• De vraag van Johannes de Doper

    Vanuit de gevangenis stuurt Johannes de Doper zijn leerlingen naar Jezus om te vragen of Hij werkelijk de verwachte Messias is. Jezus antwoordt met zijn daden — genezingen, opwekkingen en verkondiging aan de armen — en verwijst daarbij naar Jesaja 35.5. Het artikel onderzoekt het verschil tussen beide bedieningen, de opbouw van het betoog van Matteüs en de krachtige christologische betekenis die in de profetische verwijzing besloten ligt: Jezus is God die zijn volk komt redden (Js 35.4).

    Mattheüs 11.2-6 (De Heilige Schrift 1917) :
    En Johannes, in de gevangenis gehoord hebbende de werken van Christus, zond twee van zijn discipelen;En zeide tot hem: Zijt Gij Degene, Die komen zou, of verwachten wij een anderen?En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Gaat heen en boodschapt Johannes weder, hetgeen gij hoort en ziet:De blinden worden ziende, en de kreupelen wandelen; de melaatsen worden gereinigd, en de doven horen; de doden worden opgewekt, en den armen wordt het Evangelie verkondigd.En zalig is hij, die aan Mij niet zal geergerd worden.
    Verder lezen