Studies 1 tot 2
-
PER216
De tegenstrijdige beoordeling van het volk
Op de laatste dag van het Soekotfeest in Jeruzalem (oktober van het jaar 32) verklaart Jezus een bron van levend water te zijn. De menigte raakt verdeeld: sommigen erkennen hem als de Messias, anderen weigeren de evidentie te aanvaarden. De wachters die gestuurd zijn om hem te arresteren, weigeren te gehoorzamen, onder de indruk van zijn woorden. Nikodemus pleit voor een eerlijk oordeel, terwijl de farizeeën zwakke argumenten aanvoeren. Het verzet van de religieuze autoriteiten wordt fanatiek, waardoor de dood van Jezus hun enige doel wordt.
Johannes 7.40-53 (De Heilige Schrift 1917) :Velen dan uit de schare, deze rede horende, zeiden: Deze is waarlijk de Profeet.Anderen zeiden: Deze is de Christus. En anderen zeiden: Zal dan de Christus uit Galilea komen?Zegt de Schrift niet, dat de Christus komen zal uit den zade Davids, en van het vlek Bethlehem, waar David was?Er werd dan tweedracht onder de schare, om Zijnentwil.En sommigen van hen wilden Hem grijpen; maar niemand sloeg de handen aan Hem.De dienaars dan kwamen tot de overpriesters en Farizeen; en die zeiden tot hen: Waarom hebt gij Hem niet gebracht?De dienaars antwoordden: Nooit heeft een mens alzo gesproken, gelijk deze Mens.De Farizeen dan antwoordden hun: Zijt ook gijlieden verleid?Heeft iemand uit de oversten in Hem geloofd, of uit de Farizeen?Maar deze schare, die de wet niet weet, is vervloekt.Nicodemus zeide tot hen, welke des nachts tot Hem gekomen was, zijnde een uit hen:Oordeelt ook onze wet den mens, tenzij dat zij eerst van hem gehoord heeft, en verstaat, wat hij doet?Zij antwoordden en zeiden tot hem: Zijt gij ook uit Galilea? Onderzoek en zie, dat uit Galilea geen profeet opgestaan is.En een iegelijk ging heen naar zijn huis.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER218
De Messias Jezus is het licht van de wereld
Tijdens het feest van Soekot in Jeruzalem verkondigt Jezus dat hij ‘het licht van de wereld’ is (Johannes 8.12-58), waarmee hij aansluit bij de symboliek van de grote verlichtingen van de tempel. Hij onthult geleidelijk zijn goddelijke identiteit in debatten met de farizeeën, met als hoogtepunt de uitspraak ‘Voordat Abraham was, ben Ik’, een uitdrukkelijke bevestiging van zijn voorbestaan en zijn goddelijkheid. In hem geloven betekent binnengaan in het licht, de waarheid en het eeuwige leven.
Johannes 8.37-47 (De Heilige Schrift 1917) :Ik weet, dat gij Abrahams zaad zijt; maar gij zoekt Mij te doden; want Mijn woord heeft in u geen plaats.Ik spreek wat Ik bij Mijn Vader gezien heb; gij doet dan ook, wat gij bij uw vader gezien hebt.Zij antwoordden en zeiden tot Hem: Abraham is onze vader. Jezus zeide tot hen: Indien gij Abrahams kinderen waart, zo zoudt gij de werken van Abraham doen.Maar nu zoekt gij Mij te doden, een Mens, Die u de waarheid gesproken heb, welke Ik van God gehoord heb. Dat deed Abraham niet.Gij doet de werken uws vaders. Zij zeiden dan tot Hem: Wij zijn niet geboren uit hoererij; wij hebben een Vader, namelijk God.Jezus dan zeide tot hen: Indien God uw Vader ware, zo zoudt gij Mij liefhebben; want Ik ben van God uitgegaan; en kom van Hem. Want Ik ben ook van Mijzelven niet gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden.Waarom kent gij Mijn spraak niet? Het is, omdat gij Mijn woord niet kunt horen.Gij zijt uit den vader den duivel, en wilt de begeerten uws vaders doen; die was een mensenmoorder van den beginne, en is in de waarheid niet staande gebleven; want geen waarheid is in hem. Wanneer hij de leugen spreekt, zo spreekt hij uit zijn eigen; want hij is een leugenaar, en de vader derzelve leugen.Maar Mij, omdat Ik u de waarheid zeg, gelooft gij niet.Wie van u overtuigt Mij van zonde? En indien Ik de waarheid zeg, waarom gelooft gij Mij niet?Die uit God is, hoort de woorden Gods; daarom hoort gijlieden niet, omdat gij uit God niet zijt.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org