Daniël 2.4 is een scharniervers:
„De Chaldeeën antwoordden de koning in het Aramees: Koning, moge u eeuwig leven! Vertel uw dienaren de droom en wij zullen de uitleg ervan geven” (Daniël 2.4).
Het eerste deel van het vers behoort nog tot het Hebreeuwse gedeelte.
De taalwisseling vindt precies plaats bij het antwoord van de Chaldeeën.
Vanaf de woorden waarmee hun toespraak in het Aramees wordt ingeleid, gaat het boek in deze taal door tot het einde van Daniël 7.
De algemene verdeling is dus:
Daniël 1.1-2.4a: Hebreeuws;
Daniël 2.4b-7.28: Aramees;
Daniël 8.1-12.13: Hebreeuws.
Het gaat dus niet om enkele vreemde uitdrukkingen die hier en daar in een Hebreeuwse tekst zijn ingevoegd, maar om een ononderbroken Aramees gedeelte dat bijna zes hoofdstukken beslaat.