Étude 1 sur 2 · Mort de Jean le baptiste

  1. Étude 1 : Mort de Jean le baptiste
  2. Étude 2 : Hérode voulait-il tuer Jean le baptiste ?

Van het tweede tot het derde pesachfeest

  • Dood van Johannes de Doper

    Perikoop 163 analyseert de reactie van Herodes Antipas op de roem van Jezus, die hij gelijkstelt met de opgestane Johannes de Doper. Aan de hand van een synoptische vergelijking van Matteüs 14.1-2, Marcus 6.14-16 en Lucas 9.7-9 onderzoekt het artikel de overeenkomsten en verschillen tussen de drie verslagen, de politieke context in Galilea in maart 32 n.Chr. en het gewicht van Herodes' schuld na de moord op Johannes de Doper.

    Mattheüs 14.1-2 (De Heilige Schrift 1917) :
    Te dierzelfder tijd hoorde Herodes, de viervorst, het gerucht van Jezus;En zeide tot zijn knechten: Deze is Johannes de Doper; hij is opgewekt van de doden, en daarom werken die krachten in Hem.
    Verder lezen

De tegenstrijdigheden

  • Wilde Herodes Johannes de Doper doden?

    Het artikel onderzoekt de Evangeliën van Matteüs en Marcus over de vraag of Herodes Antipas Johannes de Doper werkelijk wilde doden. Elk evangelie biedt een andere maar aanvullende invalshoek: Matteüs beschrijft het doodsverlangen van Herodes, getemperd door de angst voor de menigte, terwijl Marcus de invloed van Herodias en de fascinatie van Herodes voor Johannes benadrukt. Deze analyse toont een Herodes die heen en weer geslingerd wordt tussen zijn emoties en externe druk.

    Markus 6.21-28 (De Heilige Schrift 1917) :
    En als er een welgelegen dag gekomen was, toen Herodes, op den dag zijner geboorte, een maaltijd aanrichtte, voor zijn groten, en de oversten over duizend, en de voornaamsten van Galilea;En als de dochter van dezelve Herodias inkwam, en danste, en Herodes en dengenen, die mede aanzaten, behaagde, zo zeide de koning tot het dochtertje: Eis van mij, wat gij ook wilt, en ik zal het u geven.En hij zwoer haar: Zo wat gij van mij zult eisen, zal ik u geven, ook tot de helft mijns koninkrijks!En zij, uitgegaan zijnde, zeide tot haar moeder: Wat zal ik eisen? En die zeide: Het hoofd van Johannes den Doper.En zij, terstond met haast ingaande tot den koning, heeft het geeist, zeggende: Ik wil, dat gij mij nu terstond, in een schotel, geeft het hoofd van Johannes den Doper.En de koning, zeer bedroefd geworden zijnde, nochtans om de eden, en degenen, die mede aanzaten, wilde hij haar hetzelve niet afslaan.En de koning zond terstond een scherprechter, en gebood zijn hoofd te brengen. Deze nu ging heen, en onthoofdde hem in de gevangenis;En bracht zijn hoofd in een schotel, en gaf hetzelve het dochtertje, en het dochtertje gaf hetzelve harer moeder.
    Verder lezen