• De vragen van de farizeeën en de herodianen

    Farizeeën en Herodianen proberen Jezus in de val te lokken door hem te vragen of men de belasting aan de keizer moet betalen. Zijn antwoord — “Geef de keizer wat des keizers is, en God wat Gods is” — doorkruist de valstrik en legt het fundamentele onderscheid vast tussen burgerlijk gezag en goddelijke soevereiniteit, en herinnert eraan dat de mens, die het beeld van God draagt, helemaal aan hem toebehoort.

    Lukas 20.20-26 (De Heilige Schrift 1917) :
    En zij namen Hem waar, en zonden verspieders uit, die zichzelven veinsden rechtvaardig te zijn; opdat zij Hem in Zijn rede vangen mochten, om Hem aan de heerschappij en de macht des stadhouders over te leveren.En zij vraagden Hem, zeggende: Meester, wij weten, dat Gij recht spreekt en leert, en den persoon niet aanneemt, maar den weg Gods leert in der waarheid.Is het ons geoorloofd den keizer schatting te geven, of niet?En Hij, hun arglistigheid bemerkende, zeide tot hen: Wat verzoekt gij Mij?Toont Mij een penning; wiens beeld en opschrift heeft hij? En zij, antwoordende, zeiden: Des keizers.En Hij zeide tot hen: Geeft dan den keizer, dat des keizers is, en Gode, dat Gods is.En zij konden Hem in Zijn woord niet vatten voor het volk; en zich verwonderende over Zijn antwoord, zwegen zij stil.
    Lire la suite