Na zijn bezoek aan Nazaret keert Jezus terug naar Kafarnaüm. Matteüs vertelt dit en legt een verband met een profetie van Jesaja.
Het licht is Jezus, de Messias. Johannes herneemt dit thema in de inleiding van zijn evangelie (Johannes 1.9 en Johannes 12.46).
Heeft Johannes zich door dit verhaal van Matteüs laten inspireren voor zijn prachtige proloog?
Ging Jezus naar Galilea om deze tekst van Jesaja te vervullen?
Johannes 4.4, die vermeldt ‘omdat hij door Samaria moest gaan’, doet ons denken dat Jezus zich ervan bewust was goddelijke leiding te volgen. Dit principe zien wij ook bij de verzoeking in de woestijn (zie perikoop PER031: De verzoeking van Jezus, de Messias).
In Galilea hadden de stammen Zebulon en Naftali zich na de verovering onder Jozua gevestigd (Jozua 19.27 en Jozua 19.34). Matteüs kent de profetische teksten duidelijk goed en verbindt deze passage uit Jesaja overeenkomstig zijn doel met Jezus' komst. Hij wil immers aantonen dat Jezus werkelijk de door de profeten aangekondigde Messias is.
Sommigen kunnen aanvoeren dat Jezus ook in andere delen van Israël rondreisde en dat het licht niet alleen in Galilea scheen!
Toch zien wij bij het bestuderen van zijn bediening dat die hoofdzakelijk plaatsvindt in juist deze streek: het gebied van Zebulon en Naftali, Galilea