INF119

De bedevaartsfeesten

De Joden van die tijd moesten voor drie hoofdfeesten op bedevaart naar Jeruzalem gaan, bekend als de Shalosh Regalim (de drie bedevaarts…

5 min 6 verzen 3 boeken

De bedevaartsfeesten

De Joden van die tijd moesten voor drie hoofdfeesten op bedevaart naar Jeruzalem gaan, bekend als de Shalosh Regalim (de drie bedevaartsfeesten). Deze feesten zijn:

Pascha (Pesach): Herdenking van de uittocht uit Egypte. Genoemd in Exodus 23.14-17 en Exodus 34.18-23. Gevierd op 15 nisan 3792, dat is maandag 12 april in het jaar 32 n.Chr.

Pinksteren (Sjavoeot): Viering van de ontvangst van de op de berg Sinaï. Genoemd in Exodus 34.22 en Deuteronomium 16.16. Gevierd op 6 sivan 3792, dat is zaterdag 29 mei (50 dagen na Pascha) in het jaar 32 n.Chr.

(Loofhuttenfeest): Herdenking van de uittocht en het einde van de landbouwcyclus. Genoemd in Exodus 23.14-17 en Deuteronomium 16.16. Gevierd op 15 tisjri 3793, dat is donderdag 7 oktober in het jaar 32 n.Chr.

Deze feesten waren belangrijke momenten waarop de Joden naar Jeruzalem gingen om deel te nemen aan de festiviteiten en rituelen in de tempel. De wet vroeg van elke Jood dat hij, naar zijn financiële mogelijkheden, minstens één bedevaart naar Jeruzalem maakte. Ze waren bedoeld om iedereen, volwassenen en kinderen, te herinneren aan de grote weldaden die God aan zijn volk had geschonken.