-
PER296
De vragen van de wetgeleerden
In de laatste week vóór zijn lijden wordt Jezus door wetgeleerden ondervraagd over het grootste gebod. Hij vat de hele Wet samen in twee beginselen: God liefhebben en zijn naaste liefhebben. Een oprechte schriftgeleerde erkent de juistheid van dit antwoord, en Jezus zegt hem dat hij niet ver van het Koninkrijk is. Het artikel nuanceert het beeld van het farizeïsme en nodigt uit tot een geloof dat in liefde wordt geleefd in plaats van in wettisch denken.
Lukas 23.50-51 (De Heilige Schrift 1917) :En zie, een man, met name Jozef, zijnde een raadsheer, een goed en rechtvaardig man,(Deze had niet mede bewilligd in hun raad en handel) van Arimathea, een stad der Joden, en die ook zelf het Koninkrijk Gods verwachtte;De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org