vaak werd herhaald en verzameld. Bijzondere aandacht gaat naar de zaligsprekingen en hun geestelijke betekenis.

    Mattheüs 5.2-12 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Zijn mond geopend hebbende, leerde Hij hen, zeggende:Zalig zijn de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.Zalig zijn die treuren; want zij zullen vertroost worden.Zalig zijn de zachtmoedigen; want zij zullen het aardrijk beerven.Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden.Zalig zijn de barmhartigen; want hun zal barmhartigheid geschieden.Zalig zijn de reinen van hart; want zij zullen God zien.Zalig zijn de vreedzamen; want zij zullen Gods kinderen genaamd worden.Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.Zalig zijt gij, als u de mensen smaden, en vervolgen, en liegende alle kwaad tegen u spreken, om Mijnentwil.Verblijdt en verheugt u; want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij vervolgd de profeten, die voor u geweest zijn.
    Verder lezen
  • De Bergrede (12), onderricht over het gebed

    Dit artikel onderzoekt Jezus’ onderricht over het gebed in de Bergrede en benadrukt de oproep tot oprechte vroomheid, ver van vormendienst. Het baseert zich op de evangeliën van Matteüs en Lucas en legt de betekenis en de context van het gebed uit.

    Mattheüs 6.5-15 (De Heilige Schrift 1917) :
    En wanneer gij bidt, zo zult gij niet zijn gelijk de geveinsden; want die plegen gaarne, in de synagogen en op de hoeken der straten staande, te bidden, opdat zij van de mensen mogen gezien worden. Voorwaar, Ik zeg u, dat zij hun loon weg hebben.Maar gij, wanneer gij bidt, gaat in uw binnenkamer, en uw deur gesloten hebbende, bidt uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden.En als gij bidt, zo gebruikt geen ijdel verhaal van woorden, gelijk de heidenen; want zij menen, dat zij door hun veelheid van woorden zullen verhoord worden.Wordt dan hun niet gelijk; want uw Vader weet, wat gij van node hebt, eer gij Hem bidt.Gij dan bidt aldus: Onze Vader, Die in de hemelen zijt! Uw Naam worde geheiligd.Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel alzo ook op de aarde.Geef ons heden ons dagelijks brood.En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid, amen.Want indien gij den mensen hun misdaden vergeeft, zo zal uw hemelse Vader ook u vergeven.Maar indien gij den mensen hun misdaden niet vergeeft, zo zal ook uw Vader uw misdaden niet vergeven.
    Verder lezen
  • De bergrede (18), een aanmoediging tot gebed

    Dit artikel onderzoekt hoe Jezus in de bergrede aanmoedigt tot volhardend gebed en benadrukt dat God antwoordt aan wie aanhoudend vragen. Het illustreert dit met vaderlijke vergelijkingen en belicht Gods goedheid.

    Mattheüs 7.7-11 (De Heilige Schrift 1917) :
    Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden.Of wat mens is er onder u, zo zijn zoon hem zou bidden om brood, die hem een steen zal geven?En zo hij hem om een vis zou bidden, die hem een slang zal geven?Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal uw Vader, Die in de hemelen is, goede gaven geven dengenen, die ze van Hem bidden!
    Verder lezen
  • De bergrede (21), de valse profeten

    Dit artikel behandelt Jezus’ waarschuwing tegen valse profeten in de bergrede. Aan de vruchten van hun onderricht is het ware van het valse te onderscheiden. Drie hoofdcriteria komen aan bod: beweegredenen, overeenstemming met Jezus en gedrag.

    Lukas 6.43-45 (De Heilige Schrift 1917) :
    Want het is geen goede boom, die kwade vrucht voortbrengt, en geen kwade boom, die goede vrucht voortbrengt;Want ieder boom wordt uit zijn eigen vrucht gekend; want men leest geen vijgen van doornen, en men snijdt geen druif van bramen.De goede mens brengt het goede voort uit den goeden schat zijns harten; en de kwade mens brengt het kwade voort uit den kwaden schat zijns harten; want uit den overvloed des harten spreekt zijn mond.
    Verder lezen
  • De bergrede (23), de twee huizen

    Dit artikel analyseert de gelijkenis van de twee huizen. Zij illustreert het belang van een stevig geestelijk fundament tegenover een misleidende schijn en benadrukt het onderscheid tussen ware en valse leerlingen.

    Lukas 6.47-49 (De Heilige Schrift 1917) :
    Een iegelijk, die tot Mij komt, en Mijn woorden hoort, en dezelve doet, Ik zal u tonen, wien hij gelijk is.Hij is gelijk een mens, die een huis bouwde, en groef, en verdiepte, en leide het fondament op een steenrots; als nu de hoge vloed kwam, zo sloeg de waterstroom tegen dat huis aan, en kon het niet bewegen; want het was op de steenrots gegrond.Maar die ze gehoord, en niet gedaan zal hebben, is gelijk een mens, die een huis bouwde op de aarde zonder fondament; tegen hetwelk de waterstroom aansloeg, en het viel terstond, en de val van datzelve huis was groot.
    Verder lezen