• De terugkeer en het wachten van de leerlingen

    Na de hemelvaart van Jezus (12 mei 33) keren de discipelen vanaf de Olijfberg, een sabbatsreis ver van de stad, terug naar Jeruzalem. Ze komen samen in een bovenkamer, waarschijnlijk het huis van Maria, de moeder van Johannes Marcus, en volharden eensgezind in het gebed, samen met de vrouwen en de familie van Jezus. Deze periode van wachten is een voorafschaduwing van de kenmerken van de jonge gemeente.

    Handelingen 2.42-47 (De Heilige Schrift 1917) :
    En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden.En een vreze kwam over alle ziel; en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen.En allen, die geloofden, waren bijeen, en hadden alle dingen gemeen;En zij verkochten hun goederen en have, en verdeelden dezelve aan allen, naar dat elk van node had.En dagelijks eendrachtelijk in den tempel volhardende, en van huis tot huis brood brekende, aten zij te zamen met verheuging en eenvoudigheid des harten;En prezen God, en hadden genade bij het ganse volk. En de Heere deed dagelijks tot de Gemeente, die zalig werden.
    Verder lezen