PER110

De genezing van de dienaar van de Romeinse officier

Dit artikel onderzoekt de genezing door Jezus van de dienaar van een Romeinse officier in Kafarnaüm, een blijk van uitzonderlijk geloof en van Jezus’ gezag over alle volken.

4 min genezing Romeinse officier Jezus Kafarnaüm Evangeliën 3 verzen 3 boeken

Naslag

Bijbelteksten

Matteüs
Mattheüs 8.5-13 (De Heilige Schrift 1917)

Als nu Jezus te Kapernaum ingegaan was, kwam tot Hem een hoofdman over honderd, biddende Hem,

En zeggende: Heere! mijn knecht ligt te huis geraakt, en lijdt zware pijnen.

En Jezus zeide tot hem: Ik zal komen en hem genezen.

En de hoofdman over honderd, antwoordende, zeide: Heere! ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen; maar spreek alleenlijk een woord, en mijn knecht zal genezen worden.

Want ik ben ook een mens onder de macht van anderen, hebbende onder mij krijgsknechten; en ik zeg tot dezen: Ga! en hij gaat; en tot den anderen: Kom! en hij komt; en tot mijn dienstknecht: Doe dat! en hij doet het.

Jezus nu, dit horende, heeft Zich verwonderd, en zeide tot degenen, die Hem volgden: Voorwaar zeg Ik u, Ik heb zelfs in Israel zo groot een geloof niet gevonden.

Doch Ik zeg u, dat velen zullen komen van oosten en westen en zullen met Abraham, en Izak, en Jakob, aanzitten in het Koninkrijk der hemelen;

En de kinderen des Koninkrijks zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; aldaar zal wening zijn, en knersing der tanden.

En Jezus zeide tot den hoofdman over honderd: Ga heen, en u geschiede, gelijk gij geloofd hebt. En zijn knecht is gezond geworden te dierzelver ure.

Marcus
Markus (De Heilige Schrift 1917) niet vermeld in het boek
Lucas
Lukas 7.1-10 (De Heilige Schrift 1917)

Nadat Hij nu al Zijn woorden voleindigd had, ten aanhore des volks, ging Hij in te Kapernaum.

En een dienstknecht van een zeker hoofdman over honderd, die hem zeer waard was, krank zijnde, lag op zijn sterven.

En van Jezus gehoord hebbende, zond hij tot Hem de ouderlingen der Joden, Hem biddende, dat Hij wilde komen, en zijn dienstknecht gezond maken.

Dezen nu, tot Jezus gekomen zijnde, baden Hem ernstelijk, zeggende: Hij is waardig, dat Gij hem dat doet;

Want hij heeft ons volk lief, en heeft zelf ons de synagoge gebouwd.

En Jezus ging met hen. En als Hij nu niet verre van het huis was, zond de hoofdman over honderd tot Hem enige vrienden, en zeide tot Hem: Heere, neem de moeite niet; want ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen.

Daarom heb ik ook mijzelven niet waardig geacht, om tot U te komen; maar zeg het met een woord, en mijn knecht zal genezen worden.

Want ik ben ook een mens, onder de macht van anderen gesteld, hebbende krijgsknechten onder mij, en ik zeg tot dezen: Ga, en hij gaat; en tot den anderen: Kom! en hij komt; en tot mijn dienstknecht: Doe dat! en hij doet het.

En Jezus, dit horende, verwonderde Zich over hem; en Zich omkerende, zeide tot de schare, die Hem volgde: Ik zeg ulieden: Ik heb zo groot een geloof zelfs in Israel niet gevonden.

En die gezonden waren, wedergekeerd zijnde in het huis, vonden den kranken dienstknecht gezond.

Johannes
Johannes (De Heilige Schrift 1917) niet vermeld in het boek

Technische details

Staafdiagram jaar 31

Plaats: bij de ingang van Kafarnaüm in Galilea

Datum: Na de paasbedevaart naar Jeruzalem, op 5 april 31

Werkwijze: We gaan verder met Matteüs

Toelichting bij de werkwijze: Matteüs vervolgt zijn verslag

Kafarnaüm

Bij zijn aankomst in Kafarnaüm deed een Romeinse officier een beroep op de Messias Jezus.

De genezing van de dienaar van de Romeinse officier

De genezing van de dienaar van de Romeinse officier

Commentaren

Matteüs en Lucas vertellen over een genezing die in verschillende opzichten bijzonder verrassend is.

Het is een vreemdeling die Jezus om hulp vraagt, en niet zomaar een vreemdeling, maar een Romeinse bezetter.

Hij vraagt om genezing voor zijn dienaar en weigert dat de Messias Jezus zijn huis binnengaat, omdat hij zich zo’n eer onwaardig acht.

Matteüs heeft ervoor gekozen dit buitengewone voorbeeld te noemen, met het risico zijn Joodse lezers te schokken. Deze soldaat symboliseert immers de bezetting van het land Israël.

Het lijkt erop dat Matteüs het gezag en de invloed van Jezus als Messias wil uitbeelden. Deze beperken zich niet tot het Joodse volk, maar strekken zich ook uit tot de leiders van de samenleving, onder wie buitenlanders.

De betrokken man handelt niet uit eigenbelang, maar uitsluitend uit medelijden met zijn slaaf, wat verrassend is voor een soldaat van zijn aanzien.

Jezus ging de soldaten niet uit de weg. Zo had een officier in zijn hulp gevraagd om zijn zoon te genezen (Johannes 4.46-54). Dit verslag van Johannes, dat uit het einde van de eerste eeuw dateert, roept niet meer dezelfde vragen op als die welke volgens onze analyses speelden toen Matteüs rond het jaar 44 schreef.

Het verrassendst is echter het vervolg van de gebeurtenissen. De officier weigert dat de Meester bij hem komt, omdat hij zich niet waardig acht hem onder zijn dak te ontvangen. Net als de eerdere melaatse noemt hij Jezus "Meester" en erkent hij zijn gezag over de ziekte. Matteüs schetst ons het beeld van een uitzonderlijke man met een groot geloof, die slechts om een woord van de Messias vraagt om de genezing van zijn slaaf te bevelen.

Jezus sprak zijn bewondering voor de officier uit, een zeer zeldzame opmerking in de evangeliën. Lucas vermeldt deze opmerking na zijn onderzoek, terwijl Matteüs alleen vermeldt dat de dienaar onmiddellijk werd genezen. Lucas voegt ook toe dat andere dienaren de officier vergezelden en ter plaatse de feiten bevestigden.

We kunnen ons afvragen waarom Matteüs de bewondering van de Messias Jezus voor deze officier niet heeft vermeld. Misschien kwam dat doordat hij soldaat, vreemdeling en bezetter was, en er in Israël geen even opmerkelijke voorbeelden waren.