Toen zij van Herodes hadden vernomen dat Betlehem de vermoedelijke geboorteplaats van deze kindkoning was, moeten de wijzen enigszins verbaasd zijn geweest. Zij verwachtten het nageslacht van een vorst aan te treffen, omgeven door koninklijke pracht, niet een afgeleefde grijsaard. Hun verbazing zou nog toenemen.
Aan de hemel straalde de ster die zij volgden opnieuw. Zij wees hun de weg en versterkte hun overtuiging om de reis voort te zetten. Toen zij eindelijk hun bestemming bereikten, vonden zij geen paleis maar een bescheiden woning waar het gezin onderdak had gevonden. Hun verbazing was groot.
Hoe kon een vorst in zo'n bescheiden woning verblijven? Het besef dat zij voor hun Koning stonden, gaf hun echter inzicht. Zij boden hun geschenken aan, bogen zich neer en bewezen hem, in een nog verbazingwekkender gebaar, goddelijke eer. Voor een Jood verdient alleen de godheid zo'n verering! Waarschijnlijk brachten zij verscheidene nachten door in hun kamp nabij Betlehem; in een droom werden zij gewaarschuwd niet naar Herodes terug te keren.
Nadat zij Jozef en Maria hadden gewaarschuwd, gingen zij dus weer op weg via een omweg, met hun gedachten vol onvergetelijke beelden die iedere verbeelding te boven gingen. Het is aannemelijk dat zij later hebben geprobeerd te achterhalen wat er van deze pasgeboren Koning was geworden.
Waarschijnlijk bleven zij kijken naar de ster, die hen hun hele leven zou herinneren aan dit ongeëvenaarde avontuur.
Het verrassendste blijft dat vreemdelingen, en niet de Joodse godsdienstgeleerden, de ware betekenis van de vervulde profetieën begrepen!