Van het tweede tot het derde pesachfeest 1 studie
De tegenstrijdigheden 1 studie
Wonderen 1 studie
Van het tweede tot het derde pesachfeest
-
PER155
De genezing van het dochtertje van Jaïrus
Perikoop 155 vertelt over de opwekking van het dochtertje van Jaïrus door de Messias Jezus in Kafarnaüm (febr.-maart 32). Jaïrus, een overste van de synagoge, werpt zich voor Jezus neer om te smeken om de genezing van zijn stervende dochtertje. Ondanks de vertraging door de genezing van een vrouw met bloedvloeiing gaat Jezus naar het huis, spreekt „Talitha koemi” uit en wekt het meisje op. Dit wonder getuigt van zijn gezag over de dood en roept op tot geloof, ook in hopeloze situaties.
Lukas 8.40-56 (De Heilige Schrift 1917) :En het geschiedde, als Jezus wederkeerde, dat Hem de schare ontving; want zij waren allen Hem verwachtende.En ziet, er kwam een man, wiens naam was Jairus, en hij was een overste der synagoge; en hij viel aan de voeten van Jezus, en bad Hem, dat Hij in zijn huis wilde komen.Want hij had een enige dochter, van omtrent twaalf jaren, en deze lag op haar sterven. En als Hij heenging, zo verdrongen Hem de scharen.En een vrouw, die twaalf jaren lang den vloed des bloeds gehad had, welke al haar leeftocht aan medicijnmeesters ten koste gelegd had; en van niemand had kunnen genezen worden,Van achteren tot Hem komende, raakte den zoom Zijns kleeds aan; en terstond stelpte de vloed haars bloeds.En Jezus zeide: Wie is het, die Mij heeft aangeraakt? En als zij het allen miszaakten, zeide Petrus en die met hem waren: Meester, de scharen drukken en verdringen U, en zegt Gij: Wie is het, die Mij aangeraakt heeft?En Jezus zeide: Iemand heeft Mij aangeraakt; want Ik heb bekend, dat kracht van Mij uitgegaan is.De vrouw nu, ziende, dat zij niet verborgen was, kwam bevende, en voor Hem nedervallende, verklaarde Hem voor al het volk, om wat oorzaak zij Hem aangeraakt had, en hoe zij terstond genezen was.En Hij zeide tot haar: Dochter, wees welgemoed, uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede.Als Hij nog sprak, kwam er een van het huis des oversten der synagoge, zeggende tot hem: Uw dochter is gestorven; zijt den Meester niet moeielijk.Maar Jezus, dat horende, antwoordde hem, zeggende: Vrees niet, geloof alleenlijk, en zij zal behouden worden.En als Hij in het huis kwam, liet Hij niemand inkomen, dan Petrus, en Jakobus, en Johannes, en den vader en de moeder des kinds.En zij schreiden allen, en maakten misbaar over hetzelve. En Hij zeide: Schreit niet; zij is niet gestorven; maar zij slaapt.En zij belachten Hem, wetende, dat zij gestorven was.Maar als Hij ze allen uitgedreven had, greep Hij haar hand en riep, zeggende: Kind, sta op!En haar geest keerde weder, en zij is terstond opgestaan; en Hij gebood, dat men haar te eten geven zoude.En haar ouders ontzetten zich; en Hij beval hun, dat zij niemand zouden zeggen hetgeen geschied was.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org
De tegenstrijdigheden
-
CTD014
Het dochtertje van Jaïrus
Het artikel CTD014 onderzoekt de zogenaamde tegenspraak tussen Matteüs 9.18 en Marcus 5.23 over de toestand van de dochter van Jaïrus. Matteüs zegt dat zij gestorven is, Marcus dat zij op sterven ligt. De analyse toont dat deze verhalen elkaar aanvullen: Marcus beschrijft een verhaallijn waarin het overlijden onderweg plaatsvindt, terwijl Matteüs de gebeurtenis samenvat door meteen de eindtoestand te noemen. Er is geen tegenspraak, maar twee verschillende schrijfstijlen die hetzelfde wonder vertellen.
Markus 5.22 (De Heilige Schrift 1917) :En ziet, er kwam een van de oversten der synagoge, met name Jairus; en Hem ziende, viel hij aan Zijn voeten,De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org
Wonderen
-
MIR018
Opwekking van het dochtertje van Jaïrus
Het artikel onderzoekt de opwekking van de dochter van Jaïrus en de genezing van een zieke vrouw door Jezus, volgens de evangeliën van Matteüs, Marcus en Lucas. Het belang van het geloof in deze verhalen wordt benadrukt, evenals de verschillen en overeenkomsten in de details van de gebeurtenissen. Deze wonderen illustreren Jezus' mededogen en zijn genezende kracht.
Mattheüs 9.18-26 (De Heilige Schrift 1917) :Als Hij deze dingen tot hen sprak, ziet, een overste kwam en aanbad Hem, zeggende: Mijn dochter is nu terstond gestorven, doch kom en leg Uw hand op haar, en zij zal leven.En Jezus opgestaan zijnde, volgde hem, en Zijn discipelen.(En ziet, een vrouw die twaalf jaren het bloedvloeien gehad had, komende tot Hem van achteren, raakte den zoom Zijns kleeds aan;Want zij zeide in zichzelven: Indien ik alleenlijk Zijn kleed aanraak, zo zal ik gezond worden.En Jezus, Zich omkerende, en haar ziende, zeide: Wees welgemoed, dochter! uw geloof heeft u behouden. En de vrouw werd gezond van dezelve ure af.)En als Jezus in het huis des oversten kwam, en zag de pijpers en de woelende schare,Zeide Hij tot hen: Vertrekt; want het dochtertje is niet dood, maar slaapt. En zij belachten Hem.Als nu de schare uitgedreven was, ging Hij in, en greep haar hand; en het dochtertje stond op.En dit gerucht ging uit door dat gehele land.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org