-
PER293
De vragen van de vreemdelingen aan de Messias Jezus
Een episode die alleen bij Johannes voorkomt (Johannes 12.20-50), gesitueerd op de dinsdag van de lijdensweek in het voorhof van de heidenen. Enkele Grieken vragen Jezus te zien, wat de aankondiging van het uur van zijn verheerlijking teweegbrengt. Met het beeld van de graankorrel openbaart Jezus dat zijn dood de bron is van universeel leven. Het kruis wordt voorgesteld als een glorierijke verhoging die alle mensen tot hem trekt en het heil voor alle volken opent.
Johannes 12.27-33 (De Heilige Schrift 1917) :Nu is Mijn ziel ontroerd; en wat zal Ik zeggen? Vader, verlos Mij uit deze ure! Maar hierom ben Ik in deze ure gekomen.Vader, verheerlijk Uw Naam. Er kwam dan een stem uit den hemel, zeggende: En Ik heb Hem verheerlijkt, en Ik zal Hem wederom verheerlijken.De schare dan, die daar stond, en dit hoorde, zeide, dat er een donderslag geschied was. Anderen zeiden: Een engel heeft tot Hem gesproken.Jezus antwoordde en zeide: Niet om Mijnentwil is deze stem geschied, maar om uwentwil.Nu is het oordeel dezer wereld; nu zal de overste dezer wereld buiten geworpen worden.En Ik, zo wanneer Ik van de aarde zal verhoogd zijn, zal hen allen tot Mij trekken.(En dit zeide Hij, betekenende, hoedanigen dood Hij sterven zou.)De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org