Volgens de brief van Aristeas, een oud document, zouden 72 Joodse geleerden zijn uitgekozen om de in de 3e eeuw v.Chr., tijdens het bewind van Ptolemaeus II Filadelfus, in het Grieks te vertalen. Deze geleerden, zes uit elke stam van Israël, zouden onafhankelijk van elkaar hebben gewerkt, maar hun vertalingen zouden bij vergelijking identiek zijn gebleken.
De brief van Aristeas wordt vaak beschouwd als een pseudepigraaf, dat wil zeggen een tekst die wordt toegeschreven aan een auteur die niet de werkelijke schrijver ervan is. Hij is waarschijnlijk in de 2e eeuw v.Chr. opgesteld, lang na de gebeurtenissen die hij beschrijft.
Hoewel de brief een propagandawerk van het Alexandrijnse jodendom is en de geest van die tijd weerspiegelt, is het moeilijk hem te beschouwen als een betrouwbare historische bron voor de precieze details die hij vermeldt, zoals het exacte aantal vertalers of het onafhankelijke karakter van hun vertalingen.
Kortom, de brief van Aristeas is een waardevolle bron om de culturele en religieuze context van die tijd te begrijpen, maar hij moet niet worden opgevat als een nauwkeurig historisch verslag.