De excommunicatie van Maarten Luther was een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis van de . Dit zijn de belangrijkste details:
Achtergrond: Luther publiceerde in 1517 zijn 95 stellingen, waarin hij de aflaten en andere praktijken van de Katholieke Kerk bekritiseerde. Zijn denkbeelden raakten snel populair en lokten debatten en controverses uit.
Exsurge Domine: In juni 1520 vaardigde paus Leo X de pauselijke bul Exsurge Domine uit, waarin hij Luther met excommunicatie dreigde als hij zijn standpunten niet introk. Luther verbrandde deze bul op 10 december 15201 publiekelijk in Wittenberg.
Excommunicatie: Op 3 januari 1521 werd Luther officieel geëxcommuniceerd door de bul Decet Romanum Pontificem. Dit betekende dat hij werd buitengesloten uit de gemeenschap met de Katholieke Kerk en als ketter werd beschouwd.
Rijksdag van Worms: In april 1521 werd Luther opgeroepen voor de Rijksdag van Worms, een keizerlijke vergadering, om verantwoording af te leggen voor zijn geschriften. Toen hem werd gevraagd of hij zijn geschriften verwierp, antwoordde hij: „Ik kan niet verloochenen wat ik geloof, want dat zou in strijd zijn met de waarheid.”
Gevolgen: Na de Rijksdag van Worms werd Luther door keizer Karel V vogelvrij verklaard en in de rijksban gedaan van het Heilige Rijk van de Duitse Natie. Hij vond echter onderdak op de Wartburg, waar hij bleef schrijven en prediken.
De excommunicatie van Luther was een sleutelmoment dat zijn rol als leider van de versterkte en leidde tot blijvende veranderingen in de Europese godsdienst en samenleving.