Niemand betwist deze uitspraak van de Bijbel. In elk dorp herinnert een kerkhof aan dit onvermijdelijke lot: één keer sterven. Uit medeleven, uit beleefdheid, of omdat een sterfgeval ons rechtstreeks aangaat, gaat er soms weinig tijd voorbij zonder dat we elkaar ontmoeten, vaak met dezelfde mensen, op die sombere ontmoetingsplaats. Men gaat uiteen zonder zich af te durven vragen: En de volgende keer, wie zal het zijn? Want onvermijdelijk komt ook onze beurt.
Het leven van de mens presenteert zich geheel als één grote aftelling. Het proces van veroudering en sterven is bij de mens vanaf zijn geboorte in gang gezet. Maar met twee grote onbekenden: de eindbestemming, en dan het punt waarop we ons bevinden.
Onbekende bestemming
Onbekend? Zijn we daar wel zo zeker van? Of verkiezen we eenvoudig om ons daarover geen vragen te stellen? Laten we toegeven dat dit een onverantwoordelijke houding is. Allereerst is ze niet logisch. Niemand van ons zou in een trein stappen zonder te weten waarheen die hem brengt. Vervolgens is ze weinig moedig! Men denkt er liever niet aan!
We hebben trouwens reden om bang te zijn. Het bijbelvers dat we aanhaalden, gaat zo verder: „sterven… en daarna het oordeel”. Wat komt er na de dood? Dat is de vraag der vragen. De Bijbel antwoordt daarop met dit ene woord dat hard klinkt, en waar we toch niet van af kunnen komen: het OORDEEL. Nee, het is niet allemaal voorbij op het moment dat de aarde zich boven een kist sluit. Als het lichaam, dat stof is, tot de aarde terugkeert, dan „keert de geest terug tot God, die hem gegeven heeft” (Prediker 12.7). Tot God, om daar een beoordeling te horen en een vergelding te ontvangen.
Het huidige leven, een korte voorlopige periode in de eeuwige geschiedenis van onze ziel, is toch zwaar van gevolgen. Het is een beproeving! Welk gebruik zullen we gemaakt hebben van onze vrijheid, onze tijd, onze gezondheid, onze vermogens? En vooral: welke plaats zal Jezus Christus in ons leven hebben ingenomen? Zullen we in hem eerst een Heiland gevonden hebben, en daarna een Heer?
Het punt waarop we ons bevinden
Deze dagen, deze seconden die wegtikken en waarvan het aantal meedogenloos slinkt tot de bruuske nul, hoeveel hebben we er nog te leven?
Dat weten we niet, zeggen sommigen, en dat is een van de redenen waarom de dood zo vreselijk is: ze kan plotseling al onze plannen verwoesten en onze dierbaarste banden verbreken.
Dat weten we niet, akkoord, antwoorden anderen; maar dat is maar beter ook. Waarom deze vluchtige tijd, deze karig toegemeten ogenblikken, bederven met de obsessie dat ze misschien binnenkort voorbij zijn?
Dat weten we inderdaad niet. Maar juist dat moet ons aansporen om ons vandaag voor te bereiden op deze plechtige ontmoeting met de Rechter, aan wie we rekenschap moeten afleggen. Hijzelf nodigt ons daartoe uit: „Bereid u voor… (en hier kan ieder zijn eigen naam invullen) om uw God te ontmoeten” (Amos 4.12). Op welke manier? Door het oordeel voor te zijn, dat wil zeggen door God uit eigen beweging onze toestand van zonde te belijden en zijn vergeving aan te nemen: het gratis heil dat Jezus Christus door zijn werk voor ons verworven heeft.
Zekerheden
Evenmin als anderen kent de gelovige het moment waarop zijn aardse leven zal eindigen. Wat het hiernamaals betreft, bezit hij daarentegen grote zekerheden die hij put uit het Woord van zijn God. En allereerst deze: DE DOOD IS OVERWONNEN; „waar is, o dood, uw angel? Waar is, o dood, uw overwinning?” (1 Corinthiërs 15.55-56).
Hij kan zijn eigen dood zonder onrust tegemoet zien; hij is gereed. Het oordeel en de veroordeling die hem aan de andere kant wachtten, zijn door een Ander gedragen. „Onze Heiland Jezus Christus heeft de dood tenietgedaan” — „Er is dus nu geen veroordeling voor wie in Christus Jezus zijn” (2 Timotheüs 1.10, Romeinen 8.1).
De zonde, die angel die de dood bewapende zoals de angel van een giftig dier, is hem door het kruis van Jezus ontnomen. Daardoor heeft de dood voor de christen zijn beklemmende karakter verloren; hij is niet langer een rampzalig einde, maar de toegang tot een prachtige toekomst; hij is niet langer het verlies van alles wat hem dierbaar is, maar de tegenwoordigheid van Hem die hij boven alles liefheeft. Hij is de poort waardoor hij naar de hemel gaat: aan deze kant vermoeidheid, zorgen, lijden, aan gene zijde rust, vrede, onbewolkt en eindeloos geluk.
Wilt u het ernstige en grote vraagstuk van uw eeuwigheid niet nu regelen, door eenvoudig het heil aan te nemen dat Jezus u aanbiedt en waarvan Hij zelf de volle prijs heeft betaald?
Christelijke uitgaven van Valence