-
ADA029
Le meurtre d'Etienne
Analyse du récit de la lapidation d'Étienne (Actes 7.54-60), premier martyr chrétien. L'article examine la colère du Sanhédrin, le caractère juridiquement irrégulier de l'exécution, la vision du Christ glorifié accordée à Étienne, et le parallèle théologique établi par Luc entre la passion du disciple et celle de Jésus. La présence de Saul annonce la suite du récit apostolique.
Handelingen 7.54-60 (De Heilige Schrift 1917) :Als zij nu dit hoorden, berstten hun harten, en zij knersten de tanden tegen hem.Maar hij, vol zijnde des Heiligen Geestes, en de ogen houdende naar den hemel, zag de heerlijkheid Gods, en Jezus, staande ter rechter hand Gods.En hij zeide: Ziet, ik zie de hemelen geopend, en den Zoon des mensen, staande ter rechter hand Gods.Maar zij, roepende met grote stemme, stopten hun oren, en vielen eendrachtelijk op hem aan;En wierpen hem ter stad uit, en stenigden hem; en de getuigen legden hun klederen af aan de voeten eens jongelings, genaamd Saulus.En zij stenigden Stefanus, aanroepende en zeggende: Heere Jezus, ontvang mijn geest.En vallende op de knieen, riep hij met grote stem: Heere, reken hun deze zonde niet toe! En als hij dat gezegd had, ontsliep hij.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org