-
ADA009
De genezing van de kreupele
L'article examine la guérison du boiteux en Actes 3.1-11 par Pierre et Jean, situant le miracle dans le contexte du temple de Jérusalem. Il discute de l'importance de cette guérison comme acte de témoignage et souligne l'action du Saint-Esprit post-Pentecôte dans le ministère des apôtres.
Handelingen 3.1-11 (De Heilige Schrift 1917) :Petrus nu en Johannes gingen te zamen op naar den tempel, omtrent de ure des gebeds, zijnde de negende ure;En een zeker man, die kreupel was van zijner moeders lijf, werd gedragen, welken zij dagelijks zetten aan de deur des tempels, genaamd de Schone, om een aalmoes te begeren van degenen, die in den tempel gingen;Welke, Petrus en Johannes ziende, als zij in den tempel zouden ingaan, bad, dat hij een aalmoes mocht ontvangen.En Petrus, sterk op hem ziende, met Johannes, zeide: Zie op ons.En hij hield de ogen op hen, verwachtende, dat hij iets van hen zou ontvangen.En Petrus zeide: Zilver en goud heb ik niet, maar hetgeen ik heb, dat geve ik u; in den Naam van Jezus Christus, den Nazarener, sta op en wandel!En hem grijpende bij de rechterhand richtte hij hem op, en terstond werden zijn voeten en enkelen vast.En hij, opspringende, stond en wandelde, en ging met hen in den tempel, wandelende en springende, en lovende God.En al het volk zag hem wandelen en God loven.En zij kenden hem, dat hij die was, die om een aalmoes gezeten had aan de Schone poort des tempels; en zij werden vervuld met verbaasdheid en ontzetting over hetgeen hem geschied was.En als de kreupele, die gezond gemaakt was, aan Petrus en Johannes vasthield, liep al het volk gezamenlijk tot hen in het voorhof, hetwelk Salomo's voorhof genaamd wordt, verbaasd zijnde.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org