Daniël 2 eindigt met de verheffing van Daniël en zijn drie metgezellen.
Na de uitleg van de droom schenkt Nebukadnezar Daniël „vele en kostbare geschenken”, vertrouwt hem het bestuur over de hele provincie Babylon toe en stelt hem aan het hoofd van de wijzen van Babylon (Daniël 2.48).
Daarna komt Daniël voor zijn metgezellen op:
„Daniël verzocht de koning het bestuur over de provincie Babylon toe te vertrouwen aan Sadrach, Mesach en Abednego. Daniël zelf bleef aan het hof van de koning” (Daniël 2.49).
Hoofdstuk 3 begint onmiddellijk na deze mededeling.
Sadrach, Mesach en Abednego bekleden dus bestuursfuncties in de provincie Babylon, terwijl Daniël zelf een belangrijke functie bij de koning heeft.
Toch wordt Daniël, wanneer de plechtigheid van het standbeeld begint, niet meer genoemd.