Babel is gevallen.
Een nieuwe macht bestuurt nu het koninkrijk.
Maar Daniël is er nog steeds.
Hij is waarschijnlijk inmiddels een oude man geworden, en toch blijft hij ondanks de wisselingen van koningen en rijken trouw dienen.
Koning Darius vertrouwt hem zozeer dat hij overweegt hem nog meer verantwoordelijkheid te geven.
Dat wekt de jaloezie van sommige bestuurders.
Ze zoeken daarom naar een fout in Daniëls leven.
Corruptie?
Leugen?
Nalatigheid?
Ze vinden niets.
Uiteindelijk begrijpen ze dat ze, om Daniël ten val te brengen, juist datgene tegen hem moeten gebruiken wat zijn kracht is:
zijn trouw aan God.