PER051

De vervulling van Jesaja's profetie

Matteüs 4.13-16 beschrijft Jezus' terugkeer naar Kafarnaüm in Galilea en verklaart die als de vervulling van Jesaja's profetie over licht in de gebieden van Zebulon en Naftali. Alleen Matteüs legt dit verband en toont zo dat Jezus de aangekondigde Messias is. Johannes neemt het lichtthema over in zijn proloog. Deze episode wordt gedateerd in februari-maart 31.

6 min profetische vervulling Jesaja Kafarnaüm Galilea Matteüs 8 verzen 4 boeken

Naslag

Bijbelteksten

Matteüs
Mattheüs 4.13-16 (De Heilige Schrift 1917)

En Nazareth verlaten hebbende, is komen wonen te Kapernaum, gelegen aan de zee, in de landpale van Zebulon en Nafthali;

Opdat vervuld zou worden, hetgeen gesproken is door Jesaja, den profeet, zeggende:

Het land Zebulon en het land Nafthali aan den weg der zee over de Jordaan, Galilea der volken;

Het volk, dat in duisternis zat, heeft een groot licht gezien; en degenen, die zaten in het land en de schaduwe des doods, denzelven is een licht opgegaan.

Marcus
Markus (De Heilige Schrift 1917) niet vermeld in het boek
Lucas
Lukas (De Heilige Schrift 1917) niet vermeld in het boek
Johannes
Johannes (De Heilige Schrift 1917) niet vermeld in het boek

Technische details

Staafdiagram jaar 31

Plaats: De stad Kafarnaüm in Galilea

Datum: Februari of maart 31

Werkwijze: We keren terug naar Matteüs

Opmerking over de werkwijze: Alleen Matteüs verbindt Jezus' situatie met de woorden van de profeet Jesaja

Terugkeer naar Kafarnaüm

Matteüs trekt een parallel tussen Jezus' komst naar Galilea en de woorden van de profeet Jesaja

Jezus, de Messias, in Kafarnaüm

Jezus, de Messias, in Kafarnaüm

Commentaren

Na zijn bezoek aan Nazaret keert Jezus terug naar Kafarnaüm. Matteüs vertelt dit en legt een verband met een profetie van Jesaja.

Jesaja 9.1 (De Heilige Schrift 1917) :
(8:23) Maar het land, dat beangstigd was, zal niet gans verduisterd worden; gelijk als Hij het in den eersten tijd verachtelijk gemaakt heeft, naar het land van Zebulon aan, en naar het land van Nafthali aan, alzo heeft Hij het in het laatste heerlijk gemaakt, naar den weg zeewaarts aan gelegen over de Jordaan, aan Galilea der heidenen.

Jesaja 9.2 (De Heilige Schrift 1917) :
(9:1) Het volk, dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; degenen, die wonen in het land van de schaduw des doods, over dezelve zal een licht schijnen.

Het licht is Jezus, de Messias. Johannes herneemt dit thema in de inleiding van zijn evangelie (Johannes 1.9 en Johannes 12.46).

Heeft Johannes zich door dit verhaal van Matteüs laten inspireren voor zijn prachtige proloog?

Ging Jezus naar Galilea om deze tekst van Jesaja te vervullen?

Johannes 4.4, die vermeldt ‘omdat hij door Samaria moest gaan’, doet ons denken dat Jezus zich ervan bewust was goddelijke leiding te volgen. Dit principe zien wij ook bij de verzoeking in de woestijn (zie perikoop PER031: De verzoeking van Jezus, de Messias).

In Galilea hadden de stammen Zebulon en Naftali zich na de verovering onder Jozua gevestigd (Jozua 19.27 en Jozua 19.34). Matteüs kent de profetische teksten duidelijk goed en verbindt deze passage uit Jesaja overeenkomstig zijn doel met Jezus' komst. Hij wil immers aantonen dat Jezus werkelijk de door de profeten aangekondigde Messias is.

Sommigen kunnen aanvoeren dat Jezus ook in andere delen van Israël rondreisde en dat het licht niet alleen in Galilea scheen!

Toch zien wij bij het bestuderen van zijn bediening dat die hoofdzakelijk plaatsvindt in juist deze streek: het gebied van Zebulon en Naftali, Galilea