Le début du ministère en Galilée 3 études
De la 2ème à la 3ème fête de Pâque 7 études
- 4De genezing van de man met de verlamde hand
- 5Het teken van Jona
- 6De onderbroken genezing van de dochter van Jaïrus
- 7De genezing van de vrouw met bloedvloeiingen
- 8De genezing van het dochtertje van Jaïrus
De la 3ème Pâque au début de la dernière semaine 8 études
- 11De Messias Jezus en Petrus lopen over het water
- 12Tweede vermenigvuldiging van de broden voor 4000 personen
- 13De tempelbelasting in de bek van de vis
- 14Jezus, de Messias, na een wonder betwist
- 15Genezing van een vrouw op sabbat
Exorcismes 1 étude
Guérisons 9 études
- 20Genezing van de zoon van een koninklijke ambtenaar
- 21Genezing van de schoonmoeder van Petrus
- 22Genezing van de verlamde van Betesda
- 23Guérison de l’homme à la main desséchée
- 24Genezing van de knecht van de centurio
Les contradictions 2 études
Ministère de Pierre 3 études
Miracles 7 études
- 34Water wordt wijn in Kana
- 35Eerste wonderbare visvangst
- 36Opwekking van de zoon van de weduwe van Naïn
- 37Vermenigvuldiging van broden en vissen
- 38Lopen over het water
Het begin van de bediening in Galilea
-
PER053
De koninklijke ambtenaar in Kana in Galilea
Perikoop 53 vertelt het wonder dat Jezus in Kana in Galilea verricht voor een koninklijke ambtenaar die uit Kafarnaüm komt vanwege zijn zieke zoon (Johannes 4.46-54). Deze episode, gedateerd in februari-maart 31, is volgens Johannes het tweede teken in Kana. De identiteit van de ambtenaar blijft onzeker, maar de auteur vermoedt een Romeinse afkomst, wat de universele redding in Johannes' theologie illustreert. Hij mag niet worden verward met de centurio uit perikoop 110.
Johannes 4.46-54 (De Heilige Schrift 1917) :Zo kwam dan Jezus wederom te Kana in Galilea, waar Hij het water wijn gemaakt had. En er was een zeker koninklijk hoveling, wiens zoon krank was, te Kapernaum.Deze, gehoord hebbende, dat Jezus uit Judea in Galilea kwam, ging tot Hem, en bad Hem, dat Hij afkwame, en zijn zoon gezond maakte; want hij lag op zijn sterven.Jezus dan zeide tot hem: Tenzij dat gijlieden tekenen en wonderen ziet, zo zult gij niet geloven.De koninklijke hoveling zeide tot Hem: Heere, kom af, eer mijn kind sterft.Jezus zeide tot hem: Ga heen, uw zoon leeft. En de mens geloofde het woord, dat Jezus tot hem zeide, en ging heen.En als hij nu afging, kwamen hem zijn dienstknechten tegemoet, en boodschapten, zeggende: Uw kind leeft!Zo vraagde hij dan van hen de ure, in welke het beter met hem geworden was. En zij zeiden tot hem: Gisteren te zeven ure verliet hem de koorts.De vader bekende dan, dat het in dezelve ure was, in dewelke Jezus tot hem gezegd had: Uw zoon leeft. En hij geloofde zelf, en zijn gehele huis.Dit tweede teken heeft Jezus wederom gedaan, als Hij uit Judea in Galilea gekomen was.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER055
De eerste wonderbare visvangst
Perikoop 55 vertelt over de eerste wonderbare visvangst, die alleen door Lucas wordt overgeleverd (Lucas 5.1-11), aan het begin van de bediening van Jezus in Galilea. Na een nacht vruchteloos vissen draagt Jezus Simon Petrus op de netten uit te werpen, wat een buitengewone vangst oplevert. Dit wonderlijke gebeuren, dat verschilt van dat in Johannes 21, lijkt de leerlingen in staat te hebben gesteld in de behoeften van hun gezinnen te voorzien voordat ze alles verlieten om Jezus te volgen, en illustreert de goddelijke voorzienigheid die elke roeping begeleidt.
Markus 1.16-20 (De Heilige Schrift 1917) :En wandelende bij de Galilese zee, zag Hij Simon en Andreas, zijn broeder, werpende het net in de zee (want zij waren vissers);En Jezus zeide tot hen: Volgt Mij na, en Ik zal maken, dat gij vissers der mensen zult worden.En zij, terstond hun netten verlatende, zijn Hem gevolgd.En van daar een weinig voortgegaan zijnde, zag Hij Jakobus, den zoon van Zebedeus, en Johannes, zijn broeder, en dezelven in het schip hun netten vermakende.En terstond riep Hij hen; en zij, latende hun vader Zebedeus in het schip, met de huurlingen, zijn Hem nagevolgd.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER057
De man met de onreine geest
Het artikel onderzoekt de episode waarin Jezus in de synagoge van Kafarnaüm een bezeten man ontmoet. Door zijn woord bevrijdt hij de man, wat de getuigen schokt en de erkenning van zijn goddelijke gezag versterkt. De gebeurtenis vormt een keerpunt voor zijn bekendheid in de streek en toont zijn heerschappij over de onreine geesten.
Markus 1.23-28 (De Heilige Schrift 1917) :En er was in hun synagoge een mens, met een onreinen geest, en hij riep uit,Zeggende: Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazarener, zijt Gij gekomen om ons te verderven? Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods.En Jezus bestrafte hem, zeggende: Zwijg stil, en ga uit van hem.En de onreine geest, hem scheurende, en roepende met een grote stem, ging uit van hem.En zij werden allen verbaasd, zodat zij onder elkander vraagden, zeggende: Wat is dit? Wat nieuwe leer is deze, dat Hij met macht ook den onreinen geesten gebiedt, en zij Hem gehoorzaam zijn!En Zijn gerucht ging terstond uit, in het gehele omliggende land van Galilea.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org
Van het tweede tot het derde pesachfeest
-
PER077
De genezing van de man met de verlamde hand
Perikoop 77 beschrijft de genezing van een man met een verlamde hand in de synagoge van Kafarnaüm, op een sabbat in het jaar 31. Deze gebeurtenis, verteld door Matteüs, Marcus en Lucas, onthult de groeiende spanning tussen Jezus en de farizeeën. Zij zoeken een beschuldiging tegen hem en weigeren de verrichte wonderen te zien. Het jaar 31 eindigt met een breuk tussen Jezus en de Joodse godsdienstige leiders.
Markus 3.1-5 (De Heilige Schrift 1917) :En Hij ging wederom in de synagoge; en aldaar was een mens, hebbende een verdorde hand.En zij namen Hem waar, of Hij op den sabbat hem genezen zou, opdat zij Hem beschuldigen mochten.En Hij zeide tot den mens, die de verdorde hand had: Sta op in het midden.En Hij zeide tot hen: Is het geoorloofd op sabbatdagen goed te doen, of kwaad te doen, een mens te behouden, of te doden? En zij zwegen stil.En als Hij hen met toorn rondom aangezien had, meteen bedroefd zijnde over de verharding van hun hart, zeide Hij tot den mens: Strek uw hand uit. En hij strekte ze uit; en zijn hand werd hersteld, gezond gelijk de andere.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER124
Het teken van Jona
Jezus verwijst naar het teken van Jona als antwoord op de farizeeën die om een wonder vragen. Hij benadrukt berouw en geloof en hekelt het ongeloof in Kafarnaüm ondanks zijn vele wonderen. Deze tekst belicht Jezus’ verkondigingsopdracht en zijn verhouding tot de godsdienstige leiders.
Mattheüs 12.38-41 (De Heilige Schrift 1917) :Toen antwoordden sommigen der Schriftgeleerden en Farizeen, zeggende: Meester! wij willen van U wel een teken zien.Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Het boos en overspelig geslacht verzoekt een teken; en hun zal geen teken gegeven worden, dan het teken van Jonas, den profeet.Want gelijk Jonas drie dagen en drie nachten was in den buik van den walvis, alzo zal de Zoon des mensen drie dagen en drie nachten wezen in het hart der aarde.De mannen van Nineve zullen opstaan in het oordeel met dit geslacht, en zullen hetzelve veroordelen; want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jonas; en ziet, meer dan Jona is hier!De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER153
De onderbroken genezing van de dochter van Jaïrus
Perikoop 153 vertelt het begin van de episode van het dochtertje van Jaïrus in Kafarnaüm (februari-maart 32 n.Chr.). Jaïrus, een overste van de synagoge, smeekt Jezus zijn enige dochter van 12 jaar te genezen. Maar Jezus, opgehouden door de menigte, komt niet op tijd: het meisje sterft. Dit synoptische verhaal (Mt 9.18-19; Mc 5.21-24; Lc 8.40-42) roept de vraag op naar het geloof van Jaïrus in het aangezicht van de beproeving van de dood.
Lukas 8.40-42 (De Heilige Schrift 1917) :En het geschiedde, als Jezus wederkeerde, dat Hem de schare ontving; want zij waren allen Hem verwachtende.En ziet, er kwam een man, wiens naam was Jairus, en hij was een overste der synagoge; en hij viel aan de voeten van Jezus, en bad Hem, dat Hij in zijn huis wilde komen.Want hij had een enige dochter, van omtrent twaalf jaren, en deze lag op haar sterven. En als Hij heenging, zo verdrongen Hem de scharen.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER154
De genezing van de vrouw met bloedvloeiingen
Pericoop 154 vertelt over de genezing van een vrouw die al twaalf jaar aan bloedvloeiing leed, zoals beschreven door Matteüs, Marcus en Lucas. In Kafarnaüm raakt zij onopvallend het kleed van Jezus aan, terwijl Hij onderweg is naar het huis van Jaïrus. Zij wordt op slag genezen en door Jezus publiekelijk herkend, die verklaart: 'Uw geloof heeft u gered.' Het artikel vergelijkt de drie synoptische verslagen en onderzoekt de theologische, christologische en sociale betekenis van dit geloofswonder.
Markus 5.24-34 (De Heilige Schrift 1917) :En Hij ging met hem; en een grote schare volgde Hem, en zij verdrongen Hem.En een zekere vrouw, die twaalf jaren den vloed des bloeds gehad had,En veel geleden had van vele medicijnmeesters, en al het hare daaraan ten koste gelegd en geen baat gevonden had, maar met welke het veeleer erger geworden was;Deze van Jezus horende, kwam onder de schare van achteren, en raakte Zijn kleed aan;Want zij zeide: Indien ik maar Zijn klederen mag aanraken, zal ik gezond worden.En terstond is de fontein haars bloeds opgedroogd, en zij gevoelde aan haar lichaam, dat zij van die kwaal genezen was.En terstond Jezus, bekennende in Zichzelven de kracht, die van Hem uitgegaan was, keerde Zich om in de schare, en zeide: Wie heeft Mijn klederen aangeraakt?En Zijn discipelen zeiden tot Hem: Gij ziet, dat de schare U verdringt, en zegt Gij: Wie heeft Mij aangeraakt?En Hij zag rondom om haar te zien, die dat gedaan had.En de vrouw, vrezende en bevende, wetende, wat aan haar geschied was, kwam en viel voor Hem neder, en zeide Hem al de waarheid.En Hij zeide tot haar: Dochter, uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede, en zijt genezen van deze uw kwaal.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER155
De genezing van het dochtertje van Jaïrus
Perikoop 155 vertelt over de opwekking van het dochtertje van Jaïrus door de Messias Jezus in Kafarnaüm (febr.-maart 32). Jaïrus, een overste van de synagoge, werpt zich voor Jezus neer om te smeken om de genezing van zijn stervende dochtertje. Ondanks de vertraging door de genezing van een vrouw met bloedvloeiing gaat Jezus naar het huis, spreekt „Talitha koemi” uit en wekt het meisje op. Dit wonder getuigt van zijn gezag over de dood en roept op tot geloof, ook in hopeloze situaties.
Markus 5.21-43 (De Heilige Schrift 1917) :En als Jezus wederom in het schip overgevaren was aan de andere zijde, vergaderde een grote schare bij Hem; en Hij was bij de zee.En ziet, er kwam een van de oversten der synagoge, met name Jairus; en Hem ziende, viel hij aan Zijn voeten,En bad Hem zeer, zeggende: Mijn dochtertje is in haar uiterste; ik bid U, dat Gij komt en de handen op haar legt, opdat zij behouden worde, en zij zal leven.En Hij ging met hem; en een grote schare volgde Hem, en zij verdrongen Hem.En een zekere vrouw, die twaalf jaren den vloed des bloeds gehad had,En veel geleden had van vele medicijnmeesters, en al het hare daaraan ten koste gelegd en geen baat gevonden had, maar met welke het veeleer erger geworden was;Deze van Jezus horende, kwam onder de schare van achteren, en raakte Zijn kleed aan;Want zij zeide: Indien ik maar Zijn klederen mag aanraken, zal ik gezond worden.En terstond is de fontein haars bloeds opgedroogd, en zij gevoelde aan haar lichaam, dat zij van die kwaal genezen was.En terstond Jezus, bekennende in Zichzelven de kracht, die van Hem uitgegaan was, keerde Zich om in de schare, en zeide: Wie heeft Mijn klederen aangeraakt?En Zijn discipelen zeiden tot Hem: Gij ziet, dat de schare U verdringt, en zegt Gij: Wie heeft Mij aangeraakt?En Hij zag rondom om haar te zien, die dat gedaan had.En de vrouw, vrezende en bevende, wetende, wat aan haar geschied was, kwam en viel voor Hem neder, en zeide Hem al de waarheid.En Hij zeide tot haar: Dochter, uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede, en zijt genezen van deze uw kwaal.Terwijl Hij nog sprak, kwamen enigen van het huis des oversten der synagoge, zeggende: Uw dochter is gestorven; wat zijt gij den Meester nog moeilijk?En Jezus, terstond gehoord hebbende het woord, dat er gesproken werd, zeide tot den overste der synagoge: Vrees niet; geloof alleenlijk.En Hij liet niemand toe Hem te volgen, dan Petrus, en Jakobus, en Johannes, den broeder van Jakobus;En kwam in het huis des oversten der synagoge; en zag de beroerte en degenen, die zeer weenden en huilden.En ingegaan zijnde, zeide Hij tot hen: Wat maakt gij beroerte, en wat weent gij? Het kind is niet gestorven, maar het slaapt.En zij belachten Hem; maar Hij, als Hij hen allen had uitgedreven, nam bij Zich den vader en de moeder des kinds, en degenen die met Hem waren, en ging binnen, waar het kind lag.En Hij vatte de hand des kinds, en zeide tot haar: Talitha kumi! hetwelk is, zijnde overgezet: Gij dochtertje (Ik zeg u), sta op.En terstond stond het dochtertje op, en wandelde; want het was twaalf jaren oud; en zij ontzetten zich met grote ontzetting.En Hij gebood hun zeer, dat niemand datzelve zou weten; en zeide, dat men haar zou te eten geven.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER156
De genezing van twee blinden
De genezing van twee blinden in Kafarnaüm, alleen door Matteüs overgeleverd (Mt 9.27-31), illustreert het messiaanse geloof: de twee mannen erkennen Jezus als ‘Zoon van David’. Jezus geneest hen naar hun geloof en vraagt hun te zwijgen, omdat hij de menigten wilde richten op het eeuwige heil in plaats van op lichamelijke genezingen. Dit verhaal bereidt het antwoord van Jezus aan Johannes de Doper in Matteüs 11.5 voor.
Lukas 18.35-43 (De Heilige Schrift 1917) :En het geschiedde, als Hij nabij Jericho kwam, dat een zeker blinde aan den weg zat, bedelende.En deze, horende de schare voorbijgaan, vraagde, wat dat ware.En zij boodschapten hem, dat Jezus de Nazarener voorbijging.En hij riep, zeggende: Jezus, Gij Zone Davids, ontferm U mijner!En die voorbijgingen, bestraften hem, opdat hij zwijgen zou; maar hij riep zoveel te meer: Zone Davids, ontferm U mijner!En Jezus, stilstaande, beval, dat men denzelven tot Hem brengen zou; en als hij nabij Hem gekomen was, vraagde Hij hem,Zeggende: Wat wilt gij, dat Ik u doen zal? En hij zeide: Heere! dat ik ziende mag worden.En Jezus zeide tot hem: Word ziende; uw geloof heeft u behouden.En terstond werd hij ziende, en volgde Hem, God verheerlijkende. En al het volk, dat ziende, gaf Gode lof.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER161
Terugkeer naar Nazaret
De tweede terugkeer van Jezus naar Nazaret (maart 32 n.Chr.) wordt verteld door Matteüs en Marcus. Ondanks zijn onderwijs in de synagoge wijzen de inwoners hem af vanwege hun vertrouwdheid met hem en zijn familie. Het gebrek aan geloof beperkt zijn wonderen. Jezus spreekt het beroemde woord: ‘Een profeet wordt alleen in zijn vaderstad veracht.’ Marcus voegt details toe die bij Matteüs ontbreken: de aanwezigheid van de discipelen en de verbazing van Jezus over het ongeloof.
Mattheüs 13.54-58 (De Heilige Schrift 1917) :En gekomen zijnde in Zijn vaderland, leerde Hij hen in hun synagoge, zodat zij zich ontzetten, en zeiden: Van waar komt Dezen die wijsheid en die krachten?Is Deze niet de Zoon des timmermans? en is Zijn moeder niet genaamd Maria, en Zijn broeders Jakobus en Joses, en Simon en Judas?En Zijn zusters, zijn zij niet allen bij ons? Van waar komt dan Dezen dit alles?En zij werden aan Hem geergerd. Maar Jezus zeide tot hen: Een profeet is niet ongeeerd, dan in zijn vaderland, en in zijn huis.En Hij heeft aldaar niet vele krachten gedaan, vanwege hun ongeloof.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org
Van het derde Pesach tot het begin van de laatste week
-
PER171
De Messias Jezus en Petrus lopen over het water
Perikoop 171 analyseert het wonder van Jezus die over het water van het Meer van Gennesaret loopt (april 32 n.Chr.), met inbegrip van de episode van Petrus. Een nauwkeurige vergelijking van de verslagen van Matteüs 14.22-32, Marcus 6.45-52 en Johannes 6.16-21 brengt overeenkomsten en verschillen aan het licht en toont de goddelijke kracht van de Messias en de spanning tussen geloof en twijfel bij de discipelen.
Mattheüs 14.22-32 (De Heilige Schrift 1917) :En terstond dwong Jezus Zijn discipelen in het schip te gaan, en voor Hem af te varen naar de andere zijde, terwijl Hij de scharen van Zich zou laten.En als Hij nu de scharen van Zich gelaten had, klom Hij op den berg alleen, om te bidden. En als het nu avond was geworden, zo was Hij daar alleen.En het schip was nu midden in de zee, zijnde in nood van de baren; want de wind was hun tegen.Maar ter vierde wake des nachts kwam Jezus af tot hen, wandelende op de zee.En de discipelen, ziende Hem op de zee wandelen, werden ontroerd, zeggende: Het is een spooksel! En zij schreeuwden van vreze.Maar terstond sprak hen Jezus aan, zeggende: Zijt goedsmoeds, Ik ben het, vreest niet.En Petrus antwoordde Hem, en zeide: Heere! indien Gij het zijt, zo gebied mij tot U te komen op het water.En Hij zeide: Kom. En Petrus klom neder van het schip, en wandelde op het water, om tot Jezus te komen.Maar ziende den sterken wind, werd hij bevreesd, en als hij begon neder te zinken, riep hij, zeggende: Heere, behoud mij!En Jezus, terstond de hand uitstekende, greep hem aan, en zeide tot hem: Gij kleingelovige! waarom hebt gij gewankeld?En als zij in het schip geklommen waren, stilde de wind.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER182
Tweede vermenigvuldiging van de broden voor 4000 personen
Het artikel analyseert de tweede vermenigvuldiging van de broden door Jezus voor vierduizend mensen, aan de hand van de evangeliën van Matteüs en Marcus. Het onderzoekt de nuances tussen beide verslagen en benadrukt daarbij het medelijden van Jezus en zijn vermogen om in de behoeften van de menigte te voorzien.
Mattheüs 15.32-38 (De Heilige Schrift 1917) :En Jezus, Zijn discipelen tot Zich geroepen hebbende, zeide: Ik word innerlijk met ontferming bewogen over de schare, omdat zij nu drie dagen bij Mij gebleven zijn, en hebben niet wat zij eten zouden; en Ik wil hen niet nuchteren van Mij laten, opdat zij op den weg niet bezwijken.En Zijn discipelen zeiden tot Hem: Van waar zullen wij zovele broden in de woestijn bekomen, dat wij zulk een grote schare zouden verzadigen?En Jezus zeide tot hen: Hoevele broden hebt gij? Zij zeiden: Zeven, en weinige visjes.En Hij gebood den scharen neder te zitten op de aarde.En Hij nam de zeven broden en de vissen, en als Hij gedankt had, brak Hij ze, en gaf ze Zijn discipelen; en de discipelen gaven ze aan de schare.En zij aten allen en werden verzadigd, en zij namen op, het overschot der brokken, zeven volle manden.En die daar gegeten hadden, waren vier duizend mannen, zonder de vrouwen en kinderen.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER199
De tempelbelasting in de bek van de vis
Het artikel behandelt de kwestie van de tempelbelasting, die Jezus in Kafarnaüm aanpakt. Hoewel hij zijn goddelijke zoonschap bevestigt, betaalt Jezus de belasting toch om ergernis te voorkomen, en toont zo zijn wijsheid. Het wonder van de vis onderstreept de goddelijke voorzienigheid en Jezus’ trouw aan de sociale en religieuze wetten.
Mattheüs 17.24-27 (De Heilige Schrift 1917) :En als zij te Kapernaum ingekomen waren, gingen tot Petrus die de didrachmen ontvingen, en zeiden: Uw Meester, betaalt Hij de didrachmen niet?Hij zeide: Ja. En toen hij in huis gekomen was, voorkwam hem Jezus, zeggende: Wat dunkt u, Simon! de koningen der aarde, van wie nemen zij tollen of schatting, van hun zonen, of van de vreemden?Petrus zeide tot Hem: Van de vreemden. Jezus zeide tot hem: Zo zijn dan de zonen vrij.Maar opdat wij hun geen aanstoot geven, ga heen naar de zee, werp den angel uit, en den eersten vis, die opkomt, neem, en zijn mond geopend hebbende, zult gij een stater vinden; neem dien, en geef hem aan hen voor Mij en u.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER226
Jezus, de Messias, na een wonder betwist
In Jeruzalem wordt Jezus, de Messias, na de genezing van een stomme bezetene betwist door tegenstanders die zijn macht aan Beëlzebul toeschrijven en om een nieuw teken vragen. Hij antwoordt met logische en geestelijke argumenten, verwijst naar het teken van Jona, richt een lofprijzing om naar gehoorzaamheid aan het Woord en sluit af met een metafoor over het innerlijke licht. Deze toespraak, die alleen door Lucas wordt overgeleverd (11.14-36), toont twee tegenovergestelde houdingen tegenover de Messias: het echte geloof en de ongelovige afwijzing.
Lukas 11.1-13 (De Heilige Schrift 1917) :En het geschiedde, toen Hij in een zekere plaats was biddende, als Hij ophield, dat een van Zijn discipelen tot Hem zeide: Heere, leer ons bidden, gelijk ook Johannes zijn discipelen geleerd heeft.En Hij zeide tot hen: Wanneer gij bidt, zo zegt: Onze Vader, Die in de hemelen zijt! Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.Geef ons elken dag ons dagelijks brood.En vergeef ons onze zonden; want ook wij vergeven aan een iegelijk, die ons schuldig is. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze.En Hij zeide tot hen: Wie van u zal een vriend hebben, en zal ter middernacht tot hem gaan, en tot hem zeggen: Vriend! leen mij drie broden;Overmits mijn vriend van de reis tot mij gekomen is, en ik heb niet, dat ik hem voorzette;En dat die van binnen, antwoordende, zou zeggen: Doe mij geen moeite aan; de deur is nu gesloten, en mijn kinderen zijn met mij in de slaapkamer; ik kan niet opstaan, om u te geven.Ik zeg ulieden: Hoewel hij niet zou opstaan en hem geven, omdat hij zijn vriend is, nochtans om zijner onbeschaamdheid wil, zal hij opstaan, en hem geven zoveel als hij er behoeft.En Ik zeg ulieden: Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden.En wat vader onder u, dien de zoon om brood bidt, zal hem een steen geven, of ook om een vis, zal hem voor een vis een slang geven?Of zo hij ook om een ei zou bidden, zal hij hem een schorpioen geven?Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader den Heiligen Geest geven dengenen, die Hem bidden?De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER231
Genezing van een vrouw op sabbat
Perikoop 231 beschrijft de genezing door Jezus van een vrouw die achttien jaar lang gebrekkig was, op een sabbat in een synagoge in Jeruzalem (Lucas 13.10-17). Deze daad wekt de verontwaardiging van de religieuze autoriteiten, die Jezus beschaamt door op hun tegenstrijdigheden te wijzen. De menigte daarentegen bewondert en verheerlijkt God. De episode illustreert de spanning tussen de farizeese traditie en de authentieke toepassing van de goddelijke wet, en toont tegelijk het volhardende geloof van deze vrouw.
Johannes 5.1-18 (De Heilige Schrift 1917) :Na dezen was een feest der Joden, en Jezus ging op naar Jeruzalem.En er is te Jeruzalem aan de Schaaps poort, een badwater, hetwelk in het Hebreeuws toegenaamd wordt Bethesda, hebbende vijf zalen.In dezelve lag een grote menigte van kranken, blinden, kreupelen, verdorden, wachtende op de roering des waters.Want een engel daalde neder op zekeren tijd in dat badwater, en beroerde het water; die dan eerst daarin kwam, na de beroering van het water, die werd gezond, van wat ziekte hij ook bevangen was.En aldaar was een zeker mens, die acht en dertig jaren krank gelegen had.Jezus, ziende dezen liggen, en wetende, dat hij nu langen tijd gelegen had, zeide tot hem: Wilt gij gezond worden?De kranke antwoordde Hem: Heere, ik heb geen mens, om mij te werpen in het badwater, wanneer het water beroerd wordt; en terwijl ik kom, zo daalt een ander voor mij neder.Jezus zeide tot hem: Sta op, neem uw beddeken op, en wandel.En terstond werd de mens gezond, en nam zijn beddeken op en wandelde. En het was sabbat op denzelven dag.De Joden zeiden dan tot dengene, die genezen was: Het is sabbat; het is u niet geoorloofd het beddeken te dragen.Hij antwoordde hun: Die mij gezond gemaakt heeft, Die heeft mij gezegd: Neem uw beddeken op, en wandel.Zij vraagden hem dan: Wie is de Mens, Die u gezegd heeft: Neem uw beddeken op, en wandel?En die gezond gemaakt was, wist niet, Wie Hij was; want Jezus was ontweken, alzo er een grote schare in die plaats was.Daarna vond hem Jezus in den tempel, en zeide tot hem: Zie, gij zijt gezond geworden; zondig niet meer, opdat u niet wat ergers geschiede.De mens ging heen, en boodschapte den Joden, dat het Jezus was, Die hem gezond gemaakt had.En daarom vervolgden de Joden Jezus, en zochten Hem te doden, omdat Hij deze dingen op den sabbat deed.En Jezus antwoordde hun: Mijn Vader werkt tot nu toe, en Ik werk ook.Daarom zochten dan de Joden te meer Hem te doden, omdat Hij niet alleen den sabbat brak, maar ook zeide, dat God Zijn eigen Vader was, Zichzelven Gode evengelijk makende.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER236
Genezing van een man met waterzucht
Een man met waterzucht wordt door de Messias Jezus genezen tijdens een sabbatsmaaltijd in het huis van een farizeeër in Jeruzalem. Tegenover de wetsgeleerden stelt Jezus een vraag over de geoorloofdheid van genezen op de sabbat en handelt dan zonder hun antwoord af te wachten. Zijn gesprekspartners, die niets kunnen terugzeggen, zwijgen. Lucas is de enige evangelist die deze gebeurtenis vermeldt (Lucas 14.2-6), gedateerd op 4 december 32 n.Chr.
Lukas 14.2 (De Heilige Schrift 1917) :En ziet, er was een zeker waterzuchtig mens voor Hem.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER256
De Messias Jezus bevestigt zijn Goddelijkheid
Het artikel bespreekt de genezing door Jezus van een man die blind geboren was, een gebeurtenis die alleen in het Evangelie van Johannes wordt vermeld. De man wordt geestelijk veranderd doordat hij Jezus als de Messias erkent. De farizeeën daarentegen blijven in hun geestelijke blindheid door het licht van Jezus af te wijzen. Dit contrast onderstreept dat ware zienswijze voortkomt uit nederigheid en openheid voor de goddelijke waarheid.
Johannes 9.35-41 (De Heilige Schrift 1917) :Jezus hoorde, dat zij hem uitgeworpen hadden, en hem vindende, zeide Hij tot hem: Gelooft gij in den Zoon van God?Hij antwoordde en zeide: Wie is Hij, Heere, opdat ik in Hem moge geloven?En Jezus zeide tot Hem: En gij hebt Hem gezien, en Die met u spreekt, Dezelve is het.En hij zeide: Ik geloof, Heere! En hij aanbad Hem.En Jezus zeide: Ik ben tot een oordeel in deze wereld gekomen, opdat degenen, die niet zien, zien mogen, en die zien, blind worden.En dit hoorden enigen uit de Farizeen, die bij Hem waren, en zeiden tot Hem: Zijn wij dan ook blind?Jezus zeide tot hen: Indien gij blind waart, zo zoudt gij geen zonde hebben; maar nu zegt gij: Wij zien; zo blijft dan uw zonde.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
PER261
Vertrek naar Betanië aan de overzijde van de Jordaan
Het artikel beschrijft de reis van Jezus van Jeruzalem naar Betanië, met tussenstops in Betanië aan de overzijde van de Jordaan en in Jericho, waar hij wonderen verricht. Opzettelijk uitgesteld arriveert Jezus en wekt hij Lazarus op, wat een reactie van de religieuze autoriteiten uitlokt.
Lukas 19.1-10 (De Heilige Schrift 1917) :En Jezus, ingekomen zijnde, ging door Jericho.En zie, er was een man, met name geheten Zacheus; en deze was een overste der tollenaren, en hij was rijk;En zocht Jezus te zien, wie Hij was; en kon niet vanwege de schare, omdat hij klein van persoon was.En vooruitlopende, klom hij op een wilden vijgeboom, opdat hij Hem mocht zien; want Hij zou door dien weg voorbijgaan.En als Jezus aan die plaats kwam, opwaarts ziende, zag Hij hem, en zeide tot hem: Zacheus! haast u, en kom af; want Ik moet heden in uw huis blijven.En hij haastte zich en kwam af, en ontving Hem met blijdschap.En allen, die het zagen, murmureerden, zeggende: Hij is tot een zondigen man ingegaan, om te herbergen.En Zacheus stond, en zeide tot den Heere: Zie, de helft van mijn goederen, Heere, geef ik den armen; en indien ik iemand iets door bedrog ontvreemd heb, dat geef ik vierdubbel weder.En Jezus zeide tot hem: Heden is dezen huize zaligheid geschied, nademaal ook deze een zoon van Abraham is.Want de Zoon des mensen is gekomen, om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org
Uitdrijvingen
-
MIR021
Genezing van een stomme man die door een demon bezeten is
Le miracle de Matthieu 9.32-33 décrit la guérison d'un homme muet par Jésus, suscitant l'émerveillement de la foule. Ce texte met en lumière la puissance de Jésus sur les forces démoniaques.
Mattheüs 9.32-33 (De Heilige Schrift 1917) :Als dezen nu uitgingen, ziet, zo brachten zij tot Hem een mens, die stom en van den duivel bezeten was.En als de duivel uitgeworpen was, sprak de stomme. En de scharen verwonderden zich, zeggende: Er is nooit desgelijks in Israel gezien!De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org
Genezingen
-
MIR002
Genezing van de zoon van een koninklijke ambtenaar
Jean 4,46-54 raconte la guérison du fils d'un fonctionnaire royal à Cana. Le miracle, accompli par Jésus avec une simple parole, illustre la foi et la puissance divine, renforçant la conviction du fonctionnaire et de sa famille. Cette histoire met en avant l'importance de la foi avant même de voir des miracles.
Johannes 2.1-11 (De Heilige Schrift 1917) :En op den derden dag was er een bruiloft te Kana in Galilea; en de moeder van Jezus was aldaar.En Jezus was ook genood, en Zijn discipelen, tot de bruiloft.En als er wijn ontbrak, zeide de moeder van Jezus tot Hem: Zij hebben geen wijn.Jezus zeide tot haar: Vrouw, wat heb Ik met u te doen? Mijn ure is nog niet gekomen.Zijn moeder zeide tot de dienaars: Zo wat Hij ulieden zal zeggen, doet dat.En aldaar waren zes stenen watervaten gesteld, naar de reiniging der Joden, elk houdende twee of drie metreten.Jezus zeide tot hen: Vult de watervaten met water. En zij vulden ze tot boven toe.En Hij zeide tot hen: Schept nu, en draagt het tot den hofmeester; en zij droegen het.Als nu de hofmeester het water, dat wijn geworden was, geproefd had (en hij wist niet, van waar de wijn was; maar de dienaren, die het water geschept hadden, wisten het), zo riep de hofmeester den bruidegom.En zeide tot hem: Alle man zet eerst den goeden wijn op, en wanneer men wel gedronken heeft, alsdan den minderen; maar gij hebt den goeden wijn tot nu toe bewaard.Dit beginsel der tekenen heeft Jezus gedaan te Kana in Galilea, en heeft Zijn heerlijkheid geopenbaard; en Zijn discipelen geloofden in Hem.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
MIR005
Genezing van de schoonmoeder van Petrus
L'article traite du miracle de la guérison de la belle-mère de Pierre, relaté dans Matthieu, Marc et Luc. Il met en lumière la puissance de guérison de Jésus et sa compassion envers les malades, les récits soulignant différents aspects de cet événement. Jésus guérit immédiatement la belle-mère de Pierre, elle se met ensuite à les servir. Les perspectives uniques des Évangiles enrichissent notre compréhension de cet acte miraculeux.
Markus 1.29-31 (De Heilige Schrift 1917) :En van stonde aan uit de synagoge gegaan zijnde, kwamen zij in het huis van Simon en Andreas, met Jakobus en Johannes.En Simons vrouws moeder lag met de koorts; en terstond zeiden zij Hem van haar.En Hij, tot haar gaande, vatte haar hand, en richtte ze op; en terstond verliet haar de koorts, en zij diende henlieden.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
MIR009
Genezing van de verlamde van Betesda
Cet article discute la guérison du paralytique de Bethesda par Jésus, qui illustre la compassion et l'autorité divine de Jésus. Le miracle, survenant un jour de sabbat, incite au conflit avec les autorités juives rigides sur les lois du sabbat. Jésus, par cet acte, souligne l'importance de la foi, de la guérison spirituelle et de la rédemption au-delà des restrictions légales.
Johannes 5.1-15 (De Heilige Schrift 1917) :Na dezen was een feest der Joden, en Jezus ging op naar Jeruzalem.En er is te Jeruzalem aan de Schaaps poort, een badwater, hetwelk in het Hebreeuws toegenaamd wordt Bethesda, hebbende vijf zalen.In dezelve lag een grote menigte van kranken, blinden, kreupelen, verdorden, wachtende op de roering des waters.Want een engel daalde neder op zekeren tijd in dat badwater, en beroerde het water; die dan eerst daarin kwam, na de beroering van het water, die werd gezond, van wat ziekte hij ook bevangen was.En aldaar was een zeker mens, die acht en dertig jaren krank gelegen had.Jezus, ziende dezen liggen, en wetende, dat hij nu langen tijd gelegen had, zeide tot hem: Wilt gij gezond worden?De kranke antwoordde Hem: Heere, ik heb geen mens, om mij te werpen in het badwater, wanneer het water beroerd wordt; en terwijl ik kom, zo daalt een ander voor mij neder.Jezus zeide tot hem: Sta op, neem uw beddeken op, en wandel.En terstond werd de mens gezond, en nam zijn beddeken op en wandelde. En het was sabbat op denzelven dag.De Joden zeiden dan tot dengene, die genezen was: Het is sabbat; het is u niet geoorloofd het beddeken te dragen.Hij antwoordde hun: Die mij gezond gemaakt heeft, Die heeft mij gezegd: Neem uw beddeken op, en wandel.Zij vraagden hem dan: Wie is de Mens, Die u gezegd heeft: Neem uw beddeken op, en wandel?En die gezond gemaakt was, wist niet, Wie Hij was; want Jezus was ontweken, alzo er een grote schare in die plaats was.Daarna vond hem Jezus in den tempel, en zeide tot hem: Zie, gij zijt gezond geworden; zondig niet meer, opdat u niet wat ergers geschiede.De mens ging heen, en boodschapte den Joden, dat het Jezus was, Die hem gezond gemaakt had.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
MIR010
Guérison de l’homme à la main desséchée
L'article explore le miracle de Jésus guérissant un homme à la main desséchée, illustrant sa confrontation avec les Pharisiens sur le sens du sabbat. Les Évangiles de Matthieu, Marc et Luc relatent chacun cet événement avec des nuances, soulignant la compassion de Jésus et la rigidité des autorités religieuses.
Lukas 6.6-11 (De Heilige Schrift 1917) :En het geschiedde ook op een anderen sabbat, dat Hij in de synagoge ging, en leerde. En daar was een mens, en zijn rechterhand was dor.En de Schriftgeleerden en de Farizeen namen Hem waar, of Hij op den sabbat genezen zou; opdat zij enige beschuldiging tegen Hem mochten vinden.Doch Hij kende hun gedachten, en zeide tot den mens, die de dorre hand had: Rijs op, en sta in het midden. En hij opgestaan zijnde, stond over einde.Zo zeide dan Jezus tot hen: Ik zal u vragen: Wat is geoorloofd op de sabbatten, goed te doen, of kwaad te doen, een mens te behouden, of te verderven?En hen allen rondom aangezien hebbende, zeide Hij tot den mens: Strek uw hand uit. En hij deed alzo; en zijn hand werd hersteld, gezond gelijk de andere.En zij werden vervuld met uitzinnigheid, en spraken samen met elkander, wat zij Jezus doen zouden.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
MIR012
Genezing van de knecht van de centurio
L'article explore la guérison du serviteur du centurion, racontée dans les Évangiles de Matthieu et de Luc. Le centurion démontre une foi exceptionnelle, espérant une guérison par la parole de Jésus. Les récits diffèrent par les détails de l'interaction, mettant en lumière l'humilité et la respectabilité du centurion et la compassion de Jésus.
Mattheüs 8.5-13 (De Heilige Schrift 1917) :Als nu Jezus te Kapernaum ingegaan was, kwam tot Hem een hoofdman over honderd, biddende Hem,En zeggende: Heere! mijn knecht ligt te huis geraakt, en lijdt zware pijnen.En Jezus zeide tot hem: Ik zal komen en hem genezen.En de hoofdman over honderd, antwoordende, zeide: Heere! ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen; maar spreek alleenlijk een woord, en mijn knecht zal genezen worden.Want ik ben ook een mens onder de macht van anderen, hebbende onder mij krijgsknechten; en ik zeg tot dezen: Ga! en hij gaat; en tot den anderen: Kom! en hij komt; en tot mijn dienstknecht: Doe dat! en hij doet het.Jezus nu, dit horende, heeft Zich verwonderd, en zeide tot degenen, die Hem volgden: Voorwaar zeg Ik u, Ik heb zelfs in Israel zo groot een geloof niet gevonden.Doch Ik zeg u, dat velen zullen komen van oosten en westen en zullen met Abraham, en Izak, en Jakob, aanzitten in het Koninkrijk der hemelen;En de kinderen des Koninkrijks zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; aldaar zal wening zijn, en knersing der tanden.En Jezus zeide tot den hoofdman over honderd: Ga heen, en u geschiede, gelijk gij geloofd hebt. En zijn knecht is gezond geworden te dierzelver ure.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
MIR015
Genezing van de stomme bezeten man
L'article décrit la guérison d'un homme muet par Jésus dans Luc 11.14-15, montrant sa puissance sur les démons. La foule réagit par émerveillement et scepticisme. Comparé à Matthieu 12.22-23, l'article illustre les perceptions divergentes de Jésus. Les récits soulignent son autorité divine et les tensions de son ministère.
Lukas 11.14-15 (De Heilige Schrift 1917) :En Hij wierp een duivel uit, en die was stom. En het geschiedde, als de duivel uitgevaren was, dat de stomme sprak; en de scharen verwonderden zich.Maar sommigen van hen zeiden: Hij werpt de duivelen uit door Beelzebul, den overste der duivelen.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
MIR020
Genezing van twee blinden
L'article explore la guérison de deux aveugles par Jésus (Matthieu 9.27-31), mettant en avant l'importance de la foi, la reconnaissance messianique et la diffusion du miracle malgré une interdiction. Ce récit unique en Matthieu souligne la compassion et le pouvoir de Jésus.
Mattheüs 9.27-31 (De Heilige Schrift 1917) :En als Jezus van daar voortging, zijn Hem twee blinden gevolgd, roepende en zeggende: Gij Zone Davids, ontferm U onzer!En als Hij in huis gekomen was, kwamen de blinden tot Hem. En Jezus zeide tot hen: Gelooft gij, dat Ik dat doen kan? Zij zeiden tot Hem: Ja, Heere!Toen raakte Hij hun ogen aan, zeggende: U geschiede naar uw geloof.En hun ogen zijn geopend geworden. En Jezus heeft hun zeer gestrengelijk verboden, zeggende: Ziet, dat niemand het wete.Maar zij, uitgegaan zijnde, hebben Hem ruchtbaar gemaakt door dat gehele land.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
MIR026
Guérison du sourd-muet
Cet article examine la guérison du sourd-muet par Jésus, montrée dans Marc 7.31-37, soulignant sa compassion, son pouvoir divin et sa mission universelle. Par des gestes symboliques et la parole 'Ephphatha', il guérit un homme, illustrant l'ouverture à la révélation divine. La réaction fervente de la foule, bien que contraire à sa demande de silence, témoigne de l'impact de ses miracles.
Markus 7.31-37 (De Heilige Schrift 1917) :En Hij wederom weggegaan zijnde van de landpalen van Tyrus en Sidon, kwam aan de zee van Galilea, door het midden der landpalen van Dekapolis.En zij brachten tot Hem een dove, die zwaarlijk sprak, en baden Hem, dat Hij de hand op hem legde.En hem van de schare alleen genomen hebbende, stak Hij Zijn vingeren in zijn oren, en gespogen hebbende, raakte Hij zijn tong aan;En opwaarts ziende naar den hemel, zuchtte Hij, en zeide tot hem: Effatha! dat is: wordt geopend!En terstond werden zijn oren geopend, en de band zijner tong werd los, en hij sprak recht.En Hij gebood hunlieden, dat zij het niemand zeggen zouden; maar wat Hij hun ook gebood, zo verkondigden zij het des te meer.En zij ontzetten zich bovenmate zeer, zeggende: Hij heeft alles wel gedaan, en Hij maakt, dat de doven horen, en de stommen spreken.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
MIR035
Genezing van de blindgeborene
Jean 9.1-12 relate la guérison par Jésus d'un homme aveugle de naissance, démontrant les œuvres divines. Jésus utilise de la boue pour guérir, rappelant la création dans Genèse. L'obéissance et la foi de l'homme sont essentielles à sa guérison. La surprise communautaire aux miracles souligne l'impact et la mission de Jésus apportant la lumière spirituelle au monde.
Johannes 9.1-12 (De Heilige Schrift 1917) :En voorbijgaande, zag Hij een mens, blind van de geboorte af.En Zijn discipelen vraagden Hem, zeggende: Rabbi, wie heeft er gezondigd, deze, of zijn ouders, dat hij blind zou geboren worden?Jezus antwoordde: Noch deze heeft gezondigd, noch zijn ouders, maar dit is geschied, opdat de werken Gods in hem zouden geopenbaard worden.Ik moet werken de werken Desgenen, Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; de nacht komt, wanneer niemand werken kan.Zolang Ik in de wereld ben, zo ben Ik het Licht der wereld.Dit gezegd hebbende, spoog Hij op de aarde, en maakte slijk uit dat speeksel, en streek dat slijk op de ogen des blinden;En zeide tot hem: Ga heen, was u in het badwater Siloam (hetwelk overgezet wordt: uitgezonden). Hij dan ging heen en wies zich, en kwam ziende.De geburen dan, en die hem te voren gezien hadden, dat hij blind was, zeiden: Is deze niet, die zat en bedelde?Anderen zeiden: Hij is het; en anderen: Hij is hem gelijk. Hij zeide: Ik ben het.Zij dan zeiden tot hem: Hoe zijn u de ogen geopend?Hij antwoordde en zeide: De Mens, genaamd Jezus, maakte slijk, en bestreek mijn ogen, en zeide tot mij: Ga heen naar het badwater Siloam, en was u. En ik ging heen, en wies mij, en ik werd ziende.Zij dan zeiden tot hem: Waar is Die? Hij zeide: Ik weet het niet.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org
De tegenstrijdigheden
-
CTD062
Een verlamde gedragen door vier mannen
L'article explore les différences dans les récits de Matthieu et Marc concernant la guérison du paralytique par Jésus. Bien que les récits varient, l'article souligne qu'ils sont complémentaires, reflétant les perspectives individuelles des auteurs sous l'inspiration divine, offrant une vue riche des événements.
Mattheüs 9.2-8 (De Heilige Schrift 1917) :(9:1) En ziet, zij brachten tot Hem een geraakte, op een bed liggende. (9:2) En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon! wees welgemoed; uw zonden zijn u vergeven.En ziet, sommigen der Schriftgeleerden zeiden in zichzelven: Deze lastert God.En Jezus, ziende hun gedachten, zeide: Waarom overdenkt gij kwaad in uw harten?Want wat is lichter te zeggen: De zonden zijn u vergeven? of te zeggen: Sta op en wandel?Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft op de aarde, de zonden te vergeven (toen zeide Hij tot den geraakte): Sta op, neem uw bed op, en ga heen naar uw huis.En hij opgestaan zijnde, ging heen naar zijn huis.De scharen nu dat ziende, hebben zich verwonderd, en God verheerlijkt, die zodanige macht den mensen gegeven had.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
CTD066
Wat zegt Jezus tegen de dochter van Jaïrus?
L'article analyse le récit de la résurrection de la fille de Jaïrus par Jésus, discutée dans trois Évangiles. Les récits de Marc, Matthieu et Luc, souvent considérés comme contradictoires, sont présentés comme complémentaires. En comparant les détails de chaque évangile, l'article montre qu'il n'y a pas de contradiction mais une diversité de perspectives sur cet événement miraculeux.
Mattheüs 9.25 (De Heilige Schrift 1917) :Als nu de schare uitgedreven was, ging Hij in, en greep haar hand; en het dochtertje stond op.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org
Het ambt van Petrus
-
ADA013
La défense de Pierre et de Jean devant le Sanhédrin
Pierre et Jean présentent une défense audacieuse devant le Sanhédrin après un miracle qui surprend les autorités. Remplis du Saint-Esprit, ils démontrent une assurance qui étonne leurs juges. Luc souligne l'accomplissement des promesses de Jésus, et l'irréfutabilité des faits renforce leur témoignage.
Johannes 6.68-69 (De Heilige Schrift 1917) :Simon Petrus dan antwoordde Hem: Heere, tot Wien zullen wij heengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens.En wij hebben geloofd en bekend, dat Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
ADA014
La délibération et la sentence du Sanhédrin
Face à l'embarras du Sanhédrin après un miracle accompli par Pierre et Jean, les autorités religieuses interdisent la prédication au nom de Jésus, espérant que des menaces compromettront le message chrétien. Pierre et Jean répondent en affirmant leur obéissance prioritaire à Dieu, illustrant une transformation spirituelle soutenue par le Saint-Esprit.
Johannes 11.47-53 (De Heilige Schrift 1917) :De overpriesters dan en de Farizeen vergaderden den raad, en zeiden: Wat zullen wij doen? want deze Mens doet vele tekenen.Indien wij Hem alzo laten geworden, zij zullen allen in Hem geloven, en de Romeinen zullen komen, en wegnemen beide onze plaats en volk.En een uit hen, namelijk Kajafas, die deszelven jaars hogepriester was, zeide tot hen: Gij verstaat niets;En gij overlegt niet, dat het ons nut is, dat een mens sterve voor het volk, en het gehele volk niet verloren ga.En dit zeide hij niet uit zichzelven; maar, zijnde hogepriester deszelven jaars, profeteerde hij, dat Jezus sterven zou voor het volk;En niet alleen voor dat volk, maar opdat Hij ook de kinderen Gods, die verstrooid waren, tot een zou vergaderen.Van dien dag dan af beraadslaagden zij te zamen, dat zij Hem doden zouden.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
ADA020
De wonderbaarlijke bevrijding van de apostelen
Cet article analyse la délivrance miraculeuse des apôtres (Actes 5.19-21) à Jérusalem au printemps 33. Arrêtés par le grand prêtre et les sadducéens, les apôtres sont libérés de prison par un ange durant la nuit. Luc rapporte ce miracle avec sobriété, en soulignant sa signification théologique et ses parallèles avec l'Ancien Testament. L'ange confie aux apôtres libérés la mission d'annoncer au Temple 'les paroles de cette vie', expression désignant le message du salut en Jésus-Christ.
Daniël 3.24-25 (De Heilige Schrift 1917) :Toen ontzette zich de koning Nebukadnezar, en hij stond op in der haast, antwoordde en zeide tot zijn raadsheren: Hebben wij niet drie mannen in het midden des vuurs, gebonden zijnde, geworpen? Zij antwoordden en zeiden tot den koning: Het is gewis, o koning!Hij antwoordde en zeide: Ziet, ik zie vier mannen, los wandelende in het midden des vuurs, en er is geen verderf aan hen; en de gedaante des vierden is gelijk eens zoons der goden.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org
Wonderen
-
MIR001
Water wordt wijn in Kana
Cet article explore le premier miracle de Jésus relaté dans Jean 2.1-11. Lors des noces de Cana, Jésus transforme de l'eau en vin, révélant sa nature divine et inaugurant son ministère. Marie joue un rôle clé en sollicitant l'aide de Jésus. Ce miracle symbolise la transition d'une ancienne à une nouvelle alliance de grâce, illustrant la générosité divine et renforçant la foi des disciples.
Johannes 2.1-11 (De Heilige Schrift 1917) :En op den derden dag was er een bruiloft te Kana in Galilea; en de moeder van Jezus was aldaar.En Jezus was ook genood, en Zijn discipelen, tot de bruiloft.En als er wijn ontbrak, zeide de moeder van Jezus tot Hem: Zij hebben geen wijn.Jezus zeide tot haar: Vrouw, wat heb Ik met u te doen? Mijn ure is nog niet gekomen.Zijn moeder zeide tot de dienaars: Zo wat Hij ulieden zal zeggen, doet dat.En aldaar waren zes stenen watervaten gesteld, naar de reiniging der Joden, elk houdende twee of drie metreten.Jezus zeide tot hen: Vult de watervaten met water. En zij vulden ze tot boven toe.En Hij zeide tot hen: Schept nu, en draagt het tot den hofmeester; en zij droegen het.Als nu de hofmeester het water, dat wijn geworden was, geproefd had (en hij wist niet, van waar de wijn was; maar de dienaren, die het water geschept hadden, wisten het), zo riep de hofmeester den bruidegom.En zeide tot hem: Alle man zet eerst den goeden wijn op, en wanneer men wel gedronken heeft, alsdan den minderen; maar gij hebt den goeden wijn tot nu toe bewaard.Dit beginsel der tekenen heeft Jezus gedaan te Kana in Galilea, en heeft Zijn heerlijkheid geopenbaard; en Zijn discipelen geloofden in Hem.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
MIR003
Eerste wonderbare visvangst
Le passage de Luc 5.1-11 montre l'autorité de Jésus et l'appel de Simon Pierre. Après une pêche miraculeuse, Jésus invite Pierre à devenir pêcheur d'hommes, illustrant la mission évangélique.
Lukas 5.1-11 (De Heilige Schrift 1917) :En het geschiedde, als de schare op Hem aandrong, om het Woord Gods te horen, dat Hij stond bij het meer Gennesareth.En Hij zag twee schepen aan den oever van het meer liggende, en de vissers waren daaruit gegaan, en spoelden de netten.En Hij ging in een van die schepen, hetwelk van Simon was, en bad hem, dat hij een weinig van het land afstak; en nederzittende, leerde Hij de scharen uit het schip.En als Hij afliet van spreken, zeide Hij tot Simon: Steek af naar de diepte, en werp uw netten uit om te vangen.En Simon antwoordde en zeide tot Hem: Meester, wij hebben den gehelen nacht over gearbeid, en niet gevangen; doch op Uw woord zal ik het net uitwerpen.En als zij dat gedaan hadden, besloten zij een grote menigte vissen, en hun net scheurde.En zij wenkten hun medegenoten, die in het andere schip waren, dat zij hen zouden komen helpen. En zij kwamen, en vulden beide de schepen, zodat zij bijna zonken.En Simon Petrus, dat ziende, viel neder aan de knieen van Jezus, zeggende: Heere! ga uit van mij; want ik ben een zondig mens.Want verbaasdheid had hem bevangen, en allen, die met hem waren, over de vangst der vissen, die zij gevangen hadden;En desgelijks ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeus, die medegenoten van Simon waren. En Jezus zeide tot Simon: Vrees niet; van nu aan zult gij mensen vangen.En als zij de schepen aan land gestuurd hadden, verlieten zij alles, en volgden Hem.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
MIR013
Opwekking van de zoon van de weduwe van Naïn
L'article traite de la résurrection du fils de la veuve de Naïn par Jésus, démontrant sa compassion et son pouvoir divin, comme rapporté dans Luc 7.11-17. Ce miracle suscite la reconnaissance de Jésus comme prophète et une reconnaissance de la présence divine active, montrant son autorité sur la mort.
Lukas 7.11-17 (De Heilige Schrift 1917) :En het geschiedde op den volgenden dag, dat Hij ging naar een stad, genaamd Nain, en met Hem gingen velen van Zijn discipelen, en een grote schare.En als Hij de poort der stad genaakte, zie daar, een dode werd uitgedragen, die een eniggeboren zoon zijner moeder was, en zij was weduwe en een grote schare van de stad was met haar.En de Heere, haar ziende, werd innerlijk met ontferming over haar bewogen, en zeide tot haar: Ween niet.En Hij ging toe, en raakte de baar aan; (de dragers nu stonden stil) en Hij zeide: Jongeling, Ik zeg u, sta op!En de dode zat overeind, en begon te spreken. En Hij gaf hem aan zijn moeder.En vreze beving hen allen, en zij verheerlijkten God, zeggende: Een groot Profeet is onder ons opgestaan, en God heeft Zijn volk bezocht.En dit gerucht van Hem ging uit in geheel Judea, en in al het omliggende land.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
MIR022
Vermenigvuldiging van broden en vissen
La Multiplication des pains et des poissons est un miracle rapporté dans les Évangiles où Jésus nourrit une foule de milliers avec juste cinq pains et deux poissons. Cette histoire symbolise la compassion et la puissance divine de Jésus, tout en soulignant l'importance de la foi et de la reconnaissance de son véritable rôle spirituel.
Markus 6.30-44 (De Heilige Schrift 1917) :En de apostelen kwamen weder tot Jezus, en boodschapten Hem alles, beide wat zij gedaan hadden, en wat zij geleerd hadden.En Hij zeide tot hen: Komt gijlieden in een woeste plaats hier alleen, en rust een weinig; want er waren velen, die kwamen en die gingen, en zij hadden zelfs geen gelegen tijd om te eten.En zij vertrokken in een schip, naar een woeste plaats, alleen.En de scharen zagen hen heenvaren, en velen werden Hem kennende, en liepen gezamenlijk te voet van alle steden derwaarts, en kwamen hun voor, en gingen samen tot Hem.En Jezus, uitgaande, zag een grote schare, en werd innerlijk met ontferming bewogen over hen; want zij waren als schapen, die geen herder hebben; en Hij begon hun vele dingen te leren.En als het nu laat op den dag geworden was, kwamen Zijn discipelen tot Hem, en zeiden: Deze plaats is woest, en het is nu laat op den dag;Laat ze van U, opdat zij heengaan in de omliggende dorpen en vlekken, en broden voor zichzelven mogen kopen; want zij hebben niet, wat zij eten zullen.Maar Hij, antwoordende, zeide tot hen: Geeft gij hun te eten. En zij zeiden tot Hem: Zullen wij heengaan, en kopen voor tweehonderd penningen brood, en hun te eten geven?En Hij zeide tot hen: Hoeveel broden hebt gij? Gaat heen en beziet het. En toen zij het vernomen hadden, zeiden zij: Vijf, en twee vissen.En Hij gebood hun, dat zij hen allen zouden doen nederzitten bij waardschappen, op het groene gras.En zij zaten neder in gedeelten bij honderd te zamen, en bij vijftig te zamen.En als Hij de vijf broden en de twee vissen genomen had, zag Hij op naar den hemel, zegende en brak de broden, en gaf ze Zijn discipelen, opdat zij ze hun zouden voorleggen, en de twee vissen deelde Hij voor allen.En zij aten allen, en zijn verzadigd geworden.En zij namen op twaalf volle korven brokken, en van de vissen.En die daar de broden gegeten hadden, waren omtrent vijf duizend mannen.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
MIR023
Lopen over het water
L'article analyse comment les évangiles décrivent Jésus marchant sur l'eau, soulignant sa divinité et la foi des disciples. Matthieu inclut l'épisode de Pierre marchant aussi sur l'eau, tandis que Marc et Jean décrivent l'émerveillement des disciples. L'événement illustre le pouvoir de Jésus sur la nature et la nécessité de croire en lui.
Markus 6.45-52 (De Heilige Schrift 1917) :En terstond dwong Hij Zijn discipelen in het schip te gaan, en voor henen te varen aan de andere zijde tegen over Bethsaida, terwijl Hij de schare van Zich zou laten.En als Hij aan dezelve hun afscheid gegeven had, ging Hij op den berg om te bidden.En als het nu avond was geworden, zo was het schip in het midden van de zee, en Hij was alleen op het land.En Hij zag, dat zij zich zeer pijnigden, om het schip voort te krijgen; want de wind was hun tegen; en omtrent de vierde wake des nachts, kwam Hij tot hen, wandelende op de zee, en wilde hen voorbijgaan.En zij, ziende Hem wandelen op de zee, meenden, dat het een spooksel was, en schreeuwden zeer;Want zij zagen Hem allen, en werden ontroerd; en terstond sprak Hij met hen, en zeide tot hen: Zijt welgemoed, Ik ben het; vreest niet.En Hij klom tot hen in het schip, en de wind stilde; en zij ontzetten zich bovenmate zeer in zichzelven, en waren verwonderd.Want zij hadden niet gelet op het wonder der broden; want hun hart was verhard.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
MIR027
De spijziging van de 4000
L'article relate la multiplication des pains où Jésus nourrit miraculeusement quatre mille personnes. Les récits de Matthieu et Marc décrivent la compassion de Jésus pour la foule affamée, la multiplication de sept pains et quelques poissons, et le ramassage de sept paniers de restes. Les différences incluent les destinations post-événement : Magadan pour Matthieu et Dalmanutha pour Marc.
Mattheüs 15.32-39 (De Heilige Schrift 1917) :En Jezus, Zijn discipelen tot Zich geroepen hebbende, zeide: Ik word innerlijk met ontferming bewogen over de schare, omdat zij nu drie dagen bij Mij gebleven zijn, en hebben niet wat zij eten zouden; en Ik wil hen niet nuchteren van Mij laten, opdat zij op den weg niet bezwijken.En Zijn discipelen zeiden tot Hem: Van waar zullen wij zovele broden in de woestijn bekomen, dat wij zulk een grote schare zouden verzadigen?En Jezus zeide tot hen: Hoevele broden hebt gij? Zij zeiden: Zeven, en weinige visjes.En Hij gebood den scharen neder te zitten op de aarde.En Hij nam de zeven broden en de vissen, en als Hij gedankt had, brak Hij ze, en gaf ze Zijn discipelen; en de discipelen gaven ze aan de schare.En zij aten allen en werden verzadigd, en zij namen op, het overschot der brokken, zeven volle manden.En die daar gegeten hadden, waren vier duizend mannen, zonder de vrouwen en kinderen.En de scharen van Zich gelaten hebbende, ging Hij in het schip, en kwam in de landpalen van Magdala.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org -
MIR031
Munt in de bek van een vis
L'article aborde le miracle de la pièce de monnaie dans la bouche d'un poisson, montrant la sagesse de Jésus face aux exigences religieuses. À Capharnaüm, pour éviter d'offenser les collecteurs de taxes du temple, Jésus demande à Pierre de pêcher une pièce pour payer la taxe. Ce récit souligne la double nature de Jésus comme Fils de Dieu et enseigne l'équilibre entre la liberté spirituelle et le respect des traditions.
Mattheüs 17.24-27 (De Heilige Schrift 1917) :En als zij te Kapernaum ingekomen waren, gingen tot Petrus die de didrachmen ontvingen, en zeiden: Uw Meester, betaalt Hij de didrachmen niet?Hij zeide: Ja. En toen hij in huis gekomen was, voorkwam hem Jezus, zeggende: Wat dunkt u, Simon! de koningen der aarde, van wie nemen zij tollen of schatting, van hun zonen, of van de vreemden?Petrus zeide tot Hem: Van de vreemden. Jezus zeide tot hem: Zo zijn dan de zonen vrij.Maar opdat wij hun geen aanstoot geven, ga heen naar de zee, werp den angel uit, en den eersten vis, die opkomt, neem, en zijn mond geopend hebbende, zult gij een stater vinden; neem dien, en geef hem aan hen voor Mij en u.De Heilige Schrift 1917, publiek domein — tekst: eBible.org
-
ANN113
De vermenigvuldiging van de broden
Cet article analyse les récits évangéliques de la multiplication des pains, où Jésus nourrit des milliers de personnes avec peu de nourriture. Les différences…