• De persoonlijke relatie van de leerling met zijn Heer

    Perikoop 116 onderzoekt de persoonlijke relatie tussen de leerling en zijn Heer aan de hand van Matteüs 11.25-30 en Lucas 10.21-24. Na de ongelovige steden te hebben veroordeeld, verheugt Jezus zich erover dat de nederigen zijn woord begrijpen waar de wijzen tekortschieten. Hij bevestigt dat Hij de Zoon van God is en nodigt alle vermoeiden uit bij Hem te komen. Hij belooft rust en zachtmoedigheid onder zijn gedeelde juk, tegenover de lasten die de farizeeën opleggen.

    Mattheüs 11.25-30 (De Heilige Schrift 1917) :
    In dienzelfden tijd antwoordde Jezus en zeide: Ik dank U, Vader! Heere des hemels en der aarde! dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt dezelve den kinderkens geopenbaard.Ja, Vader! Want alzo is geweest het welbehagen voor U.Alle dingen zijn Mij overgegeven van Mijn Vader; en niemand kent den Zoon dan de Vader, noch iemand kent den Vader dan de Zoon, en dien het de Zoon wil openbaren.Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen.Want Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht.
    Verder lezen