PER065

Genezing van een verlamde

Het artikel behandelt Jezus' genezing van een verlamde in Kafarnaüm en benadrukt zijn goddelijkheid, die door de vergeving van zonden wordt verkondigd. Dit schokt de deskundigen in de wet en vergroot de kloof tussen Jezus en de religieuze autoriteiten.

4 min genezing verlamde Jezus Kafarnaüm 3 verzen 3 boeken

Naslag

Bijbelteksten

Matteüs
Mattheüs 9.1-8 (De Heilige Schrift 1917)

En in het schip gegaan zijnde, voer Hij over en kwam in Zijn stad.

(9:1) En ziet, zij brachten tot Hem een geraakte, op een bed liggende. (9:2) En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon! wees welgemoed; uw zonden zijn u vergeven.

En ziet, sommigen der Schriftgeleerden zeiden in zichzelven: Deze lastert God.

En Jezus, ziende hun gedachten, zeide: Waarom overdenkt gij kwaad in uw harten?

Want wat is lichter te zeggen: De zonden zijn u vergeven? of te zeggen: Sta op en wandel?

Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft op de aarde, de zonden te vergeven (toen zeide Hij tot den geraakte): Sta op, neem uw bed op, en ga heen naar uw huis.

En hij opgestaan zijnde, ging heen naar zijn huis.

De scharen nu dat ziende, hebben zich verwonderd, en God verheerlijkt, die zodanige macht den mensen gegeven had.

Marcus
Markus 2.1-12 (De Heilige Schrift 1917)

En na sommige dagen is Hij wederom binnen Kapernaum gekomen; en het werd gehoord, dat Hij in huis was.

En terstond vergaderden daar velen, alzo dat ook zelfs de plaatsen omtrent de deur hen niet meer konden bevatten; en Hij sprak het woord tot hen.

En er kwamen sommigen tot Hem, brengende een geraakte, die van vier gedragen werd.

En niet kunnende tot Hem genaken, overmits de schare, ontdekten zij het dak, waar Hij was; en dat opgebroken hebbende, lieten zij het beddeken neder, daar de geraakte op lag.

En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon, uw zonden zijn u vergeven.

En sommigen van de Schriftgeleerden zaten aldaar, en overdachten in hun harten:

Wat spreekt Deze aldus gods lasteringen? Wie kan de zonden vergeven, dan alleen God?

En Jezus, terstond in Zijn geest bekennende, dat zij alzo in zichzelven overdachten, zeide tot hen: Wat overdenkt gij deze dingen in uw harten?

Wat is lichter, te zeggen tot den geraakte: De zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op, en neem uw beddeken op, en wandel?

Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven (zeide Hij tot den geraakte):

Ik zeg u: Sta op, en neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis.

En terstond stond hij op, en het beddeken opgenomen hebbende, ging hij uit in aller tegenwoordigheid; zodat zij zich allen ontzetten en verheerlijkten God, zeggende: Wij hebben nooit zulks gezien!

Lucas
Lukas 5.17-26 (De Heilige Schrift 1917)

En het geschiedde in een dier dagen, dat Hij leerde, en er zaten Farizeen en leraars der wet, die van alle vlekken van Galilea, en Judea, en Jeruzalem gekomen waren; en de kracht des Heeren was er om hen te genezen.

En ziet, enige mannen brachten op een bed een mens, die geraakt was, en zochten hem in te brengen, en voor Hem te leggen.

En niet vindende, waardoor zij hem inbrengen mochten, overmits de schare, zo klommen zij op het dak, en lieten hem door de tichelen neder met het beddeken, in het midden, voor Jezus.

En Hij ziende hun geloof, zeide tot hem: Mens, uw zonden zijn u vergeven.

En de Schriftgeleerden en de Farizeen begonnen te overdenken, zeggende: Wie is Deze, Die gods lastering spreekt? Wie kan de zonden vergeven, dan God alleen?

Maar Jezus, hun overdenkingen bekennende, antwoordde en zeide tot hen: Wat overdenkt gij in uw harten?

Wat is lichter te zeggen: Uw zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op en wandel?

Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft op de aarde, de zonde te vergeven (zeide Hij tot den geraakte): Ik zeg u, sta op, en neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis.

En hij, terstond voor Hem opstaande, en opgenomen hebbende hetgeen, daar hij op gelegen had, ging heen naar zijn huis, God verheerlijkende.

En ontzetting heeft hen allen bevangen, en zij verheerlijkten God, en werden vervuld met vreze, zeggende: Wij hebben heden ongelofelijke dingen gezien.

Johannes
Johannes (De Heilige Schrift 1917) niet vermeld in het boek

Technische details

Staafdiagram jaar 31

Plaats: In de stad Kafarnaüm

Datum: Kort voor het Pesachfeest van maandag 24 maart 31 en hun terugkeer uit Jeruzalem rond 5 april 31

Werkwijze: Wij volgen de chronologie van Marcus

Opmerking over de werkwijze: In dit bijzondere verslag komen we Mattheüs en Lucas weer tegen

Omgeving van Kafarnaüm

Hier gaat het niet om nog een uitzonderlijke genezing, maar om de bevestiging van de goddelijkheid van Jezus de Messias.

De genezing van een verlamde

Genezing van een invalide man

Commentaren

Wij volgen de chronologie van Marcus. Zijn formulering ‘Enkele dagen later keerde Jezus terug naar Kafarnaüm’ betekent dat hij na de genezing van de melaatse man naar Kafarnaüm terugkwam. Mattheüs vermeldt dat hij de per boot overstak, wat erop wijst dat hij zich op enkele kilometers van zijn stad moet hebben bevonden.

Misschien stak hij een of meer baaien van dit meer over. De tocht per boot bespaarde hem het gedrang van de menigte.

In een huis in Kafarnaüm debatteert hij met deskundigen in de wet; Lucas voegt de toe. Zijn aankomst is niet onopgemerkt gebleven en de mensen stromen toe, allemaal verlangend om deze nieuwe Meester te zien.

Een verlamde, volgens Marcus gedragen door vier mannen, kan niet door de menigte heen en wordt op het platte dak van het huis gebracht. De mannen maken een opening en laten de ongelukkige met touwen midden in de kamer zakken.

Het onvergetelijke tafereel belicht iets anders dan de genezing van de man. ‘Mijn vriend, je zonden zijn je vergeven.’ Deze uitspraak lijkt godslasterlijk, want alleen God bezit die macht. De deskundigen in de wet begrijpen de moeilijkheid van de situatie.

De kloof tussen Jezus de Messias en deze ongelovige religieuze mannen wordt steeds groter. De redenering in dit verslag, aangehaald door de drie synoptische auteurs, toont onvermijdelijk zijn goddelijkheid aan.

Dat is de boodschap! Het gaat hier niet om nog een genezing, maar om de bevestiging van de goddelijkheid van Jezus de Messias.